Visie op onderwijs
In onderstaande Visienota formuleert VOS/ABB de visie van haar leden op onderwijs.
VOS/ABB Visie op onderwijs
Wat kenmerkt de openbare en algemeen toegankelijke school? Waar staat die school voor? Wat vindt VOS/ABB belangrijk?
Deze drie vragen staan centraal in deze visienota. De visie die VOS/ABB hier formuleert, is die van de leden. Visie op onderwijs en de identiteit van de openbare en algemeen toegankelijke school begint in de scholen en toont zich in het primaire proces, in de werkwijze van het team, de omgang met leerlingen en ouders, in samenstelling, doelstellingen en handelwijze van bestuur en management.
In het eerste, omvangrijkste deel van de nota geven we een beeld van de belangrijkste kenmerken van de openbare en algemeen toegankelijke school. Een school die kwaliteit hoog in het vaandel heeft staan, een zelfbewuste school.
Hiermee schetsen we in een aantal opzichten een ideaalbeeld. Niet alles zal in de scholen nu al gerealiseerd zijn, niet alles is mogelijk onder de huidige omstandigheden. Het gaat om het doel waar we met elkaar naar willen streven.
In het tweede deel staan we stil bij de noodzakelijke randvoorwaarden die volgens ons vervuld dienen te zijn, wil onze visie op onderwijs in de scholen tot ontwikkeling kunnen komen.
Ten slotte formuleren we in deel drie de belangrijkste actiepunten voor de komende periode.
I De School
1. Identiteit
Openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs is in beginsel voor ieder kind bereikbaar en beschikbaar. Toegankelijkheid, actieve pluriformiteit, openheid en respect zijn onvervreemdbare aspecten van onderwijs dat voor iedereen beschikbaar en bereikbaar is.
Toegankelijkheid
Openbare en algemeen toegankelijk onderwijs kent geen drempels. Elke ouder kan zijn of haar kind op deze school onderwijs laten volgen, ongeacht godsdienst of levensbeschouwing. De school werpt geen financiële drempels op voor ouders om hun kind onderwijs te laten volgen. Er zijn zoveel mogelijk openbare en algemeen toegankelijke scholen beschikbaar binnen een redelijke reisafstand van het ouderlijk huis waardoor ouders kunnen kiezen.
De school is ook actief toegankelijk, dat wil zeggen, zorgt voor toepasselijke leerlingenzorg, voor afstemming van het onderwijs op verschillen tussen leerlingen, voor toegankelijkheid van de school voor gehandicapten, enzovoorts. De school informeert geïnteresseerden hierover. De school zoekt tevens actief samenwerking met de lokale omgeving waarin zij opereert.
Actieve pluriformiteit
Variatie en verschil kenmerken onze samenleving. Geloof, overtuiging, cultuur volwassenen en kinderen vertonen een grote verscheidenheid in de pluriforme maatschappij van nu. De openbare en algemeen toegankelijke school staat hier middenin, maakt er deel van uit. Leerlingen, ouders, team en bestuur zijn net zo gevarieerd als de samenleving zelf. Iedere individuele leerling wordt er gerespecteerd. De school ziet erop toe dat de leerling zo nodig bijzondere aandacht krijgt.
Op de openbare en algemeen toegankelijke school is ieder kind welkom. Daarom kiezen de ouders voor dit type onderwijs, daarom willen de leraren en de schoolleiders er werken en willen de bestuursleden de school besturen. Gezamenlijk bepalen leerlingen, ouders, leraren, schoolleiding en bestuur het beeld, de sfeer en het karakter van de school.
De openbare en algemeen toegankelijke school wil zo veel mogelijk leerlingen in al hun pluriformiteit goed onderwijs bieden. Dit betekent dat zij actief recht doet aan de verscheidenheid van de leerlingen.
Openheid en respect
Openheid en respect zijn democratische waarden en normen die de school deelt met burgers en overheid. In de dagelijkse schoolpraktijk keren deze principes terug, in de klas en in de organisatie. Iets dat de wet overigens ook eist.
