Boze brief naar PO-Raad over Participatiefonds

De PO-Raad krijgt van een aantal schoolbesturen het dringende verzoek zijn medewerking op te schorten aan een wetswijziging over het Participatiefonds. Ze willen dat de sectorraad hierover eerst een ledenraadpleging houdt.

Acht schoolbesturen hebben het bestuur van de PO-Raad een brief gestuurd om hun ongenoegen te uiten over de gang van zaken rond wat het Participatiefonds (Pf) een modernisering noemt. Het fonds spreekt van ‘het hervormen en verbeteren van de dienstverlening’ en een ‘nieuwe manier van vergoeden van werkeloosheidskosten’. Dat laatste wordt volgens het Pf ‘eenvoudiger en overzichtelijker’.

De afzenders van de brief aan de PO-Raad stellen dat zij van de ‘modernisering’ van het Pf veel nadelen zullen ondervinden. De administratieve beheerslasten zullen er volgens hen fors door toenemen ‘waardoor minder geld beschikbaar zal komen voor het onderwijs in de klas’. Ook zullen zij een financiële reserve moeten aanleggen ‘om toekomstige mogelijke uitkeringen te bekostigen’. Dat geeft volgens de briefschrijvers ‘voedsel aan het populistische beeld over rijke schoolbesturen’.

De voorgestelde andere werkwijze van het Pf brengt ook nog met zich mee, zo staat in de brief, dat van schoolbesturen blijkbaar wordt verwacht dat ze een afdeling Arbeidsbemiddeling inrichten. ‘Een nieuwe loot aan de stam van de door het Pf genoemde ‘gezonde bedrijfsvoering’?’, zo vragen zij zich retorisch af.

PO-Raad moet leden raadplegen!

De schoolbesturen nemen het de PO-Raad kwalijk dat die zijn goedkeuring heeft verleend ‘aan deze majeure wetswijziging’, zonder dat de sectorraad deze kwestie aan zijn leden heeft voorgelegd. ‘Wij roepen u dan ook nadrukkelijk op uw medewerking aan de wetswijziging op te schorten en alsnog over te gaan tot een ledenraadpleging en een brede verenigingsdiscussie.’

De afzenders melden in hun brief alvast dat zij in die discussie zullen pleiten voor volledige afschaffing van het Participatiefonds en over te stappen naar het model dat in het voortgezet onderwijs geldt, ‘waarbij vanzelfsprekend als voorwaarde geldt dat de kosten van dit model in de lumpsumvergoeding verdisconteerd dienen te worden’. Ze wijzen erop dat alleen al het in stand houden van het Pf jaarlijks 6 miljoen euro kost.

Lees de brief