Veel WW’ers uit onderwijs willen niet terug

Van de 11.000 mensen uit het primair onderwijs die een werkloosheidsuitkering hebben, willen de meesten niet meer voor de klas. Dat concludeert onderzoeksbureau Regioplan.

Regioplan deed in opdracht van het ministerie van OCW onderzoek naar de ‘stille reserve’ in het primair onderwijs. Op basis van informatie van het Participatiefonds  blijkt dat in september 2018 ruim 11.000 mensen mensen een werkloosheidsuitkering kregen op grond van een eerder dienstverband in het primair onderwijs.

Van hen heeft bijna 90 procent een onderwijsbevoegdheid. ‘Dit zou betekenen dat er (…) een stille reserve (…) was van circa 9900 personen; ruim voldoende om de bestaande tekorten mee in te vullen’, zo staat in het onderzoeksrapport. Zo simpel is het echter niet: ‘Deze conclusie gaat niet alleen voorbij aan de vraag of deze groep kan terugkeren, maar ook of de groep wil terugkeren.’

Geen financiële noodzaak

Een groot deel van de stille reserve is oud, signaleert Regioplan. ‘Dit maakt dat een groot deel van de WW’ers (80%) voldoet aan de voorwaarden voor een aansluitende uitkering’, zo staat in het rapport. Hiermee hebben WW’ers recht op een uitkering tot hun 65e dan wel hun AOW-gerechtigde leeftijd. Dit betekent volgens de onderzoekers dat de financiële noodzaak voor een baan ‘niet overal aanwezig’ is.

Bovendien blijkt dat de WW-populatie niet evenredig is verdeeld over het land. In krimpregio’s met dalende leerlingenaantallen, zoals Noordoost-Nederland, Gelderland en Limburg, zijn relatief veel leraren werkloos. Veruit de meeste werkloze leraren willen niet verhuizen voor een nieuwe baan.

Lees meer…

Meer uren werken om lerarentekort tegen te gaan

Er is in het kader van het groeiende personeelstekort in het primair onderwijs een dialoog nodig om leraren in deeltijdbanen meer uren te laten werken. Dat vindt voorzitter Ton Groot Zwaaftink van het Arbeidsmarktplatform PO.

De meeste leraren in het primair onderwijs werken in deeltijd: 40 procent werkt twee tot vier dagen per week, bijna 15 procent maar één of twee dagen per week. Als deeltijders meer uren gaan werken, lost dat een groot deel van het personeelstekort op.

Groot Zwaaftink ziet dat scholen steeds vaker de dialoog aangaan over wat leraren kan overhalen om standaard meer uren te gaan werken. Ook signaleert hij dat steeds meer scholen alleen nog maar leraren willen die minimaal drie dagen per week werken. ‘We moeten doorgaan met in te spelen op wensen van deeltijdleraren en vaker werken met grote deeltijdbanen’, zegt de voorzitter van het Arbeidsmarktplatform PO.

Uit een enquête waaraan 900 leraren meededen, blijkt dat zij bereid zijn meer uren te werken als daar een financiële prikkel tegenover staat of als ze er interessante taken bij krijgen. De resultaten van de enquête zijn verwerkt in dit factsheet.

Lees meer…

Zelf lerarentekort tegengaan

Premier Mark Rutte zei vorig jaar in de talkshow van Jeroen Pauw dat het goed zou zijn als er in het onderwijs minder parttime wordt gewerkt. Op die manier kunnen volgens hem de leraren zelf het lerarentekort tegengaan.

De oproep van Rutte was niet nieuw. In een brief die onderwijsminister Arie Slob in augustus 2018 naar de Tweede Kamer stuurde, stond al dat een verhoging van de deeltijdfactor een manier kan zijn om het lerarentekort tegen te gaan. Als alle parttimers één dag per week meer gingen werken, zou het het lerarentekort zijn opgelost.

Ook bestuursvoorzitter Annemie Martens van Stichting PlatOO voor openbaar en algemeen toegankelijk basisonderwijs in Zuidoost-Brabant pleitte ervoor om leraren meer uren te laten werken om zo het lerarentekort tegen te gaan. Haar pleidooi stond vorig jaar in het Eindhovens Dagblad en op deze website verscheen er dit bericht over.