Openheid en respect verwijzen naar een stijl van besturen en leiding geven die inhoudt dat ieder luistert naar de verschillende meningen van alle betrokkenen voordat wordt besloten. Pro's en contra's worden tegen elkaar afgewogen. Schoolleiding, team en bestuur dragen gezamenlijk het beleid. De school is open naar ouders en vertelt de omgeving wat zij doet. De samenleving heeft recht op deze openheid; zij betaalt immers voor dat onderwijs.
Respect betekent tolerantie. Zonder tolerantie is onze pluriforme samenleving niet mogelijk. Tolerantie houdt in op basis van wederzijds respect ruimte geven aan de ander. Onverschilligheid is heel wat anders. Aanspreken op elkaars gedrag mag dus niet alleen, het moet ook. Respect betekent dat het iedere leerling, ouder, leraar of manager vrij staat zijn opvattingen te volgen zolang hij of zij de ruimte voor andere leden van de schoolgemeenschap om dit ook te doen, niet begrenst. Schoolbeleid met alle bijbehorende afspraken legt de basis onder dit open en respectvol handelen.
2. Onderwijs en zorg
Aandacht voor de cognitieve én sociaal-emotionele ontwikkeling binnen een veilig pedagogisch klimaat zijn kenmerkend voor de pedagogisch-didactische uitgangspunten van de openbare en algemeen toegankelijke school.
Ieder kind krijgt het onderwijs wat bij haar of hem past en aansluit bij zijn of haar ontwikkeling. Ieder kind heeft recht op zorg. Meer en meer leerlingen vragen extra aandacht en zorg. Hoogbegaafde leerlingen vragen extra uitdaging en begeleiding, hetzelfde geldt voor leerlingen die een onderwijsachterstand hebben, de Nederlandse taal niet goed spreken of thuis problemen hebben. Andere leerlingen hebben hulp nodig bij de ontwikkeling van hun sociale vaardigheden.
De school is in de eerste plaats een onderwijsinstelling. De kerntaak van de school is het geven van onderwijs, gericht op een brede ontwikkeling en vorming van jonge mensen. Onderwijs op maat maakt het mogelijk ieder kind de aandacht en het onderwijs te geven die het toekomt en in te spelen op verschillen tussen leerlingen. Snelle leerlingen hebben andere impulsen nodig dan langzamer lerende leerlingen. De school houdt hier rekening mee en past de lesprogramma's op de leerlingen aan. Op haar beurt roept de school hulp in van anderen wanneer leerlingen zorg nodig hebben die zij zelf niet kan bieden. Dit kan bij andere scholen zijn, maar ook bij andere instellingen zoals schoolbegeleiding, psychologen of maatschappelijk werk. De school vervult een signaleringsfunctie; alle kinderen brengen er een flink deel van hun tijd door. De verantwoordelijkheid voor extra hulp zal wisselend bij de school of de hulpinstellingen liggen. Extra hulp is gebaat bij afspraken die toegesneden zijn op de situatie waarin die hulp noodzakelijk is.
3. Kwaliteit
Schoolbeleid begint bij het primaire proces, het onderwijs in de klas is de kerntaak van de school. Zeker nu de autonomie van scholen toeneemt, omvat schoolbeleid verschillende aspecten die allemaal gericht zijn op de doelstellingen die de school voor zichzelf heeft geformuleerd. Waar zijn we nu? Waar willen we over drie, vijf, zeven jaar zijn? Strategisch beleid, financieel beleid, personeels- en scholingsbeleid, onderwijskundig beleid en kwaliteitszorg of kwaliteitsbeleid zijn gericht op de doelstellingen zoals bestuur, schoolleiding en team die hebben afgesproken. Deze binnen de organisatie breed gedragen streefdoelen geven de criteria weer waaraan schoolbeleid en kwaliteitszorg kunnen worden getoetst. Identiteit, visie en ontwikkelingsrichting van de school zijn in deze doelen helder vastgelegd.
