VOS/ABB, Vereniging van Openbare en Algemeen Toegankelijke Scholen

Als het gaat om goed onderwijs

tip a friend print pagina

Door: Lucy Beker

Dossier(s): VO Politiek Financiën Achterstandenbeleid Nieuwsbrief VO
VO

Bijstelling Leerplusarrangement mét correctie

20 maart 2008

De regeling Leerplusarrangement voor het onderwijsachterstandenbeleid wordt zodanig bijgesteld dat het zogenoemde 'Barlaeus-effect' niet meer optreedt. Het criterium van 30 procent leerlingen uit een bepaald postcodegebied leidde ertoe dat ook dit gymnasium in Amsterdam tot zijn verrassing een fors bedrag kreeg voor achterstandenbeleid. De Tweede Kamer heeft nu met verfijning van de criteria ingestemd.

Er is nader onderzoek gedaan door het IVA, dat adviseerde om een indicator te ontwerpen gebaseerd op individuele leerlingkenmerken. Eind 2008 wordt duidelijk of het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan beschikken over de benodigde bestanden voor bepaalde peiljaren. Zo gauw deze bestanden beschikbaar en van voldoende kwaliteit zijn, wordt dit nader onderzocht en uitgewerkt.

Differentiatie naar schoolsoorten
Tot die tijd blijft het Leerplusarrangement VO gehandhaafd, zij het dat de indicator wordt verbeterd. In plaats van het criterium van 30% dat voor alle scholen geldt wordt deze drempel nu gedifferentieerd.

-          30% voor vmbo en praktijkonderwijs,
-          50% voor havo,
-          60% voor vwo.

Daarbij geldt voor scholen die 'dakpanconstructies' in de onderbouw hanteren (gecombineerde brugjaren vmbo/havo/vwo) een aparte drempel van 30%. Als een school alleen gecombineerde brugjaren havo/vwo heeft, dan wordt voor deze groep leerlingen de drempel van 50% gehanteerd.

Nu per vestiging
In eerste instantie besloot de staatssecretaris dat de vaststelling van de toekenning wel per school in zijn geheel bleef gelden. Dat zou per vestiging niet tot een beter resultaat leiden. Daar is zij nu op teruggekomen, omdat er sprake was van een onjuiste berekeningsformule. In haar brief van 14 maart geeft ze aan dat vanaf 1 augustus 2008 de bekostiging leerplusarrangement wordt bepaald op vestigingsniveau.

Onder vestiging wordt verstaan een onderdeel van de school of instelling waarop leerlingen worden geteld en bekend staand als 'subbrinnummer'. Na berekening van de bekostiging op vestigingsniveau wordt de aanvullende bekostiging verstrekt aan het bestuur waar de vestiging onder valt.

Deze benadering heeft met name ook effect voor de agrarische opleidingscentra. Nu komen negen vestigingen wel boven de drempel van 30% waar voorheen de school als zodanig niet in aanmerking kwam.

Zoals al was besloten, zal er een overgangsmaatregel komen voor scholen die er financieel in de nieuwe situatie buitenproportioneel op achteruitgaan.

Informatie: Bé Keizer, 0348-405251, bkeizer@remove-this.vosabb.nl.


Naar boven