Door: drs. Martin van den Bogaerdt
Rotterdamse taaleis aan kinderopvang en peuterzalen
Peuterleidsters en medewerkers in de kinderopvang in Rotterdam moeten de Nederlandse taal voldoende beheersen. Als dat niet het geval is, loopt hun werkgever het risico subsidie van de gemeente te verliezen.
De eis dat organisaties pas recht hebben op subsidie van de gemeente Rotterdam als hun medewerkers voldoende de Nederlands taal beheersen, staat verwoord in het Programma Taaloffensief 2011-2014. Onderwijswethouder Hugo de Jonge heeft dit plan woensdag samen met zijn collega Korrie Louwes van Arbeidsmarkt en Participatie gepresenteerd.
De praktijk in Rotterdam wijst op dit moment uit dat niet alle medewerkers van peuterspeelzalen en kinderopvangorganisaties –veel van hen zijn vrouwen van allochtone afkomst- voldoende Nederlands spreken. Dit wordt in verband gebracht met het feit dat één op de drie kinderen in Rotterdam met een forse taalachterstand aan het basisonderwijs begint.
Veel van deze kinderen halen die achterstand niet meer in, waardoor ze onvoldoende blijven presteren. Dit vergroot op latere leeftijd de kans op werkloosheid, sociaal isolement en criminaliteit.



