Bekostiging en verantwoording gemeenten

Naast de financiële toekenning aan scholen voor de bestrijding van onderwijsachterstanden, wordt aan gemeenten een specifieke uitkering als bijdrage voor het lokaal onderwijsachterstandenbeleid toegekend. Op basis van de wet houdende wijziging van de Wet op het primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet op het voortgezet onderwijs in verband met wijzigingen in het onderwijsachterstandenbeleid wordt een nieuw wettelijk kader geschapen voor de specifieke taken die gemeenten in het kader van het onderwijsachterstandenbeleid uitvoeren. Lees verder

Grondslag bekostiging

In totaal is voor het onderwijsachterstandenbeleid dat door de gemeenten wordt uitgevoerd circa € 170 miljoen (inclusief indexering 2005/2006) beschikbaar. Dit bedrag van 170 miljoen is onderdeel van artikel 1 (“Primair Onderwijs”) van de Rijksbegroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor het jaar 2006 (30 300 Hoofdstuk VIII). Het valt in de tabel “budgettaire gevolgen van beleid” (tabel 1.1. uit RBG 2006) onder de noemer ‘Onderwijsachterstandenbeleid’.

Dit landelijke budget wordt verdeeld over de gemeenten op basis van artikel 27 Besluitbekostiging WPO. De gemeenten die deel uitmaken van het Grotestedenbeleid ontvangen deze bekostiging voor de bestrijding van de onderwijsachterstanden als onderdeel van de brede doeluitkering, zoals opgenomen in artikel 168, vierde lid, van de WPO. Aan de overige gemeenten worden de middelen toegekend via een specifieke uitkering, zoals geregeld in dit besluit. Voor iedere gemeente wordt het totale schoolgewicht vastgesteld en daarna de hoogte van het aandeel in de brede doeluitkering dan wel de specifieke uitkering.

De bekostiging aan gemeenten zal plaatsvinden via een specifieke uitkering. Met het kabinetsstandpunt Brinkman wordt beoogd dat het aantal specifieke uitkeringen vanuit het Rijk naar gemeenten in de toekomst wordt verminderd. Ook voor dit besluit is zorgvuldig bekeken of een andere vorm van bekostiging haalbaar was. De conclusie hiervan is dat de bijdrage voor de bestrijding van onderwijsachterstanden aan gemeenten voor de komende vier jaar in de vorm van een specifieke uitkering wordt uitgekeerd. De belangrijkste reden hiervoor is dat het beleid ten aanzien van de voor- en vroegschoolse educatie en schakelklassen nog volop in ontwikkeling is en dat in de komende periode de effecten van deze voorzieningen op het inlopen van achterstanden goed worden gevolgd. Voor de periode na dit besluit, na 2010, zal de wijze van bekostiging voor de bestrijding van de onderwijsachterstanden worden geëvalueerd. De mogelijkheden zullen worden afgewogen voor verschillende wijzen van bekostiging; via het gemeentefonds, via een specifieke uitkering, in een brede doeluitkering (voor alle gemeenten) of een combinatie van de verschillende opties.

Bestedingswijze

Voor gemeenten die een specifieke uitkering ontvangen, geldt een bestedingsverplichting voor VVE en schakelklassen. Deze bestedingsverplichting is er op gericht om de landelijkedoelstellingen te realiseren. Ten aanzien van VVE wordt verwacht dat hiermee landelijk in totaal 70% van de doelgroepkinderen in de voorschoolse periode kan worden bereikt. Ten aanzien van schakelklassen is de verwachting dat in totaal jaarlijks circa 9.000 leerlingen deelnemen aan het onderwijs in een schakelklas, waardoor in de gehele periode in totaal 36.000 leerlingen hebben deelgenomen aan een schakelklas. Met de grote steden zijn afspraken gemaakt over het bereik in de voorschoolse periode en over het aantal te realiseren schakelklassen. De verhoogde ambitie ten aanzien van het bereik in de voorschoolse traject en de gewijzigde indicator voor schakelklassen (het aantal leerlingen dat deelneemt aan een schakelklas in plaats van het aantal schakelklassen) kunnen aanleiding zijn vo or de aanpassing van deze afspraken.

