Door: drs. Martin van den Bogaerdt
- Bijlage(n):
Brief_onderwijstijd_02.pdf159 K
Brief over minimale onderwijstijd naar Eerste Kamer
De VO-raad dringt er mede namens onder meer VOS/ABB bij de Eerste Kamer op aan niet in te stemmen met de 1040 urennorm.
In een brief die vrijdag aan de Eerste Kamer is verstuurd, staat dat een grote meerderheid van de schoolbesturen weinig ziet in het wetsvoorstel om de minimale onderwijstijd in de eerste twee leerjaren van het voortgezet onderwijs vast te leggen op 1040 uur.
De brief refereert aan het advies van de commissie-Cornielje om de urennorm op 1000 te leggen. De Tweede Kamer was daar destijds positief over. Het beleid van de Inspectie van het Onderwijs is op de 1000 urennorm aangepast. Het is volgens VOS/ABB en de overige afzenders van de brief onbegrijpelijk 'dat de politiek binnen een tijdsbestek van twee maanden een complete draai maakt'.
Het lijkt erop dat de 1040 urennorm vooral is gebaseerd op kwantiteit en niet zozeer op kwaliteit, zo staat in de brief. Bovendien krijgen de scholen geen extra geld voor het realiseren van de extra uren.
De brief gaat ook in op de vakanties in het voortgezet onderwijs. Het mag niet zo zijn dat de minister van OCW bepaalt op welke dagen docenten vrij zijn. Afspraken over vakanties en vrije dagen zijn het exclusieve domein van de sociale partners, zo sluit de brief af.
U kunt de brief als pdf downloaden uit de rechterkolom van dit bericht.