De ontwikkelingsrichting die de organisatie hiermee heeft gekozen, bepaalt de rollen van bestuur en management van de openbare en algemeen toegankelijke school. Taakverdeling en verantwoordelijkheden van bestuur en schoolleiding zijn afgestemd op het bereiken van de doelstellingen en staan daarmee in het teken van een optimaal primair proces.
Doelstellingen en schoolbeleid bewegen zich binnen de ruimte die de overheid met wetgeving en de uitwerking daarvan in voorschriften en standaarden geeft. Bij het bewaken van de onderwijskwaliteit is en blijft een taak voor de inspectie weggelegd. De rapportages van de inspectie vormen een instrument dat de school gebruikt om haar beleid en kwaliteitszorg te toetsen en bij te stellen. De toenemende autonomie zal het schoolbeleid en de interne kwaliteitszorg versterken. Tegelijkertijd kan de inspectie zich ontwikkelen tot een onafhankelijke en meer certificerende instantie.
Het schoolbeleid, de manier waarop team en schoolleiding hieraan gestalte geven en de resultaten die de school ermee boekt, zijn transparant en toegankelijk voor de omgeving van de school. De openbare en algemeen toegankelijke school kan en durft zich te verantwoorden over wat zij wil, wat zij doet en in hoeverre zij haar doelen bereikt.
4. Bestuur en management
Een goede organisatie is een voorwaarde voor goed onderwijs. Bestuur en management zijn samen verantwoordelijk voor de kwaliteit en het functioneren van de school.
Het bestuur is verantwoordelijk, bepaalt het beleid, creëert draagvlak hiervoor en houdt toezicht op de school. Waar nodig en wenselijk controleert het bestuur de schoolleiding. De schoolleiding draagt zorg voor de uitvoering van het beleid en is verantwoordelijk voor het dagelijks functioneren van de school. Schoolleiding en bestuur informeren elkaar.
De functies van bestuur en dagelijkse leiding zijn nodig om een school goed te laten draaien. Een heldere omschrijving en verdeling van deze rollen is noodzakelijk, dan weet iedereen wie op welke onderdelen aanspreekbaar is.
Het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs gaat uit van een heldere rolverdeling tussen bestuur en management. Het schoolbestuur draagt zorg voor die keuze, definieert de rollen en bewaakt de onderlinge taakverdeling. De samenstelling van het bestuur en de invulling van het management sluit aan bij de gekozen rollen en taakverdeling. Medezeggenschap van personeel, ouders en leerlingen vormt hierbij een waardevolle, onmisbare component.
5. Personeelsbeleid
Goed onderwijs en een goede organisatie staan of vallen met het team. De leraren bepalen de kwaliteit van het primaire proces en daar gaat het om: het geven van goed onderwijs. Het team vormt het belangrijkste kapitaal van de school. Dit vergt investeringen in (de ontwikkeling van) hoogwaardig personeelsbeleid. Een beleid waarbij de kwaliteit van het primaire proces, de ontwikkeling van onderwijs en didactiek en goed werkgeverschap voorop staan.
Iedere medewerker heeft specifieke kwaliteiten. Personeelsbeleid is erop gericht die kwaliteiten optimaal tot ontwikkeling te brengen zodat iedereen de plaats vindt waar hij of zij een bijdrage kan leveren die past bij zijn of haar capaciteiten en vaardigheden.
Personeels- en scholingsbeleid vormt een onderdeel van het schoolbeleid dat de school op de diverse terreinen ontwikkelt en uitvoert, binnen de kaderwetten of
regels die hiervoor gelden. Het personeelsbeleid van de school wordt afgestemd op de verschillende kwaliteiten van de teamleden en op de situatie in en om de school. De doelstellingen van de school worden zo verbonden met het personeelsbeleid.
Integraal personeelsbeleid stimuleert en zet aan tot voortdurende ontwikkeling. Het schept de voorwaarden op basis waarvan het team kan worden aangesproken op kwaliteit en inzet. Het biedt mogelijkheden voor verdere ontwikkeling en professionalisering van alle medewerkers.
