‘Artikel 23 aanpassen om toegankelijkheid te waarborgen’

Grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs moet worden aangepast om goed onderwijs voor alle leerlingen op de lange termijn te kunnen waarborgen. Dat stelt hoogleraar onderwijsrecht Pieter Huisman van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Lees verder

Donderdag hield Huisman zijn oratie als bijzonder hoogleraar onderwijsrecht aan de EUR, waar hij sinds 1 november jongstleden aan het werk is. Zijn leerstoel wordt mede door VOS/ABB in stand gehouden. Huisman is de opvolger van emeritus hoogleraar Dick Mentink. De inaugurele rede van Huisman werd gevolgd door het symposium ‘Het aanhoudend recht op pluriform onderwijs(recht)’.

In het meinummer van onderwijsmagazine School!, dat VOS/ABB samen met de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) uitgeeft, staat een interview met Huisman. Hij blikte daarin vooruit op wat hij donderdag in Rotterdam ging zeggen. Ook zei Huisman in het interview met School! dat scholen zich meer moeten profileren met hun pedagogisch concept (u kunt het interview downloaden uit de rechterkolom).

Pluriformiteit is wezenskenmerk
Dagvoorzitter van het symposium was Dick Mentink. Hij duidde de betekenis van het symposium door te stellen dat pluriform onderwijs een wezenskenmerk van de Nederlandse samenleving is. Het is volgens hem helder dat pluriformiteit in het onderwijs een duidelijke rol van de overheid vereist.

Tijdens het symposium sprak ook Leonard Geluk, prominent CDA-lid, oud-onderwijswethouder in Rotterdam en thans bestuursvoorzitter van ROC Midden Nederland. Hij zei dat grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs niet statisch is, maar steeds om nieuwe interpretaties vraagt.

Horizontale relatie koesteren
Daarbij is het van belang om vast te stellen van wie het onderwijs is. Volgens Geluk is dat van de overheid, de ouders en de (professionele) besturen. Kortom: onderwijs is van de samenleving. Daarom moet de horizontale relatie met de omgeving worden gekoesterd.

Vrijheid van onderwijs mag nooit een excuus zijn voor slechte kwaliteit, benadrukte Geluk. Hij noemde de islamitische school voor voortgezet onderwijs Ibn Ghaldoun in Rotterdam. Als wethouder heeft Geluk geregeld met het bestuur van deze school overhoop gelegen, omdat hij de onderwijskwaliteit beroerd vond.

Schaalverkleining
Hij pleitte ook voor de terugkeer kleine schoolgemeenschappen. Geluk heeft zichzelf die taak gesteld als bestuursvoorzitter van ROC Midden Nederland. Wat de verzuiling betreft, zei de CDA’er dat hij bezieling binnen het onderwijs veel belangrijker vindt.

De Vlaamse hoogleraar Jan de Groof, die voorzitter is van de European Association for Education Law and Policy, stelde dat pluriformiteit de kern van de samenleving is. Hij liet zien dat er in Europa verschillende gedaanten van pluriformiteit zijn en hekelde het standpunt dat de vrijheid van inrichting van het onderwijs een neutraal begrip zou zijn. Het is volgens juist ‘waardenvol’ en kan op gespannen voet staan met de overheid.

Naar elkaar toe
Zijn advies aan Nederland is dat het openbaar en bijzonder onderwijs naar elkaar toe moeten groeien. Volgens hem lijken de verschillende denominaties al heel veel op elkaar. Er moet in Nederland een debat komen over de vraag waar het onderwijs –openbaar en bijzonder- over 15 jaar is, aldus De Groof.

Jan Veringa, directeur Wetgeving en Juridische Zaken van het ministerie van OCW, benadrukte dat het duale stelsel de vrijheid van onderwijs waarborgt. Hij lichtte ook de verschillen in bekostigingsystematiek toe, bijvoorbeeld voor zorgleerlingen, in relatie tot de toegankelijkheid van het funderend onderwijs.

Voldoende balans?
Veringa vroeg zich af of er in de huidige situatie voldoende balans is tussen pluriformiteit en de wetgeving. In het kader van een advies dat de Onderwijsraad nu ontwikkelt, zei Veringa dat de tijd rijp is om met andere wetgeving, bijvoorbeeld over het stichten van scholen, in te spelen op de pluriformiteit van de samenleving.

Voorzitter Laurien Koster van de Commissie Gelijke Behandeling (CGB) gaf een toelichting op het werk van deze commissie. Zij deed dat met enkele voorbeelden, onder meer met de kwestie rond het hoofddoekverbod van het rooms-katholieke Don Bosco College in Volendam (zie ook rechterkolom).

38 procent onderwijs
Koster vertelde dat van de kwesties die aan de CGB worden voorgelegd, 38 procent met het onderwijs te maken heeft. Het grootste aandeel vragen betreft arbeidsgerelateerde zaken (58 procent). De CGB toetst marginaal of, in het geval van het onderwijs, een schoolbestuur in alle redelijkheid heeft gehandeld.

De oratie van hoogleraar Huisman is op dit moment nog niet digitaal beschikbaar. Zodra dat het geval is, zal de tekst op deze website beschikbaar worden gesteld.

Bijlagen