Bruggen bouwen lijkt voorbij

In het conceptregeerakkoord staan maar weinig woorden die raken aan gezamenlijke maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het woord ‘samen’ bijvoorbeeld komt er nauwelijks in voor. ‘Elkaar’ ontbreekt helemaal en figuurlijke bruggen zijn er niet meer. Wat betekent dit voor het openbaar onderwijs? Lees verder

Het conceptregeerakkoord heeft een sterk liberaal stempel. Dat kan de verklaring zijn waarom woorden die duiden op een maatschappelijke gezamenlijkheid zeer zeldzaam zijn. Feit is dat dit in contrast staat met de idealen die het CDA tot nu toe had. Het motto van het door het CDA gedomineerde kabinet-Balkenende was immers ‘Samen werken, samen leven’.

Het regeerakkoord lijkt nu dus niet meer gebaseerd op maatschappelijke binding, maar veel meer op individuele verantwoordelijkheid. Met dat laatste is op zich niets mis. Bovendien is het een logisch gevolg van het feit dat de liberale VVD de grootste coalitiepartij wordt. Het past ook bij de PVV, die immers uit de VVD is voortgekomen. Maar individuele verantwoordelijkheid kan, als ik er door een openbaar-onderwijsbril naar kijk, alleen positief zijn als er ook een ideologisch uitgangspunt van maatschappelijke binding bestaat. Dat uitgangspunt mis ik nu. 

Wat betekent dit voor het openbaar onderwijs, dat immers samenbindende bruggen willen bouwen? Openbaar onderwijs gaat uit van maatwerk voor de individuele leerling – tot zover zou men dit liberaal kunnen noemen – maar openbare scholen zijn meer dan dat alleen. Ze zijn er ook om álle kinderen, ongeacht hun afkomst en levensbeschouwelijke uitgangspunten, te leren om samen maatschappelijke verantwoordelijkheid te dragen. Dit moet het openbaar onderwijs blijven nastreven, vind ik. Zeker nu.

Als ik het over goed onderwijs voor álle kinderen heb – de missie van de openbare scholen –  vind ik dat dit ook voor zorgleerlingen moet gelden. Voor deze groep zie ik het in de komende kabinetsperiode echter somber in. In de financiële bijlage bij het conceptakkoord staat dat er 300 miljoen euro extra moet worden bezuinigd op het toch al krappe budget voor de invoering van passend onderwijs. Daarbovenop komt dat het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs aan een maximumbudget worden gebonden.

Dit zal ertoe leiden dat leerlingen die door welke oorzaak dan ook grote moeite hebben om in het reguliere onderwijs mee te draaien, in problemen kunnen raken. We moeten helaas constateren dat de garantie op goed onderwijs, die we ook aan al deze leerlingen samen zouden moeten bieden, in de komende kabinetsperiode een illusie wordt. Dit moeten we elkaar niet aan willen doen, zeker niet in een land dat ondanks de economische crisis nog altijd welvarend is.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB