Wijziging modelverordening huisvesting geeft ruimte
De modelverordening voorzieningen huisvesting onderwijs is gewijzigd. Schoolbesturen krijgen meer vrijheid bij de indeling van een gebouw, omdat het ruimtebehoeftemodel niet meer is gekoppeld aan lokalen, maar aan vierkante meters. Ook zijn gedetailleerde normeringen ingeruild voor basiseisen en is de administratieve last verminderd.
De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) adviseert gemeenten om de wijzigingsverordening na het ‘op overeenstemming gerichte overleg’ (OOGO) met de schoolbesturen, vast te stellen voor 1 januari 2009. Hierdoor kunnen de aanvragen voor het programma 2010 worden beoordeeld op basis van het aangepaste model. De aanpassingen in de huisvestingsverordening zijn te downloaden via www.vng.nl.
De uitgangspunten die geleid hebben tot de aanpassingen zijn:
1. Betere aansluiting bij de toenemende diversiteit in het onderwijs
Steeds meer scholen verlaten de klassikale vorm van onderwijsgeven. Het klaslokaal was echter nog steeds uitgangspunt in de verordening. Daarom is in de aangepaste model verordening huisvesting onderwijs het ruimtebehoeftemodel gemoderniseerd. Hierdoor is de ruimtebehoefte niet meer gekoppeld aan (speel)lokalen, maar is het aantal leerlingen direct gekoppeld aan het benodigd aantal vierkante meters (m2).Hierbij geldt de volgende formule: (200 + aantal leerlingen x 5,03) + (Schoolgewicht x 1,4). Het schoolgewicht wordt nu ook meegenomen in de berekening van de permanente ruimtebehoefte in plaats van alleen in de tijdelijke huisvesting.Schoolbesturen hebben door deze aanpassing in het ruimtebehoeftemodel meer vrijheid om aan de ruimte-invulling vorm te geven. Om de ruimtebehoefte in m2 te kunnen bepalen, zal eerst ook de huidig beschikbare capaciteit van een gebouw bepaald moeten worden. Scholen met een ongunstige indeling van het gebouw (veelal bij oudere en/of monumentale scholen), kunnen hierbij de gemeente verzoeken om dit effect (éénmalig) te corrigeren.Deze wijziging heeft ook effect voor het niveau van inrichting van onderwijsleerpakketten en meubilair. Ook hierover moeten gemeente en schoolbestuur voorafgaand aan de wijziging van de huisvestingsverordening gezamenlijk vaststellen of de school voldoende ingericht is en zo ja, voor hoeveel eenheden OLP en meubilair.
2. Wijziging bouwbesluit
In 2005 is het bouwbesluit 2003 gewijzigd. Hierbij is ook een aantal normen dat betrekking had op schoolgebouwen aangepast. Door dit besluit zijn gedetailleerde normeringen ingeruild voor basiseisen, die voor alle onderwijsinstellingen gelijk zijn (voorbeeld het realiseren van een speellokaal is niet meer wettelijk verplicht). Naast helderheid voor het onderwijs, bied dit nieuwe besluit ook veel meer flexibiliteit.
3. Vereenvoudiging regelgeving en vermindering regels/administratieve lasten
Veel gemeenten en onderwijsinstellingen ervaren dat regelgeving in de huisvestingsverordening een belemmering is voor lokaal beleid en dat dit tot teveel administratieve procedures leidt. Ook op dit punt is de verordening aangepast.