HRM-adviseur Willem Duifhuis pleitte in een ingezonden stuk, dat ook op deze website verscheen, voor een hoger uurloon voor leraren als die kiezen voor een werktijdfactor van 0,8 of meer. Op die manier zou volgens hem het aantal kleine deeltijders omlaag kunnen, waardoor het lerarentekort zou kunnen afnemen.

Mogelijk meer subsidie voor zij-instromers

De onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven onderzoeken of er meer subsidie kan komen voor zij-instromers. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Het aantal subsidieaanvragen voor zij-instromers neemt fors toe. Vorig jaar is voor bijna 1000 zij-instromers subsidie verstrekt. Dit jaar lag het aantal aanvragen tot de zomervakantie al boven de 1100. ‘Dat is goed nieuws. Maar het betekent wel dat het huidige budget niet toereikend is’, aldus de ministers.

Daarom onderzoeken zij of er binnen de onderwijsbegroting geld kan worden gevonden om meer subsidie beschikbaar te stellen voor mensen van buiten het onderwijs die voor de klas willen gaan staan. De ministers willen dit jaar alle aanvragen toekennen, mits die natuurlijk aan de voorwaarden voldoen.

Lees meer…

Slob raadt leraren af via uitzendbureau te werken

Onderwijsminister Arie Slob raadt leraren af om via een uitzendbureau te gaan werken. Zijn advies is ‘om voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Dat zegt hij in antwoord op Kamervragen van Kirsten van den Hul van de PvdA. Haar vragen aan de minister volgden op een artikel van de Algemene Onderwijsbond (AOb) over de beginnende leerkracht Donny Stumpel. Hij waarschuwt andere leerkrachten voor een ‘wurgcontract’ van het Haagse bemiddelingsbureau BRIXS.

Stumpel ontdekte dat hij voorlopig bij vrijwel geen enkele basisschool in Den Haag meer terecht kon voor een vaste baan als hij zou tekenen bij BRIXS, tenzij het schoolbestuur een afkoopsom voor hem zou betalen.

‘Geen onderwijsgeld naar afkoopsommen’

Van den Hul vindt dat niet kunnen, maar Slob is het daar niet mee eens. Hij wijst erop dat meer uitzendbureaus afkoopsom vragen als een werkgever een werknemer overneemt. Wel noemt de minister het ‘niet gewenst’ als daar onderwijsgeld aan wordt besteed. ‘De inzet zal moeten zijn dit te voorkomen’, aldus de minister.

Het is aan de leraren zelf om al of niet voor een uitzend- of bemiddelingsbureau te kiezen. Leraren die daarvoor kiezen, adviseert hij om in ieder geval het contract vooraf goed te lezen. Hoewel hij vindt dat leraren zelf mogen beslissen, raadt hen wel aan om in plaats van een uitzendbureau ‘voor een duurzaam dienstverband te kiezen’.

Lees meer…

Personeel tevreden over leidinggevenden

Wie in het primair onderwijs werkt, is over het algemeen tevreden over zijn of haar leidinggevende. Dat blijkt uit de Arbeidsmarktanalyse primair onderwijs 2019 van het Arbeidsmarktplatform PO.

Directeur Ton Groot Zwaaftink benadrukt dat het zeker in de huidige tijden van personeelstekorten belangrijk is dat er over het algemeen tevredenheid heerst over de leidinggevenden. ‘Personeel voelt zich blijkbaar door leidinggevenden goed begrepen en gesteund om voor de werkdruk oplossingen te vinden.’

Tevreden met werk

Uit de analyse blijkt ook dat het personeel in het primair onderwijs overwegend tevreden is met het werk. Het meest tevreden is men over de inhoud ervan, de werkzekerheid en het dienstverband. Minpunten die worden ervaren, is dat werktijden niet zelf kunnen worden bepaald. Ook zijn er zorgen over het salarisniveau.