Integraal personeelsbeleid ontstaat niet van vandaag op morgen. De toepassing van instrumenten zoals functionerings- en beoordelingsgesprekken en individuele scholingsplannen vraagt tijd en zorgvuldigheid. Ook de ontwikkeling van een nieuw functiebouwwerk dat meer ruimte biedt aan functiedifferentiatie en alternatieve carrièreperspectieven, vergt voorbereiding en scholing van schoolleiding en team. De openbare en algemeen toegankelijke school wacht niet af, maar neemt ook in deze ontwikkeling het initiatief.
6. Informatie en communicatie
Informatie- en communicatietechnologie (ICT) vervullen in het onderwijs van de 21ste eeuw een belangrijke rol. Het belang van de leerling staat hierbij centraal. Een adequate toerusting voor het leren en werken met actuele technologie is voor de nieuwe generaties onmisbaar nu ICT in economie en samenleving een steeds belangrijker plaats inneemt. ICT zal al snel een geïntegreerd onderdeel van onderwijs en didactiek vormen.
ICT is daarnaast een instrument om het onderwijs goed te organiseren. Administratie, leerlingvolgsystemen, ziekteverzuim, roosters, voortgangsrapportages, op deze en andere terreinen kunnen computertoepassingen bijdragen aan een goed functionerende organisatie en daarmee aan de kwaliteit van het onderwijs.
Toegankelijkheid en transparantie zijn tevens gebaat bij ICT-toepassingen. Zichtbaar zijn op de digitale snelweg via een website, met alle informatie over de school draagt hieraan bij. Website en e-mail kunnen bovendien een open communicatie tussen de school en alle betrokkenen en belangstellenden in de omgeving bevorderen.
Dit alles veronderstelt dat de school ruimte heeft voor ontwikkeling en inzet van ICT. De school bepaalt ambitieniveau en prioriteiten, aansluitend bij de doelstellingen en het daaruit voortvloeiende schoolbeleid. De beschikbare budgetten begrenzen de mogelijkheden.
7. De school en de omgeving
Meer dan ooit beïnvloedt de samenleving de school. Omgeving, leerlingen en ouders vragen verantwoording van de school. De openbare en algemeen toegankelijke school staat midden in de samenleving en wil zich hieraan niet onttrekken. Bestuur en schoolleiding denken na over de veranderende eisen die aan onderwijs worden gesteld en vertalen die in schoolbeleid en in inhoud en aanpak van het onderwijs. De openbare en algemeen toegankelijke school neemt haar zorgplicht serieus en speelt in op de behoeften van leerlingen en ouders. De school zoekt als dit nodig is naar oplossingen die in samenwerking met anderen tot stand kunnen komen. De school en de leerlingen hebben er baat bij als bijvoorbeeld de voor- en naschoolse opvang of de begeleiding van leerlingen die te vaak verzuimen, goed geregeld zijn. Andere instellingen stimuleren tot actie kan daarbij noodzakelijk zijn.
Het lokaal onderwijsbeleid van de gemeente vervult een centrale rol bij het bestrijden van (onderwijs)achterstanden. De relatie met instellingen voor welzijn, gezondheidszorg, hulpverlening, cultuur, sport, arbeidsmarkt en veiligheid is hierbij van belang. Dat de regie bij de gemeente ligt, wil niet zeggen dat de zelfbewuste school wacht tot de gemeente de eerste stap zet. Zij neemt waar nodig zelf het initiatief. Om goed onderwijs te kunnen geven, horen de randvoorwaarden in orde te zijn. Voor de leerlingen geldt dat om goede prestaties te kunnen leveren, de omstandigheden in orde moeten zijn.
Ook voor de ontwikkeling van brede of schooloverstijgende verbanden kan de school het voortouw nemen. Het concept van de brede school kan de mogelijkheid bieden - samen met de gemeente en andere instellingen - omgeving en school dichter bij elkaar te brengen. Dit is niet alleen van belang voor leerlingen met sociaal-emotionele achterstanden, ook elders kan een breder schoolconcept functioneel zijn en ertoe leiden dat de school samen met de lokale of regionale overheid beter kan inspelen op de vragen en problemen van de omgeving.
