Onderwijsraad slaat plank mis
Een fusietoets en een Onderwijskamer bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) zijn volstrekt overbodig. De Onderwijsraad gaat met deze adviezen voorbij aan het onderscheid tussen bestuurlijke schaal en de menselijke maat op schoolniveau. Het lijkt erop dat de raad aanleunt tegen de vooroordelen die de politiek over schaalvergroting heeft.
De Onderwijsraad stelt in het advies De bestuurlijke ontwikkeling van het Nederlandse onderwijs dat bestuurlijke schaalvergroting de vrijheid van ouders om te kiezen voor bepaalde vormen van onderwijs in de weg kan staan. De realiteit laat echter een heel ander, veel positiever beeld zien. Schaalvergroting op bestuurlijk niveau hoeft de keuzevrijheid helemaal niet in de weg te staan. Sterker nog: grote besturen kunnen op schoolniveau juist keuzevrijheid waarborgen, bijvoorbeeld door in regio’s waar het aantal leerlingen afneemt scholen verschillende profielen te geven. Zo hoeven ze elkaar niet meer te beconcurreren en ontstaat er een divers onderwijslandschap. Alleen maar goed, zou ik zeggen!
De raad lijkt hier dezelfde fout als de politiek te maken door geen duidelijk onderscheid te maken tussen bestuurs- en schoolniveau. In de politiek wordt nogal eens het onterechte beeld geschapen dat het huidige onderwijs door bestuurlijke schaalvergroting is veranderd in een reeks massale leerfabrieken. Dit beeld wordt maar al te graag overgenomen door de media. De realiteit leert echter dat ook grote besturen serieus werk maken van de menselijk maat in het onderwijs. Op schoolniveau is geen sprake van massaliteit zoals die wordt verondersteld!
Een andere fout die de Onderwijsraad maakt, is dat er niet per se meer bestuurlijke variëteit hoeft te komen, maar dat het onderwijs valt of staat met de wijze waarop besturen omgaan met leerlingen, ouders, personeel en medezeggenschap. Het maakt niet veel uit of er nu wel of geen sprake is van een stichting met een college van bestuur en een raad van toezicht. Dat is slechts vorm en geen inhoud. Waar het om gaat is dat besturen alle belanghebbenden vooraf deel laten uitmaken van de besluitvormingproces en achteraf verantwoording aan hen afleggen. Good governance heet dat, horizontale verantwoording dus.
In het advies staat ook dat de mogelijkheden voor samenwerkingsbesturen moeten worden beperkt tot die gevallen waarin scholen onder de opheffingsnorm komen. Het is mij een volstrekt raadsel waarom de raad deze beperking wil. Samenwerkingsbesturen zijn prima, mits de positie van het openbaar onderwijs op bestuurs- en schoolniveau wordt gewaarborgd. Wij als VOS/ABB houden dat goed in de gaten, daar kan het openbaar onderwijs op rekenen! IK heb geen enkele behoefte aan een Onderwijskamer bij de NMa. Wij kunnen in het onderwijs heel goed zelf bepalen of samenwerking nodig is!
Laat ik afsluiten met een positief punt uit het advies, anders lijkt het wellicht dat ik me bij het lezen van het rapport alleen maar aan de adviezen van de Onderwijsraad heb gestoord. Ik ben het van harte met de Onderwijsraad eens dat de kwaliteit van de medezeggenschap moet worden verbeterd. Wij spelen daar als VOS/ABB al een heel actieve rol in, en ik vind dat wij dat moeten blijven doen!
Drs. Theo Hooghienmstra, directeur VOS/ABB


