Boerka op openbare school? Er zijn grenzen!

“Moslimjongeren moeten in het openbaar onderwijs terecht kunnen zonder hun religie te verloochenen, maar er zijn ook grenzen aan wat er kan op de openbare school met betrekking tot religie. Op school een boerka dragen kan niet. Dat gaat over die grens heen. Ook minister Plasterk deelt die opvatting”, aldus Theo Hooghiemstra, directeur van VOS/ABB, de werkgeversorganisatie voor het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs. Hij reageert daarmee op het interview dat Ahmed Marcouch, voorzitter van de stadsdeelraad Slotervaart in Amsterdam gaf in het Parool van afgelopen zaterdag. Lees verder

Marcouch stelt in het interview dat islamitische scholen eigenlijk ontstaan zijn uit nood omdat op openbare scholen geen ruimte was voor religie en moslims zich constant moeten verantwoorden. Marcouch vindt dat openbare scholen geen centraal beleid hebben over bijvoorbeeld het dragen van een hoofddoekje, het al dan niet gemengd douchen en zwemmen, en feestdagen. Dit soort zaken wordt volgens hem door een schooldirecteur bepaald, terwijl uitgangpunt moet zijn dat een moslimjongere in het openbaar onderwijs terecht kan zonder zijn religie te verloochenen. De stadsdeelvoorzitter raakt hier één van de fundamentele beginselen van het openbaar onderwijs, namelijk dat het openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing. Dat betekent onder meer dat niemand zijn godsdienst of levensbeschouwing op een openbare school hoeft te verloochenen.

Echter, net als andere in de grondwet verankerde rechten zoals vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw en verbod op discriminatie is de eerbiediging – vrijheid – van godsdienst geen absoluut gegeven. Hooghiemstra: “Marcouch bepleit dat het dragen van een boerka op de openbare school zou moeten kunnen, maar de regering heeft daar al een standpunt over ingenomen. Minister Plasterk heeft aangekondigd dat het dragen van een boerka op de openbare school verboden gaat worden. VOS/ABB is met de regering van mening dat op een school het contact van aangezicht tot aangezicht van essentieel belang is. Een hoofddoek hoeft daar geen belemmering voor te zijn.”

Levensbeschouwelijk vormingsonderwijs
Volgens Hooghiemstra bieden openbare scholen ouders de gelegenheid om hun kinderen godsdienstig of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs te laten volgen. Dit is een recht van ouders en geen verplichting. Voor dit onderwijs treedt de openbare school op als gastheer. De leraar die dit onderwijs verzorgt valt niet onder de verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag van de school maar onder het genootschap op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag die de leraar ter beschikking stelt. Deze regeling komt voort uit het principe van ‘scheiding kerk en staat’.

Actief pluriforme opdracht
Een belangrijk uitgangspunt is dat het openbaar onderwijs bijdraagt ‘aan de ontwikkeling van de leerlingen met aandacht voor de godsdienstige, levensbeschouwelijke en maatschappelijke waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Dit wordt ook wel de actief pluriforme opdracht van het openbaar onderwijs genoemd’. Daarbij kan aandacht worden besteed aan scheppingsverhalen die in verschillende godsdiensten voorkomen. De evolutieleer vormt echter het wetenschappelijke uitgangspunt voor de verklaring en de ontwikkeling van het heelal, de aarde en de verschillende levensvormen en moet als zodanig worden onderwezen op de openbare school.