Beter toezicht kinderopvang, maar nog niet goed genoeg

De verbetering van het toezicht op de kinderopvang door de gemeenten heeft zich in 2012 doorgezet. Dit constateert de Inspectie van het Onderwijs in het rapport Kwaliteit gemeentelijk toezicht kinderopvang 2012/2013.

Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op en de handhaving van de kwaliteit van de kinderopvang. Zij moeten alle kinderopvangcentra (dagopvang, buitenschoolse opvang, peuterspeelzalen en gastouderbureaus) jaarlijks door de GGD laten controleren. De Inspectie van het Onderwijs ziet erop toe of de gemeenten deze wettelijke taak goed uitvoeren.

Uit het toezicht door de inspectie in 2012 blijkt dat toen 90 procent van het verplicht aantal onderzoeken door de gemeenten is uitgevoerd. Hiermee kwam het percentage op hetzelfde niveau als 2010, na een tussentijdse daling tot 86 procent in 2011. Het aandeel gemeenten dat alle verplichte onderzoeken realiseert, is teruggelopen van 52 naar 36 procent, maar 66 procent bezoekt ten minste 9 op de 10 locaties (tegen 64 procent in 2011).

De inspectie meldt dat gemeenten in 2012 en 2013 goede stappen hebben gezet in de verbetering van de handhaving. ‘Zij handhaven vaker en consequenter. Daardoor is het aantal achterblijvende gemeenten behoorlijk gedaald’, aldus de inspectie.