Alleen hakken snijdt geen hout!

Het moet voor de ambtelijke werkgroepen in Den Haag bijna een genoegen zijn geweest om zonder enig taboe plannen te presenteren om met de botte bijl miljarden weg te hakken, ook uit het onderwijs. Plannen die weliswaar in eerste instantie geld besparen, maar die voor het kennisniveau en daarmee voor de economie en de financiële toekomst van Nederland desastreus zullen zijn.
Lees verder

Premier Jan Peter Balkenende en toenmalig minister Wouter Bos van Financiën gaven na Prinsjesdag de ambtelijke werkgroepen carte blanche om te onderzoeken wat er mogelijk is om 35 miljard euro te besparen. Een ongekende bezuiniging, die als doel heeft om in de volgende kabinetsperiode de overheidsfinanciën weer op orde te brengen.
Als gevolg van de financiële en de daarop volgende economische crisis geeft de overheid (veel) meer uit dan er aan belastingen binnenkomt. Voorkomen moet worden dat op den duur de wal het schip van staat keert. Tot zover alles duidelijk: de bomen groeien niet meer tot in de hemel.

Kaalslag
Nu de mogelijke scenario’s bekend zijn, moeten we bij het onderwijs een ongekende kaalslag vrezen, die minstens vergelijkbaar of wellicht zelfs erger is vergeleken met de financiële problemen van de overheid. Met andere woorden: het middel is erger dan de kwaal.
Zo getuigt het van onverantwoord kortetermijndenken om in het voortgezet onderwijs de opleidingen te verkorten. Havo naar vier en vwo naar vijf jaar? Vmbo en mbo samenvoegen tot één opleiding van vijf jaar? De onderwijstijd in het vo terug naar 850 uur per jaar? We willen toch kwaliteitsonderwijs voor een bestendige toekomst? Bovendien, het terugbrengen van de onderwijstijd zou wel een heel navrant jojobeleid zijn in het licht van de discussie over het minimale aantal lesuren en het strenge toezicht daarop.

Het plan om het aantal vakken en profielen in het voortgezet onderwijs terug te brengen, getuigt evenmin van een doordachte visie op onderwijs. Het mag duidelijk zijn dat deze voorstellen efficiencywinst zullen opleveren en dus geld zullen besparen. Maar als we ertoe besluiten om van het vo een eenheidsworst te maken, zal dat op de langere termijn, wanneer de besparingen zijn ingeboekt, leiden tot verschraalde kennis.
Iedereen weet dat kennis de kurk is waar de economie op drijft. Willen we als Nederland blijven concurreren met de ons omliggende landen en als onderdeel van Europa met andere continenten, dan moet het onderwijs ook vakken en profielen blijven aanbieden die minder in trek zijn.

Kaalslag
Een ander plan: het drastisch terugbrengen van het aantal kleine basisscholen in plattelandsgebieden door de opheffingsnorm fors op te schroeven. Er ligt een scenario om 1200 (!) van dergelijke schooltjes te sluiten. Dat zal ongetwijfeld veel geld besparen, daarover geen discussie. Maar kinderen in kleine dorpen zouden dan niet meer in hun eigen omgeving naar school kunnen.
En wat te denken van de bijkomende kosten om al deze tienduizenden kinderen naar grote basisscholen in de regio te brengen? En het milieu, wat doen we daarmee? Basisschoolkinderen laat je niet 10, 15 of misschien wel 20 kilometer naar school fietsen. Ouders gaan ze met de auto brengen of er gaan busjes rijden. Klimaatneutraal is dit scenario allerminst.

Klassenvergroting is een ander plan. De ambtenaren die dit scenario uit de kast hebben getrokken, bezitten weinig creativiteit. Altijd als er moet worden bezuinigd, komen de grotere klassen om de hoek.
Iedereen snapt dat er met grotere klassen minder personeel nodig is en dat er dan dus minder salarissen hoeven te worden uitbetaald. Maar de weinig creatieve ambtenaren weten natuurlijk ook dat vergroting van de klassen, tot mogelijk 31 leerlingen (!), ten koste zal gaan van de onderwijskwaliteit. Ook hier geldt: op korte termijn winst, op de langere termijn verlies.

Kaalslag
Kortom, achter het weghakken van de miljarden zit geen onderwijsvisie. Het is net als met de handel in tropisch hardhout: wie het regenwoud wegkapt en het kostbare hout verkoopt, ziet het geld binnenstromen. Alleen de toekomstige generaties blijven achter met een verarmde wereld.
We mogen hopen dat de politici in Den Haag en het volgende kabinet inzien dat we onze kinderen en kleinkinderen niet met lege handen de toekomst in mogen laten gaan. De reacties op de ambtelijke plannen in verkiezingstijd zullen duidelijk moeten maken hoe stevig de partijen staan met hun uitgesproken programmavoornemens om niet op onderwijs te bezuinigen.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB