Door: drs. Martin van den Bogaerdt
Dronkers doet openbaar onderwijs ernstig tekort
Hoofdinspecteur voor het primair onderwijs Leon Henkens wijst erop dat professor Jaap Dronkers in een betoog in de Volkskrant verkeerde cijfers gebruikt. Hierdoor heeft Dronkers het openbaar onderwijs al of niet bewust ten onrechte in een kwaad daglicht geplaatst.
Het betoog van Dronkers stond in de Volkskrant van zaterdag 16 april. Het ging over de sluiting van relatief veel islamitische scholen in relatie tot de ouderwetse methoden die deze scholen volgens de Maastrichtse professor gebruiken en hun zwakke bestuurscultuur. Volgens Dronkers hangt de sluiting van deze scholen niet samen met het feit dat ze islamitisch zijn.
Halverwege het opiniestuk laat hij naar eigen zeggen met cijfers van de Inspectie van het Onderwijs zien dat islamitische scholen op onderwijskwaliteit beter scoren dan openbare scholen. 'Omdat de onderwijsinspectie in hoofdzaak gebruik maakt van kwaliteit als toegevoegde waarde, komen op de lijst van zeer zwakke scholen veel openbare scholen voor. Het percentage zeer zwakke islamitische basisscholen is 7,5, terwijl dit percentage voor openbare basisscholen 9,2 bedraagt en 7,8 voor vrijgemaakt gereformeerde scholen.'
Hoofdinspecteur Leon Henkens maakt in een ingezonden reactie in de Volkskrant gehakt van deze frase: 'Dronkers stelt dat openbare en reformatorische scholen vaker zeer zwak zijn dan islamitische scholen. Dat is zeker niet het geval: 7,5 procent van de islamitische scholen is zeer zwak tegenover 1,1 procent van de openbare en 2,4 procent van de reformatorische scholen (per 1 september 2010).'
Dronkers laat vervolgens in een reactie aan VOS/ABB weten dat de ingezonden reactie van hoofdinspecteurs Henkens niet strookt met wat de inspectie eerder heeft gemeld aan dagblad Trouw. Ook zegt Dronkers dat de uitspraken van Henkens niet overeenkomen met wat de inspectie in een eigen rapport heeft opgeschreven. 'Er is dus niets mis met mijn rekenvermogen', aldus Dronkers die hiermee reageert op het onderschrift bij de foto bij dit bericht.
Foto: Maastricht University



