Door: drs. Martin van den Bogaerdt
Kamervragen over moordenaar in onderwijs
De VVD heeft Kamervragen gesteld over een uitspraak van de Raad van State (RvS), waaruit blijkt dat een man die zijn straf heeft uitgezeten voor een moord, recht heeft op een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG).
De RvS oordeelde dat een moordenaar die zijn straf heeft uitgezeten, vier jaar niet meer met justitie in aanraking is geweest en in het onderwijs wil werken, recht heeft op de daarvoor benodigde (VOG). Deze bepaling geldt niet voor mensen die ooit een zedendelict hebben gepleegd en daarvoor zijn veroordeeld, maar die uitzondering geldt niet voor veroordeelde moordenaars.
De Tweede Kamerleden Fred Teeven en Ineke Dezentjé Hamming-Bluemink willen van minister Ronald Plasterk van OCW en zijn collega Ernst Hirsch Ballin van Justitie weten hoe zij hierover denken. Ze vragen zich af wat de waarde van een VOG is, nu blijkt dat moordenaars die hun straf hebben uitgezeten, er één kunnen krijgen. Ze willen van Plasterk en Hirsch Ballin weten of een nieuwe regel uit 2008 op het onderwijs van toepassing is. Die regel bepaalt dat er in functies met hoge integriteitseisen van de regels kan worden afgeweken.
Teeven en Dezentjé Hamming-Bluemink stellen dat een beroep in het onderwijs niet te rijmen is met een moord. Ze willen daarom dat er bij het verstrekken van een VOG meer rekening wordt gehouden met veroordelingen uit het verleden.
De zaak draait om een man die zijn vrouw heeft doodgestoken, daarvoor een straf heeft uitgezeten en een leidinggevende functie in het onderwijs ambieert.
Klik hier voor de Kamervragen van de VVD.


