Arie Slob, minister voor bijzonder onderwijs

Arie Slob zit inmiddels als minister voor basis- en voortgezet onderwijs twee jaar aan de knoppen. Een echte onderwijsman, die met passie zijn werk doet om voor elke leerling goed onderwijs mogelijk te maken. Althans, zo lijkt het. De realiteit is dat hij maar weinig oog heeft voor openbaar onderwijs. Hij is vooral minister voor bijzonder (christelijk) onderwijs.

Ik noem Zeeuws-Vlaanderen, waar vorig jaar onder zwaar protest van VOS/ABB het openbaar voortgezet onderwijs is opgeheven. De minister maakte dit mede mogelijk. Hij gaf als excuus dat er haast was geboden en dat daarom niet alle alternatieven zijn gewogen. VOS/ABB ziet die houding ten opzichte van de openbare school in verschillende dossiers terug, bijvoorbeeld als het over krimp en bekostiging gaat. Dan verdedigt de minister het bijzonder onderwijs. Tegelijkertijd heeft hij nauwelijks oog voor de grondwettelijke waarborg van de openbare school in de buurt.

Garantiefunctie openbaar onderwijs

Een ander voorbeeld is het wetsvoorstel Meer ruimte voor nieuwe scholen. Rechtswetenschappers, sociologen, schoolbestuurders, gemeenten, Tweede Kamerleden en ook wij bij VOS/ABB wezen de minister erop dat dit wetvoorstel segregatie en kansenongelijkheid zal vergroten. Het geeft een nieuwe interpretatie aan artikel 23 van de Grondwet over de vrijheid van onderwijs. De rechten en vrijheden van bijzondere scholen worden zodanig ingericht, dat er eigenlijk een garantiefunctie van het bijzonder onderwijs komt.

De minister zegt wel dat de garantiefunctie van openbaar onderwijs blijft bestaan, maar dat blijft bij woorden. Wij hebben daarom een beroep gedaan op de Tweede Kamer om de regering ertoe te bewegen beide zijden van het duale bestel te eren, niet slechts één. Slob gaf als antwoord op vragen van Kamerleden daarover, dat het de bedoeling van het wetsvoorstel is om de vrijheid van onderwijs te versterken, niet om segregatie of kansenongelijkheid tegen te gaan. Inmiddels heeft de Tweede Kamer het wetsvoorstel aangenomen…

Als er meer mogelijkheden zijn om scholen op te richten met een selectief toelatingsbeleid (niet voor iedereen toegankelijk), moet de wetgever de aanwezigheid van openbaar onderwijs beter borgen dan nu in de Grondwet is vastgelegd. Nog beter zou het zijn om algemene toegankelijkheid en algemene benoembaarheid in de wet te regelen, samen met de actief-pluriforme opdracht van het gehele funderend onderwijs.

Bedoeling van artikel 23 vergeten?

Ik vraag mij serieus af of de huidige coalitiepartners de bedoeling van de opstellers van artikel 23 van Grondwet zijn vergeten? Ik roep die bedoeling nog even in herinnering: er is overal in Nederland openbaar onderwijs en daarnaast is er ruimte voor particuliere initiatieven. Dus openbaar onderwijs móet, bijzonder onderwijs mág. De vrijheidsgraad van het bijzonder onderwijs is afhankelijk van de aanwezigheid van openbaar onderwijs. Niet andersom.

Deze minister hanteert namens de regering een beleid, waarmee hij meer bezig lijkt het ChristenUnie-verkiezingsprogramma uit te voeren (al het onderwijs bijzonder) dan regeringsbeleid dat in overeenstemming is met de Grondwet.

Hans Teegelbecker, directeur VOS/ABB