8. Inspraak
Schoolbeleid bestaat bij de gratie van draagvlak in het schoolteam. Zonder draagvlak geen onderwijs dat gericht is op het bereiken van de doelstellingen zoals die voor de school en het schoolbeleid zijn afgesproken. De openbare en algemeen toegankelijke school betrekt het team bij de ontwikkeling van het schoolbeleid en beschouwt de inbreng van ouders en leerlingen als een kwaliteitsimpuls.
Ouders en leerlingen doen steeds meer een beroep op de school. De school stimuleert deze betrokkenheid. Die betrokkenheid kan uiteenlopende vormen krijgen. Een daarvan is de medezeggenschap die in de huidige opzet (aparte oudervertegenwoordigingen in medezeggenschapsraad of schoolbestuur) in de meeste gevallen niet meer voldoet. Ouders en leerlingen voelen zich ook niet altijd op de juiste manier vertegenwoordigd. Het personeel vindt in de huidige medezeggenschapsraad niet het inspraakorgaan dat bij moderne en professionele arbeidsverhoudingen past.
Er is een nieuwe vorm van medezeggenschap nodig die recht doet aan de betrokkenheid van personeel, ouders en leerlingen. Het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs streeft naar een ondernemingsraad voor de inspraak van het personeel. Besturen die meerdere scholen beheren, dienen samen te werken met een ondernemingsraad van het personeel op bestuursniveau. Voor ouders in het primair onderwijs zijn ouderplatforms op schoolniveau nodig, die van bestuur en schoolleiding informatie ontvangen en geraadpleegd worden over zaken die ouders en leerlingen direct aangaan, bijvoorbeeld over het pedagogisch klimaat in de school. In het voortgezet onderwijs horen ook de leerlingen in een dergelijk platform vertegenwoordigd te zijn.
II De Randvoorwaarden
De autonome school weet waar ze nu staat en waar ze over een aantal jaren wil zijn. Identiteit, visie en ontwikkelingsrichting die de school kiest, zijn vastgelegd in doelstellingen die vorm krijgen in het schoolbeleid en in de dagelijkse praktijk in de klas. Een breed draagvlak voor de schooldoelstellingen en loyaliteit bij de uitvoering van het beleid kenmerken de school evenzeer als openheid naar en samenwerking met de directe omgeving. Het primaire proces, het onderwijs in de klas, vormt als kerntaak van de school de spil waarom schoolbeleid, evaluatie en bijstelling daarvan, draaien.
Om dit profiel binnen het bereik van alle openbare en algemeen toegankelijke scholen te brengen, is het nodig dat in en rond de school een aantal zaken goed geregeld is. VOS/ABB streeft naar verbetering van de volgende randvoorwaarden.
Blijvend investeren in de aantrekkingskracht van het onderwijs
Om goed onderwijs te verzorgen en het beroep van leraar aantrekkelijker te maken, is het noodzakelijk de investeringen in het onderwijs te verhogen. Dit betekent dat de overheidsuitgaven voor het onderwijs in Nederland het niveau dienen te hebben van dat in de andere OESO-landen. Bijdragen van ouders of bedrijfsleven kunnen en mogen in het onderwijs aan leerplichtige leerlingen nooit van doorslaggevende betekenis zijn. Initieel onderwijs is een basisvoorziening waarvoor de rijksoverheid verantwoordelijk is.
Lagere werkdruk
De vele onderwijsvernieuwingen van de laatste jaren eisen langzaam maar zeker hun tol. De werkdruk voor schoolleiders en leraren is te hoog. Dit leidt tot uitval en heeft tot gevolg dat een werkkring in het onderwijs voor mogelijke nieuwkomers niet meer interessant is. De sector ondervindt er schade van.