Verder blijkt uit de arbeidsmarktanalyse dat het aantal fte aan onderwijsondersteuners tussen 2013 en 2018 met 20 procent is gestegen, tot ruim 23.830 fte. Groot Zwaaftink: ‘We ervaren in de dagelijkse praktijk dat de toename aan onderwijsondersteuners voor meer talentenmix in de teams zorgt en dat komt natuurlijk ten goede aan de leerlingen.’

Lerarentekort

Een ander punt dat uit de analyse naar voren komt, is dat het lerarentekort een probleem blijft. ‘We verwachten alleen al in 2019 een tekort van zo’n 1700 fte. Zonder beleidswijzigingen kan dat in 2024 oplopen tot ruim 4800 fte’, aldus Groot Zwaaftink.

Lees meer…

‘Leerkrachten kunnen imago onderwijs verbeteren’

Directeur Johan van den Beucken van de Nieuweschool en basisschool De Wissel in Panningen wil dat het vak van leerkracht weer de uitstraling krijgt die het verdient. Dat kan door positieve ervaringen te delen, zo schrijft hij in een zomergroet op LinkedIn.

‘Toch een opmerkelijke wereld, die onderwijswereld. Nog niet zo heel lang geleden werd er, door de beroepsgroep zelf, massaal gestaakt omdat lonen te laag zijn, de werkdruk veel te hoog is enz. enz. Het was (of leek in elk geval) een stuk minder leuk om te werken in het onderwijs’, aldus Van den Beucken.

‘En zie nu.. het ‘regent’ vacatures met de mooiste teksten op schitterende scholen (in elk geval op papier). Het fantastische vak leerkracht is de afgelopen jaren niet echt op een positieve manier in de media voorbij gekomen…..zonde wanneer er nu gepoogd wordt de juiste onderwijsmensen te overtuigen.’

Op veel zaken waarover werd en wordt geklaagd hebben de mensen in het onderwijs volgens hem zelf invloed en deze zijn, zo schrijft hij, positief te veranderen. ‘Deel juist die positieve ervaringen zodat het vak van leerkracht weer de uitstraling krijgt die het verdient.’

Dringend advies Slob: ‘Leraren altijd screenen’

Scholen doen er in het kader van de veiligheid goed aan bij het werven van leraren en ander personeel aandacht te besteden aan eerdere dienstverbanden. Ook raadt onderwijsminister Arie Slob scholen aan te checken waarom iemand bij zijn vorige werkgever vertrekt en om referenties te raadplegen.

Het dringende advies van Slob staat in antwoorden op Kamervragen van VVD’er Rudmer Heerema. Hij had de minister vragen gesteld naar aanleiding van de schorsing an een leraar van het rooms-katholieke DaCapo College in Sittard-Geleen. De leraar werd geschorst, nadat een leerlinge had geklaagd over ongepaste e-mails van hem.

Heerema wilde van de minister weten of er mogelijkheden zijn om te voorkomen dat leraren na te zijn weggestuurd wegens grensoverschrijdend gedrag op de ene school, gaan lesgeven op een andere school.

De minister antwoordt dat het screenen van personeel een taak is van de werkgever. Zij doen er volgens hem goed aan aandacht te besteden aan eerdere dienstverbanden en de reden van vertrek bij de vorige werkgever. Ook zouden ze altijd referenties moeten raadplegen.

Dit moeten scholen ook doen nu er sprake is van een toenemend lerarentekort, benadrukt Slob.

Lees meer…

Personeelstekort begin schooljaar: 1383 leraren

Voor de start van het schooljaar 2019-2020 wordt in het primair onderwijs een personeelstekort verwacht van 1383 leraren. Aan het begin van het nu aflopende schooljaar bedroeg het geschatte tekort 1262 leraren. Dat blijkt uit onderzoek van DUO Onderwijsonderzoek.

Uit het onderzoek komt ook naar voren dat er 318 schoolleiders worden gezocht. De meeste bestuurders geven echter aan dat ze geen vacatures hebben voor schoolleiders die direct na de zomervakantie moeten zijn vervuld. Het aantal openstaande vacatures voor onderwijsondersteunend personeel bedraagt 408.

Alle vacatures vervullen?

Het aandeel bestuurders dat verwacht aan het begin van het schooljaar alle vacatures te hebben vervuld, is toegenomen. Van hen verwacht 42 procent direct na zomervakantie geen vacatures meer te hebben; vorig jaar was dat 33 procent.

