AOb richt pijlen nu op ‘vermogende’ expertisecentra

Het Onderwijsblad van de Algemene Onderwijsbond (AOb) meldt dat de expertisecentra te veel vermogen zouden hebben. De berichtgeving van de AOb past in de voortdurende pogingen om onderwijsbesturen af te schilderen als organisaties die onevenredig veel geld zouden oppotten. Lees verder

Het Onderwijsblad meldt dat het zich baseert op gegevens over 2006 en 2007. De expertisecentra zouden toen veel geld hebben overgehouden ‘omdat zij wel subsidie kregen voor de snel groeiende aantallen leerlingen met ambulante begeleiding, maar te weinig personeel in dienst hadden om de noodzakelijke hulp echt te bieden’. In het blad staat dat bij acht van de tien instellingen ‘de relatieve welvaart hoger (is) dan de ‘signaleringsgrenzen’ van het ministerie van Onderwijs’. 

In een reactie laat de WEC-Raad weten dat de expertisecentra geen geld achterhouden dat voor leerlingen is bedoeld, maar wel zorgvuldig omgaan met hun uitgaven. ‘Ik vind het juist dat het geld niet zomaar wordt uitgegeven omdat het er eenmaal is. Een school kan het wel uitgeven aan de eerste de beste waarzegger’, zo citeert de Volkskrant voorzitter René Verhulst van de WEC-Raad.

Nuances bij AOb zoek
De berichtgeving van de AOb sluit aan op eerdere artikelen in het Onderwijsblad over de vermogensposities van het primair en voortgezet onderwijs. In de artikel werd steevast het beeld geschetst dat schoolbesturen notoire oppotters zouden zijn. De realiteit is echter veel genuanceerder dan de AOb de lezers wil doen geloven. In het eerstvolgende nummer van Over Onderwijs, dat op woensdag 4 maart uitkomt, geeft financieel adviseur Reinier Goedhart van VOS/ABB hier een toelichting op.

Hij benadrukt dat slechts een klein deel van de schoolbesturen meer vermogen heeft dan nodig is voor een gezonde bedrijfsvoering. De vermogenspositie van het overgrote deel van de besturen voldoet aan de richtlijnen daarvoor, terwijl ruim een kwart ‘arm’ kan worden genoemd. Uit onderzoek van bureau PricewaterhouseCoopers in opdracht van het ministerie van OCW blijkt dat ‘het verschil tussen benodigd en aanwezig vermogen gering is’.

In het artikel in het maartnummer van Over Onderwijs wordt ook ingegaan op het rekenmodel dat VOS/ABB voor besturen heeft ontwikkeld om te bepalen of hun vermogenspositie in orde is. Bij het rekenmodel hoort een gedegen risicoprofiel, dat VOS/ABB voor besturen kan opstellen.

Klik hier voor meer informatie over het rekenmodel en het risicoprofiel.

Informatie: Reinier Goedhart, 06-30049660, rgoedhart@vosabb.nl