Aanbevelingen Operatie Jong

Steven van Eijck, Commissaris jeugd- en jongerenbeleid, heeft het kabinet geadviseerd over de aansturing van het jeugdbeleid. De aanbevelingen moeten leiden tot meer efficiency en effectiviteit in het jeugdbeleid. Om dat te bereiken wil Van Eijck onder meer dat de geldstromen drastisch worden gebundeld. Lees verder

Het eerste deel van het advies ‘Koersen op het kind’ geeft 25 aanbevelingen over de toekomstige inrichting van het jeugdbeleid, op uitvoerend en bestuurlijk niveau. Het tweede deel gaat in op de implementatie en bevat concrete voorstellen over de bundeling van de geldstromen.

Koersen op het kind
In deel I constateerde Van Eijck dat het Jeugdbeleid te veel verkokerd is. Om de hulp aan kind en ouder te verbeteren en vroegtijdiger te interveniëren moet het kind centraal komen. Het kabinet heeft in haar reactie dit rapport omarmd en driekwart van de aanbevelingen overgenomen. Tevens zijn verschillende gemeenten samen met instellingen aan de slag gegaan om taken te bundelen en voorzieningen meer aan elkaar te koppelen.

Kompas voor het nieuw kabinet
In deel 2 Kompas voor het nieuwe kabinet  worden 35 aanbevelingen gedaan om de bundeling van taken op lokaal niveaus te realiseren. Ook wordt aangegeven wanneer welke stap gerealiseerd moet worden.

 In het advies wordt gekozen voor een geleidelijke invoering waarmee wordt begonnen in de vier grote steden (G4), vervolgens de G30 (de middelgrote steden) en daarna de overige gemeenten. In de aanbevelingen zit een drastische bundeling van financieringsstromen naar drie domeinen. Dit leidt tot meer efficiency en effectiviteit in het jeugdbeleid.

Overigens moeten ook de financiële tegemoetkomingen voor ouder en kind gebundeld worden en daarop mag ingehouden worden indien een kind uit huis wordt geplaatst. Tevens wordt voorgesteld het toezicht onder te brengen in een jeugdautoriteit die rechtstreeks valt onder de minister van jeugd. Bij het jeugdbeleid zijn hooguit vier  ministers betrokken, namelijk de drie vakministers en de minister van Jeugd als deze niet samenvalt met de minister voor onderwijs of gezondheidszorg.

De essentie van de beide sturingsadviezen is: duidelijke verantwoordelijkheden, minder betrokken partijen, betere informatieuitwisseling, bundelen van financieringsstromen, terugdringen van onnodige bureaucratie en versterken van toezicht.

Van Eijck: “De behoeften van het kind moeten centraal staan in het jeugdbeleid. Dat houdt in dat de uitvoering moet aansluiten op de leefwereld van kind en ouder. Het beleid moet vooral gericht zijn op preventie en indien nodig vroegtijdig interveniëren. Daarom is het noodzakelijk dat minder partijen verantwoordelijk zijn (alleen de wethouder) en dat financiële middelen gebundeld worden. Hiermee wordt afwentelgedrag door verschillende partijen voorkomen en wordt overtollige bureaucratie gereduceerd.”

De adviezen staan in de rechterkolom hiernaast. Kijk ook op www.operatiejong.nl.

Bijlagen