Beschuldiging seksueel misbruik lang geleden: Wat te doen als bestuur?

Wat als je als school geconfronteerd wordt met een melding van seksueel misbruik in het verleden, door leerkracht/voormalig directeur? Mag je die persoon meteen op non-actief stellen en ontslaan ? Heeft de werknemer recht op een uitkering,  moet de werkgever … Lees verder

Wat als je als school geconfronteerd wordt met een melding van seksueel misbruik in het verleden, door leerkracht/voormalig directeur?
Mag je die persoon meteen op non-actief stellen en ontslaan ?
Heeft de werknemer recht op een uitkering,  moet de werkgever de werknemer daarnaast nog een vergoeding betalen?  De Centrale Raad van Beroep, de hoogste rechterlijke instantie voor het bestuursrecht waar het openbaar onderwijs in Nederland onder valt, heeft hier onlangs uitspraak over gedaan. (1)

De casus

De leerkracht is sinds eind jaren ’70 in dienst. In 2006 meldt oud-leerlinge dat de leerkracht in de jaren ’80, toen zij 11 jaar oud was, zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik. De directeur neemt de kwestie serieus en doet aangifte bij de politie. De politie heeft een gesprek gevoerd met de oud-leerlinge en gemeld dat de zaak was verjaard.

Vervolgens hebben oud-leerlinge en haar zus een gesprek gehad met het bestuur. Het bestuur vindt de beschuldigingen zo ernstig dat de leerkracht niet meer voor klas mocht staan. De leerkracht heeft meteen een brief gestuurd aan het bestuur en ontkend dat hij zich zou hebben misdragen. De leerkracht geeft aan zeer aangedaan te zijn door de valse beschuldigingen, hij in het onderwijs niet meer de persoon kan zijn die hij wil zijn en hij als het bestuur tot een ontslag overgaat, zich daarbij zal moeten neerleggen. Maar wel onder bepaalde voorwaarden. Er volgen onderhandelingen, maar geen overeenstemming. Aan de leerkracht wordt vervolgens  ontslag verleend. Niet vanwege disfunctioneren of plichtsverzuim maar wegens het bestaan van een impasse (gewichtige redenen). Aan de leerkracht wordt geen ontslagvergoeding betaald.
De leerkracht is tegen het ontslag in beroep gegaan.

De uitspraak

De Raad vindt dat het bestuur de melding terecht serieus heeft genomen. Maar dat het bestuur de indruk heeft gegeven de beschuldigingen voor geloofwaardig aan te nemen. Er is gezegd dat de stellige indruk bestaat dat het een authentiek verhaal was en dat er geen reden was om aan de oprechtheid van  beide vrouwen te twijfelen.  

De Raad oordeelt dat het niet mogelijk is om uit een enkele aangifte of verklaring van een mogelijk slachtoffer van seksueel misbruik conclusies ten aanzien van het waarheidsgehalte van die aangifte te trekken.

Bovendien moet een werkgever als hij met een dergelijke beschuldiging wordt geconfronteerd óók het belang van zijn werknemer in het oog houden. Het bestuur had zich dan ook meer onbevangen tegenover de leerkracht op moeten stellen. Toen bleek dat er sprake was van verjaring had het bestuur nogmaals moeten overleggen met de vertrouwensinspecteur, over hoe nu verder. Het bestuur heeft de leerkracht verweten dat hij geen opening van zaken heeft gegeven. Echter de Raad kan zich deze houding voorstellen, gelet op de opstelling van het bestuur. Ook vindt de Raad het begrijpelijk dat de leerkracht niet op het aanbod van het bestuur in het kader van een vertrekregeling is gegaan, omdat het bestuur hem geen aanvullende regeling heeft aangeboden. Dit terwijl niet hij maar het bestuur ervoor had gezorgd dat er een impasse was ontstaan.

De conclusie is aldus dat het bestuur verantwoordelijk is voor het ontstaan en voortbestaan van de impasse. Daarom heeft de werknemer naast een uitkering nog recht op een aanvulling van het bestuur. Deze aanvulling dient overigens alleen als compensatie voor het aandeel dat het bestuur heeft in het ontstaan van de impasse en niet als schadevergoeding. Daarover spreekt de bestuursrechter zich niet uit in een beroepsprocedure.

Om op de vraag terug te komen, wat moet je als bestuur doen? Zonder vooringenomenheid naar alle partijen luisteren, overleggen met de vertrouwensinspecteur en dan besluiten of ontslag gerechtvaardigd is.

Mevrouw mr. E.(Ellen) M.Kauffman.

Bent u onderwijswerkgever en hebt u naar aanleiding van dit stuk een vraag? Dan kunt u bellen met Ellen of een van de andere onderwijsjuristen van VOS/ABB De Onderwijsjuristen en -advocaten. Tel 0348-405206, secretariaat.

(1) Centrale Raad van Beroep van 4 maart 2010, LJN: BL6927 08/5208 AW