Helpdesk over trekkingsrecht in diverse situaties

helpdesk3-jpg

Het trekkingsrecht dat wordt genoemd in de CAO VO 2011-2012 leidt tot veel vragen aan de Helpdesk van VOS/ABB. Hieronder een aantal veel voorkomende situaties waarbij de Helpdesk aangeeft of wel of niet recht bestaat op trekkingsrecht. Lees verder

Op grond van artikel 7.2 van de CAO VO 2011-2012 heeft een leraar met een fulltime baan (deeltijders naar rato) recht op trekkingsrecht van 24 klokuren op jaarbasis. Het trekkingsrecht komt toe aan leraren met een volledige lessentaak. De leraar heeft het recht naar eigen inzicht zijn werkdruk te verlagen door invulling te geven aan die 24 klokuren. Daarbij kan gekozen worden uit vermindering van de lessentaak of van de niet-lestaken. Ook kan de leraar ervoor kiezen het trekkingsrecht op jaarbasis om te zetten in een financiële vergoeding. De leraar kan van jaar tot jaar invulling geven aan zijn trekkingsrecht, maar moet zijn keuze elk jaar uiterlijk 15 maart  aan zijn schoolleiding bekend te maken.

Werknemers die later in het schooljaar in dienst komen
Werknemers die na 15 maart in dienst zijn gekomen, hebben recht op trekkingsrecht voor het komende schooljaar. Het kan dan wel zo zijn dat het schoolorganisatorisch niet mogelijk is om de lestaak te verminderen. De school kan dan in eigen beleid opnemen dat een werknemer die na 15 maart in dienst komt niet kan kiezen hoe hij het trekkingsrecht wil inzetten, maar dat hij het trekkingsrecht uitbetaald krijgt. Uitgangspunt is de situatie op 1 augustus. Bij de uitbetaling van het trekkingsrecht dient gekeken te worden naar de werktijdfactor die een werknemer heeft op 1 augustus.
Leerkrachten die halverwege het schooljaar in dienst komen, hebben geen recht op trekkingsrecht. Dat recht ontstaat weer voor het volgende schooljaar. Van de leerkrachten die gedurende het schooljaar met ontslag of FPU gaan, kan het bevoegd gezag het trekkingsrecht niet terugvorderen. Deze werknemers hebben recht op uitbetaling van het trekkingsrecht, ook indien voor september al bekend is dat de werknemer later in het schooljaar met ontslag of FPU gaat. 

Ziekte of arbeidsongeschiktheid
In geval van langdurige ziekte van een werknemer is uitbetaling van het trekkingsrecht niet aan de orde als de werknemer aan het begin van het schooljaar al ziek is en er geen verwachting is dat hij op korte termijn weer aan het werk zal gaan. Wordt een werknemer na september ziek, dan heeft hij wel recht op uitbetaling van het trekkingsrecht. Als een werknemer gedeeltelijk arbeidsongeschikt is, dan heeft hij ook recht op uitbetaling van het trekkingsrecht.

Startende leraren
Startende leraren hebben geen recht op trekkingsrecht, voor hen geldt de 20% lesreductie (zie daarvoor artikel 7.3 van de CAO VO 2011-2012). Een startende leraar is een leraar met een eerste reguliere aanstelling in een leraarsfunctie. Een leerkracht die eerst werkzaam is geweest in het primair onderwijs en vervolgens gaat werken in het voortgezet onderwijs kan niet worden aangemerkt als een startende leraar.

Tijdelijke uitbreidingen
Tijdelijke uitbreidingen van de werktijdfactor worden alleen meegenomen in het trekkingsrecht indien de werknemer vanaf 1 augustus voor het gehele schooljaar de tijdelijke uitbreiding krijgt en de werktijdfactor niet boven de 1,0000 uitkomt.

Verlof
Een werknemer die een heel schooljaar volledig met verlof is (te denken valt aan levensloopverlof of lang buitengewoon verlof), heeft geen recht op uitbetaling van het trekkingsrecht. Als een werknemer bijvoorbeeld 3 uur verlof per week opneemt, dan heeft deze werknemer recht op uitbetaling van het trekkingsrecht.