Bestuursbureaus komen miljoenen te kort

De bovenschoolse managementbureaus in het primair onderwijs komen jaarlijks zo’n honderd miljoen euro tekort op hun begroting. Zij vullen dat gat met geld dat eigenlijk voor een ander doel is bestemd. Als in augustus de lumpsumfinanciering in het primair onderwijs wordt ingevoerd, kan het tekort nog oplopen. Lees verder

Deze conclusie trekt directeur Philip Geelkerken van VOS/ABB naar aanleiding van een onderzoek naar de bovenschoolse managementbureaus in het primair onderwijs. Hij deed zijn uitspraak vandaag bij de presentatie van dit onderzoek in perscentrum Nieuwspoort in Den Haag. Onderwijsminister Maria van der Hoeven nam daar het onderzoeksrapport in ontvangst.

Minister Van der Hoeven ontvangt het rapport uit handen van VOS/ABB-directeur Philip Geelkerken

Het onderzoek is uitgevoerd door het bureau ITS van de Radbouduniversiteit Nijmegen, dat daarvoor circa 350 besturen in het basisonderwijs ondervroeg. Het Rijk vergoedt de schoolbesturen jaarlijks zo’n 131 miljoen euro voor de kosten voor bestuur en management. De uitgaven van de bestuursbureaus blijken in totaal 248 miljoen euro te belopen, inclusief de kosten voor uitbesteding van taken aan bijvoorbeeld administratiekantoren.

De meeste besturen geven in het onderzoek aan dat zij het geld dat zij te kort komen om aan alle noodzakelijke uitgaven voor bestuursondersteuning te kunnen voldoen, nu uit andere bronnen onttrekken, waaronder de eigen reserves. Ook worden de budgetten voor personele kosten en het schoolmaterieel budget afgeroomd.

Een gat
Philip Geelkerken, directeur VOS/ABB drong bij de overhandiging van het eerste rapport aan de minister van Onderwijs Maria van der Hoeven erop aan om extra geld voor de bovenschoolse bestuursbureaus vrij te maken.

 ‘Uit het onderzoek blijkt dat gemiddeld 3,8 procent van de begroting van een school wordt besteed aan bovenschools management. Dat is op zichzelf niet eens zoveel, maar toch zit er een gat in de dekking daarvan. Nu komen de scholen al zo’n honderd miljoen euro tekort. Er wordt nu geld uitgegeven dat eigenlijk voor een ander doel bestemd was”,  aldus Geelkerken in zijn toelichting.

In haar reactie wees minister Van der Hoeven erop dat er al eerder geld is uitgetrokken voor versterking van het management in het po. Zij wil nagaan hoe dat in de praktijk uitpakt. Overigens zei ze het belangrijk te vinden dat VOS/ABB de Code Goed Onderwijsbestuur heeft ontwikkeld, omdat die de transparantie binnen schoolbesturen bevordert en daarmee ook het inzicht in de salarissen van het management.

Zuinig
Uit het onderzoek blijkt dat de bestuursbureaus bijzonder effectief en kostenbewust werken. Geelkerken: “Dit is in tegenstelling tot wat vaak wordt gedacht. De bovenschoolse managementbureaus worden bovendien steeds belangrijker nu er door fusies en bestuurlijke ontvlechting ook in het primair onderwijs grotere samenwerkingsverbanden ontstaan. De bureaus ontlasten en ondersteunen de scholen waardoor deze beter in staat zijn om zich te richten op datgene waar ze goed in zijn, namelijk de uitvoering van het onderwijskundig beleid ”.

De besturen, zo blijkt uit het onderzoek gaan redelijk zuinig om met de bovenschoolse managementbureaus. Er worden geen hoge salarissen betaald en de kosten zijn gemiddeld. Per honderd personeelsleden in de school tellen de bureaus gemiddeld drie personeelsleden. De totale kosten van de bureaus bedragen gemiddeld 3,8% van de totale begroting.

Reserves 
De inschaling van het personeel op de bovenschoolse managementbureaus is niet uitzonderlijk hoog en vergelijkbaar met andere sectoren. Zo zijn de meeste directieleden tussen schaal 12 en 14 ingeschaald. In totaal blijkt dat acht van de tien besturen erin slagen om de uitgaven te dekken. Hiervoor moeten dan wel vaak andere bronnen  worden aangeboord, zoals  de eigen reserves of afroming van het personele en materiële budget van de scholen.

Kortlopend Onderwijsonderzoek
VOS/ABB diende in 2004 de onderzoeksaanvraag in bij het LPC Kortlopend Onderwijsonderzoek. Aanleiding was de aangekondigde lumpsumfinanciering in het Primair Onderwijs. Deze nieuwe financieringswijze brengt voor veel schoolbesturen grotere vrijheden, maar ook meer verantwoordelijkheden met zich mee. Het is de eerste keer dat een dergelijk breed onderzoek heeft plaatsgevonden onder bovenschoolse managementbureaus in het primair onderwijs. Het onderzoek is binnen het ITS uitgevoerd door Froukje Wartenberg en Nico van Kessel.

Het complete rapport is te downloaden uit de rechterkolom hiernaast.

Informatie: Jan Scholten, 0348-405235, jscholten@vosabb.nl.

Bijlagen