Vermindering van de werkbelasting verdient prioriteit in onderwijsbeleid en schoolbeleid.
Verhoging materiële bekostiging
Dat het budget voor huisvesting en inventarissen tekortschiet, is al jaren bekend. Er is inmiddels sprake van achterstallig onderhoud, dat in de honderden miljoenen guldens loopt. Dit dreigt een structureel karakter te krijgen en de kwaliteit van het onderwijs te ondergraven.
Ook het budget voor administratie, beheer en bestuur (ABB) heeft geen gelijke tred gehouden met de kostenstijging en de ontwikkelingen in het onderwijs. Tenminste verdubbeling van deze vergoeding is noodzakelijk, willen scholen en schoolbesturen hun verantwoordelijkheid waar kunnen maken.
Meer middelen voor ICT
Het ambitieniveau van de scholen op het terrein van ICT wordt beperkt door de te lage budgetten die voor integratie en ontwikkeling van ICT beschikbaar zijn. De schat aan didactische en onderwijskundige mogelijkheden die de nieuwe technologie biedt, kan alleen succesvol en vruchtbaar tot ontwikkeling komen als meer geld beschikbaar komt.
Deregulering
Het schoolbeleid van de openbare en algemeen toegankelijke school garandeert algemeen toegankelijk onderwijs dat aansluit bij de vraag van ouders en leerlingen, past binnen de schoolomgeving en leidt naar goed onderwijs.
De school die zelf beleid ontwikkelt, uitvoert, evalueert en bijstelt, heeft op een aantal terreinen geen behoefte aan gedetailleerde voorschriften. Wetten en regels die administratieve en bestuurlijke overlast veroorzaken, dienen waar mogelijk te worden vereenvoudigd of te verdwijnen. De voorschriften omtrent de arbeidsduurverkorting en de normjaartaak en de regels voor vaststelling en afrekening van de bekostiging zijn onder meer voor vereenvoudiging vatbaar. Wetten en regels dienen haalbaar en uitvoerbaar te zijn en mogen de ontwikkeling en uitvoering van schoolbeleid niet hinderen of door het tijdsbeslag dat zij vergen, onmogelijk maken.
Regels en voorschriften die de overheid stelt, dienen ruim op tijd bij de school bekend te zijn.
Schaalvergroting
Deregulering kan leiden tot schaalvergroting, tot bestuurlijke samenwerking of fusie van schoolbesturen. Deregulering, het mogelijk maken van maatwerk, gaat immers vaak gepaard met meer risico. Deregulering is gekoppeld aan vergroting van autonomie en verantwoordelijkheid op bestuurs- en schoolniveau en aan de ontwikkeling van schoolbeleid. Via bestuurlijke samenwerking en schaalvergroting kunnen de risico's gezamenlijk worden gedragen.
Voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs kan samenwerking en bestuurlijke schaalvergroting een voordeel bieden. Voor afstemming van het schoolbeleid op de omstandigheden ter plaatse dient wel ruimte te blijven, omdat dit in het belang van de leerlingen is. Schaalvergroting heeft een grens. Het onderwijs hoort openbaar en algemeen toegankelijk te blijven. Toegankelijkheid voor iedereen, actieve pluriformiteit, openheid en respect bepalen de grenzen van de schaalvergroting.
Normalisatie
Goed schoolbeleid houdt in dat alle medewerkers worden aangesproken op hun professionaliteit en ruimte krijgen die professionaliteit verder te ontwikkelen. Gedetailleerde CAO's en rechtspositiebesluiten zijn dan minder noodzakelijk.
Het arbeidsvoorwaardenoverleg concentreert zich tegen deze achtergrond meer op het afsluiten van kaderregelingen en raam-CAO's. Dit geeft wellicht ruimte om in de toekomst de arbeidsvoorwaarden verder te decentraliseren, als onder meer de bestuurlijke schaalgrootte dit mogelijk maakt. De inbreng van het ministerie van OCenW dient te verminderen ten gunste van meer ruimte voor overleg tussen werkgeversorganisaties en vakbonden.