Bestuurders proberen het lerarentekort tegen te gaan door parttimers te vragen meer uren te gaan werken. Andere manieren om de nood te lenigen zijn het inzetten van LIO-stagiairs en het aannemen van onderwijsassistenten.

Besturen kunnen gemiddeld genomen 0,77 vacatures voor de vaste of tijdelijke formatie van leraren niet vervullen. Voor vervanging is dat 0,64 vacatures.

Kwaliteit onder druk

De meeste bestuurders geven aan dat het lerarentekort ervoor zorgt dat de kwaliteit van het onderwijs onder druk komt te staan. Dat komt bijvoorbeeld doordat ze geen of te weinig personeel kunnen vrijmaken voor professionaliseringsactiviteiten. Ook geven ze aan dat ze groepen moeten samenvoegen of onbevoegde leraren inzetten.

DUO Onderwijsonderzoek voerde het onderzoek naar de personeelstekorten uit in opdracht van de PO-Raad. Er werkten ruim 300 bestuurders aan mee.

Lees meer…

Mogelijk teambevoegdheid voor 10-14-scholen

Onderwijsminister Arie Slob onderzoekt of er een teambevoegdheid kan komen voor 10-14-onderwijs. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

In het schooljaar 2017-2018 zijn zes 10-14-scholen gestart met een pilot. Daar hebben zich in 2018-2019 nog eens zes initiatieven bij aangesloten. Deze scholen voor kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar bieden één programma aan met een doorlopende leerlijn van basis- naar voortgezet onderwijs.

Het doel van 10-14-scholen is om voor leerlingen het selectiemoment voor het voortgezet onderwijs uit te stellen. Ze bieden maatwerk voor brede talentontwikkeling. Het kabinet beschouwt 10-14-scholen in het licht van kansengelijkheid.

Problemen

De 10-14-scholen werken binnen de huidige wettelijke kaders. Dat leidt soms tot problemen. Zo blijkt het lastig om te werken met verschillende leraren die bevoegd zijn voor het primair of voortgezet onderwijs. Daarom gaat Slob nu onderzoeken of er een teambevoegdheid kan komen voor het 10-14-onderwijs.

‘Een leraar heeft dan de eigen bevoegdheid in één onderwijssoort. Deze bevoegdheden gezamenlijk vormen de bevoegdheid van het team als geheel’, aldus de minister.

Het probleem dat de leraren van 10-14-scholen onder verschillende cao’s vallen en dus verschillende salarissen krijgen, kan Slob niet oplossen. ‘De rijksoverheid is geen partner in de cao-afspraken. Ik laat het daarom over aan de besturen en de cao-partijen om hierover indien gewenst het gesprek te voeren’, aldus de minister.

Lees meer…

Ondersteuning VOS/ABB

VOS/ABB kan u adviseren over 10-14-onderwijs en u procesmatig begeleiden bij het opzetten van een 10-14-school. Ook kunnen wij u ondersteunen bij het opstellen van contracten en samenwerkingsovereenkomsten.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met onze adviseurs:

Rozemarijn Boer, 06-20010418, rboer@vosabb.nl
Arjen Toet, 06-51618659, atoet@vosabb.nl
Eline Vrenken, 06-11724058, evrenken@vosabb.nl

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u een handreiking over 10-14-onderwijs downloaden.

‘Kortere schoolvakanties om ouders te ontlasten’

De lange schoolvakanties zijn voor ouders ‘een hel’. Daarom moeten de vakanties korter worden. Dat zegt directeur Marjet Winsemius van de stichtingen Voor Werkende Ouders en BV Familie in het Algemeen Dagblad.

Het is volgens haar voor heel veel werkende ouders ‘een crime om die weken te overbruggen’. Ze noemt grootouders die kleinkinderen in de schoolvakanties opvangen ‘de redders van de werkende ouders’. Tegelijkertijd ziet ze dat het voor opa’s en oma’s steeds lastiger om bij te springen: ‘Zij werken zelf ook steeds langer door.’

