Door: drs. Martin van den Bogaerdt
Bijna één op drie leerlingen zit op openbare school
Met een aandeel van 31 procent van de leerlingen is het openbaar primair onderwijs de op één na grootste denominatie. Het rooms-katholieke primair onderwijs staat met 34 procent op nummer 1, het pc-onderwijs met 28 procent op nummer 3. Deze en andere cijfers staan in het Jaarboek Onderwijs in Cijfers 2011 van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
De uitgave van het CBS laat ook zien dat het openbaar onderwijs een minder groot aandeel heeft als wordt gekeken naar het speciaal basisonderwijs (sbo) en speciaal onderwijs (so). In het sbo zit 25 procent van de leerlingen op een openbare school, in het so is dat maar 18 procent.
Het CBS keek ook naar demografische ontwikkelingen van de afgelopen tien jaar en de kwantitatieve gevolgen daarvan op het primair onderwijs. Een daling van het aantal leerlingen doet zich tot nu toe vooral voor in Limburg (-13 procent) en in minder mate in Zeeland (-5 procent). De grootste stijger is Utrecht (+9 procent).
Bij het voortgezet onderwijs maakt het CBS, in tegenstelling tot in het jaarboek van over 2010, geen kwantitatief onderscheid tussen de verschillende denominaties. Wel laat het jaarboek zien dat het totale aantal leerlingen in het vo in de afgelopen tien jaar met ruim 45.000 is gestegen tot circa 939.600.
Het aantal vmbo'ers nam met 8 procent af tot ruim 203.000, terwijl het aantal leerlingen in het praktijkonderwijs bijna verdubbelde tot 27.000. Bij havo en vwo was een stijging van 29 procent te zien tot respectievelijk 151.000 en 165.000 leerlingen.
Het westen en midden van het land hebben de hoogste percentages havo- en vwo-leerlingen, terwijl Oost-Groningen, Friesland, Drenthe en Zeeland procentueel de minste havo'ers en vwo'ers hebben.
Klik hier voor de online versie van het Jaarboek Onderwijs in Cijfers 2011 van het CBS.