Er zijn meer terreinen waarop het onderwijs niet langer over afwijkende spelregels hoeft te beschikken. De Wet op de ondernemingsraden (WOR) dient ook in het onderwijs al op korte termijn van toepassing te zijn. Uitzendwerk hoort in het onderwijs indien nodig - bij 'piek en ziek'- volledige acceptatie te krijgen. Veel andere regelingen op het terrein van de arbeidsvoorwaarden zijn eveneens vatbaar voor normalisatie van spelregels en afspraken.
III VOS/ABB
* VOS/ABB staat voor onderwijs dat voor ieder kind toegankelijk is en zoveel mogelijk leerlingen, met aandacht voor verschillen, optimale ontwikkelingsmogelijkheden biedt. Respectvol, open en democratisch in de klas, in de school en om de school.
* VOS/ABB ondersteunt en stimuleert scholen bij het opzetten en ontwikkelen van schoolbeleid. De betrokken school en het primaire proces vormen daarbij het uitgangspunt. VOS/ABB streeft naar 'open' schoolorganisaties die zich verantwoorden over wat zij willen, wat zij doen en in hoeverre zij hun doelen bereiken.
* VOS/ABB stimuleert scholen maximaal gebruik te maken van de instanties en organisaties rondom de school. Goed onderwijs voor alle leerlingen heeft baat bij het activeren en benutten van deze infrastructuur. Dit bevordert het creëren van optimale randvoorwaarden voor het onderwijsproces.
* VOS/ABB ondersteunt en stimuleert scholen bij het transparant maken van de onderlinge taakverdeling. Schoolbeleid en schooldoelstellingen vormen de basis voor de verdeling van taken, mandaat en verantwoordelijkheden. Een optimale schoolorganisatie draagt bij aan een optimaal primair proces. Afspraken over informatie en communicatie vormen een onmisbaar aspect van de samenwerking tussen schoolbestuur en schoolleiding.
* VOS/ABB ondersteunt en stimuleert scholen in de opzet en uitvoering van integraal personeelsbeleid. Dit beleid staat in het teken van kwaliteitsverhoging, professionele beroepsuitoefening en recht doen aan verschillen tussen werknemers.
* VOS/ABB streeft naar verdere normalisatie van de arbeidsverhoudingen in het onderwijs. Doel hiervan is het creëren van een eigentijds werkklimaat met flexibele, actuele arbeidsverhoudingen die ruimte bieden voor onder meer verzilvering van ADV, inzet van uitzendkrachten en de ontwikkelen van nieuwe functies en carriërepatronen.
* VOS/ABB streeft naar vergaande integratie van ICT in de openbare en algemeen toegankelijke school. Het beschikbare budget dient deze ambitie niet langer te beperken.
* VOS/ABB streeft naar de invoering van de Wet op de ondernemingsraden in het onderwijs. Het stimuleren van de betrokkenheid van ouders en leerlingen bij de school en het uitbouwen van professionele arbeidsverhoudingen staan hierbij voorop.
* VOS/ABB pleit voor het realiseren van de randvoorwaarden die nodig zijn voor de school die actief werkt aan het uitzetten van een eigen koers, gericht op verhoging van de kwaliteit van het onderwijs. Randvoorwaarden hiervoor zijn onder meer het op peil brengen van de investeringen in het onderwijs, adequate materiële bekostiging en het verlagen van de werkdruk.
* VOS/ABB streeft in het overleg met OCenW en andere partners actief naar deregulering, zodat meer ruimte en mogelijkheden voor schoolbeleid ontstaan. In samenhang met deregulering behoort bestuurlijke schaalvergroting voor VOS/ABB zeer zeker tot de mogelijkheden, zolang de identiteit van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs overeind blijft. VOS/ABB verleent informatie en advies over processen van bestuurlijke schaalvergroting, zowel binnen het openbaar onderwijs als in samenwerking met het bijzonder onderwijs - al dan niet in de vorm van een samenwerkingsbestuur.