Verantwoordingswijze

De verantwoording richt zich op een rechtmatige besteding van de specifieke uitkering. Voor alle gemeenten geldt dat wordt aangesloten bij de verantwoordingssystematiek volgens de commissie Brinkman. De verantwoording van de specifieke uitkering voor het onderwijsachterstandenbeleid zal op grond van het kabinetsstandpunt Brinkman (Brief van de minister voor bestuurlijke vernieuwing en koninkrijksrelaties, kabinetsreactie op het rapport Anders gestuurd, beter bestuurd, Tweede Kamer, vergaderjaar 2004-2005, 29 800 B, nr.16) plaats vinden via de gemeenterekening. In een afzonderlijke bijlage bij de gemeenterekening wordt de verantwoordingsinformatie over het onderwijsachterstandenbeleid opgenomen. Er hoeft door de gemeente geen afzonderlijke accountantsverklaring over de besteding van de specifieke uitkering meer opgesteld te worden.

In een algemene maatregel van bestuur van het Ministerie van BZK zal de verantwoording over de specifieke uitkering op grond van de artikelen 24, derde lid, en 58a van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten plaats gaan vinden via de bijlage bij de jaarrekening van de gemeente. Aanvullend daarop zal in een ministeriële regeling worden geregeld welke gegevens de gemeente moet opnemen in de jaarrekening. Deze gegevens zijn voor het onderwijsachterstandenbeleid:

In 2006:

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed ter voorbereiding van het inrichten vanschakelklassen (niet meer dan 20%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed voor overige of coördinerendeactiviteiten gerelateerd aan het onderwijsachterstandenbeleid (niet meer dan 15%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan vroegschoolse educatie (ten hoogste het bedrag dat in de periode 2005-2006 is besteed aan vroegschoolse educatie)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan voorschoolse educatie

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan schakelklassen op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

· Het aantal kinderen dat deelneemt aan een programma voor voorschoolse educatie

· Het aantal leerlingen dat deelneemt aan een schakelklas op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

In 2007:

· welk deel van de specifieke uitkering tot 1 augustus 2007 is besteed ter voorbereiding van het inrichten van schakelklassen (niet meer dan 20%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed voor overige of coördinerende activiteiten gerelateerd aan het onderwijsachterstandenbeleid (niet meer dan 15%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan vroegschoolse educatie (niet meer dan in de periode 1-8-2005-2006)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan voorschoolse educatie

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan schakelklassen op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

· Het aantal kinderen dat deelneemt aan een programma voor voorschoolse educatie

· Het aantal leerlingen dat deelneemt aan een schakelklas op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

In 2008:
· welk deel van de specifieke uitkering is besteed voor overige of coördinerende activiteiten gerelateerd aan het onderwijsachterstandenbeleid (niet meer dan 15%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan voorschoolse educatie

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan schakelklassen op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

· het aantal kinderen dat deelneemt aan een programma voor voorschoolse educatie

· het aantal leerlingen dat deelneemt aan een schakelklas op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

In 2009:

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed voor overige of coördinerende activiteiten gerelateerd aan het onderwijsachterstandenbeleid (niet meer dan 15%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan voorschoolse educatie

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan schakelklassen op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

· het aantal kinderen dat deelneemt aan een programma voor voorschoolse educatie

· het aantal leerlingen dat deelneemt aan een schakelklas op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

In 2010:

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed voor overige of coördinerende activiteiten gerelateerd aan het onderwijsachterstandenbeleid (niet meer dan 15%)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan voorschoolse educatie

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan vroegschoolse educatie (op nul gesteld)

· welk deel van de specifieke uitkering is besteed aan schakelklassen op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs

· het aantal kinderen dat deelneemt aan een programma voor voorschoolse educatie

· het aantal leerlingen dat deelneemt aan een schakelklas op grond van de artikelen 166 en 166a van de Wet op het primair onderwijs