Acceptatieplicht: belangrijk principe!

Goed onderwijs is van en voor iedereen. Het is niet meer van deze tijd dat scholen de wettelijk mogelijkheid hebben om leerlingen (en personeel) te weigeren op basis van levensbeschouwelijke uitgangspunten. Juist daarom is algemene acceptatieplicht zo’n belangrijk maatschappelijk principe. Lees verder

De adviseurs Wouter van den Berg en José van Egmond van de protestants-christelijke Besturenraad schrijven in de Volkskrant dat het initiatiefwetsvoorstel voor algemene acceptatieplicht in het onderwijs slechts symboolpolitiek is. Het is echter veel méér dan dat. Na jaren van stilstand onder de christelijke coalitiedwang van CDA en ChristenUnie heeft de PvdA eindelijk de handen vrij om een modernisering van de vrijheid van onderwijs te realiseren. Het is wellicht een nogal gewiekste actie van PvdA-fractieleider Mariëtte Hamer om direct nadat haar partij uit het kabinet was gestapt het voorstel uit de la te trekken, maar zo werkt politiek nu eenmaal.

Dat het voorstel voor algemene acceptatieplicht veel meer is dan symboolpolitiek, bewijzen Van den Berg en Van Egmond nota bene zelf met hun uitspraak dat segregatie een natuurlijk gegeven zou zijn. Hoe verkeerd is het, vragen zij zich hardop af, dat mensen slechts willen omgaan met gelijkgestemden? Dat is heel verkeerd vanuit de gedachte dat de maatschappij pas goed kan functioneren als mensen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten om elkaar goed te kunnen begrijpen. De basis daarvoor leggen we in het onderwijs, dat zich op het principe moet stellen dat elk kind gelijkwaardig is. Dan geeft het geen pas om op basis van levensbeschouwing de deur gesloten te houden. Overigens behouden de bijzondere scholen hun eigen levensbeschouwelijke uitgangspunten, ook als het initiatiefvoorstel wordt aangenomen.

Een ander opmerkelijk  kritiekpunt van Van den Berg en Van Egmond is dat algemene acceptatieplicht geen principieel punt zou mogen zijn. Ten eerste is dit een bevreemdende uitspraak van twee adviseurs van een belangenbehartiger die zich op bepaalde principes baseert, namelijk op die van de protestants-christelijke kerken. Ten tweede mag het duidelijk zijn dat algemene acceptatieplicht een zeer belangrijk maatschappelijk principe behoort te zijn. Namelijk een principe dat de basis vormt van onderwijs voor een samenleving waarin kinderen –en ook personeelsleden- zonder last of ruggespraak kunnen zijn wie zij zijn. Of ze nu wel of niet geloven in God, Allah of welke andere god dan ook, wel of geen hoofddoekje of keppeltje dragen of hetero-, homo- of biseksueel zijn.

Goed onderwijs is van en voor iedereen, dat is het principe. Daarom algemene acceptatieplicht!

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB