Bestuur openbaar onderwijs Rotterdam moet beter

Binnen het Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) moet een bestuurs- en managementcultuur van bescheidenheid en eenvoud worden gecreëerd. Dat staat in het adviesrapport van de commissie Governance Openbaar Onderwijs. Lees verder

Het Rotterdamse college van B&W gaf in juni aan Job Cohen de opdracht om met de commissie Governance Openbaar Onderwijs grondig onderzoek te doen naar BOOR. In de commissie zaten naast Cohen oud-directeur Philip Geelkerken van VOS/ABB (die nu directeur is van het CAOP) en directeur Jan de Vries van MEE Nederland (voorheen CDA-Tweede Kamerlid). De commissie werd ondersteund door onder anderen Klaas te Bos van VOS/ABB.

Aanleiding voor het instellen van de commissie was de bestuurlijke en financiële crisis waarin de verzelfstandigde Rotterdamse stichting voor openbaar primair en voortgezet onderwijs terecht was gekomen. Vanwege deze crisis trad het bestuur af en moest bestuursvoorzitter Wim Blok terugtreden.

De commissie komt in haar rapport met een reeks aanbevelingen voor een beter bestuur. Zo valt op dat de commissie aandringt op een bestuurs- en managementcultuur van bescheidenheid en eenvoud die in dienst staat van het primaire proces in de school. Kennelijk is die cultuur er nu nog niet of in onvoldoende mate. Dit advies kan in verband worden gebracht met de ophef die ontstond naar aanleiding van de vele buitenlandse dienstreizen van bestuursvoorzitter Blok, waarvan het maar zeer de vraag was of die in dienst stonden van het onderwijs.

De commissie adviseert ook om de verantwoordelijkheden zo laag mogelijk in de organisatie neer te leggen. ‘Pas het subsidiariteitsbeginsel toe op het onderwijs binnen BOOR. Verantwoordelijkheden liggen op het schoolniveau, tenzij kwaliteit en doelmatigheid aanwijsbaar een hoger schaalniveau noodzakelijk maken’, zo staat in het rapport. Van groot belang is ook om ‘op korte termijn de financiële administratie en de planning en control binnen BOOR op orde te brengen’.

BOOR hoeft wat de adviescommissie betreft niet te worden opgesplitst in verschillende delen om de onderwijsorganisatie zo beter behapbaar te maken. Als daar wel voor zou worden gekozen, bestaat het gevaar dat de aandacht daarnaartoe gaat in plaats van naar de noodzakelijke verbeteringen in de inrichting en de aansturing van de organisatie. BOOR is met ruim 30.000 leerlingen het grootste bestuur voor primair en voortgezet onderwijs van Nederland.

De bestuurlijke en financiële crisis in het Rotterdamse openbaar onderwijs en het advies van de commissie volgen op een bouwfraudezaak binnen BOOR. Deze fraudezaak, die nog door de recherche wordt onderzocht, staat los van de governance-adviezen voor een beter bestuur.

U kunt het adviesrapport downloaden uit de rechterkolom.

Bijlagen