BV Familie gaat deze zomer onderzoek doen naar hoe Nederlandse ouders de zes weken durende zomervakantie overbruggen. Winsemius wil de resultaten delen met de Tweede Kamer en daarbij de oproep doen de schoolvakanties in te korten.

Lees meer…

Plan voor één onderwijs-cao ‘indringend advies’

De onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob spreken van ‘een indringend advies’ aan de sociale partners om toe te werken naar één onderwijs-cao voor primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs. Dat staat in een brief aan de Tweede Kamer.

Het idee om in de toekomst nog maar één cao te hebben voor het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs komt van de Onderwijsraad. Die kwam ermee in het rapport Ruim baan voor leraren.

Zonder expliciet te vermelden dat zij één onderwijs-cao willen, geven Van Engelshoven en Slob in hun brief wel aan dat zij het beschouwen als ‘een indringend advies aan de sociale partners om hierin (…) hun verantwoordelijkheid te nemen’.

Het idee om in de toekomst nog maar één onderwijs-cao te hebben, houdt verband met het plan voor een nieuw bevoegdhedenstelsel. Daarin zouden geen strikte scheidingen meer moeten zijn tussen verschillende schoolsoorten.

Lees meer…

 

 

Nieuw bevoegdhedenstelsel moet leraren trekken

Voor leraren in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs komt er een ander bevoegdhedenstelsel. De minister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob willen daarmee werken in het onderwijs aantrekkelijker maken.

In een brief van de ministers aan de Tweede Kamer staat dat bevoegdheden worden gestapeld: ‘We ontwerpen compacte bevoegdheden, die op verschillende manieren samengevoegd kunnen worden. Het wordt dan bijvoorbeeld mogelijk te kiezen voor de breedte (een bevoegdheid voor één doelgroep over vakken heen) of voor de diepte (een vakspecialistische bevoegdheid voor meerdere doelgroepen).’

Een combinatie kan volgens hen nog steeds leiden naar een bevoegdheid zoals we die nu kennen. Als voorbeeld noemen ze de huidige eerstegraads bevoegdheid voor het voortgezet onderwijs. ‘Daarmee behouden we wat goed werkt en creëren ruimte voor specialisaties op specifieke onderdelen van het onderwijs.’

De ministers willen dat het nieuwe bevoegdhedenstelsel geen strikte scheidingen meer kent tussen verschillende schoolsoorten. Zo kan volgens hen niet alleen het vak van leraar aantrekkelijker worden gemaakt, maar kunnen ook meer kansengelijkheid en sociale cohesie tussen verschillende groepen leerlingen worden gecreëerd.

Lees meer…

Aanboren stille reserve gaat moeizaam

De re-integratie van werkloze leraren in het primair onderwijs verloopt moeizaam. Dat blijkt uit een brief van onderwijsminister Arie Slob aan de Tweede Kamer.

De minister reageert op vragen VVD’ers Rudmer Heerema en Dennis Wiersma naar aanleiding van een bericht van Omroep Brabant. Die regionale zender meldde dat 300 Brabantse basisschoolleraren werkloos thuiszitten, terwijl er een groot lerarentekort is.

Slob erkent dat de re-integratie van werkloze leraren ‘nog onvoldoende tot stand komt door een mix aan factoren’. Een oorzaak is de hoge leeftijd van leraren die in de WW zitten. Veel van hen zijn rond de 60 jaar oud. Ook is volgens de minister de regionale verdeling van vacatures en het aantal werklozen scheef.

Bovendien geven volgens Slob veel uitkeringsgerechtigden aan dat ze het onderwijs niet meer aankunnen.

Lees meer…

Cao-overleg geklapt, personeel staat ‘met lege handen’

De PO-Raad baalt ervan dat de vakbonden uit het cao-overleg zijn gestapt. ‘We wilden (…) een eerlijke beloning realiseren voor onderwijsondersteunend personeel en schooldirectie. Daar zitten ze al een jaar op te wachten. Dat kan nu niet doorgaan’, aldus voorzitter Rinda den Besten van de sectororganisatie.

Volgens Den Besten wilden de vakbonden ‘geen invulling geven aan de afspraak uit het vorige akkoord om te komen tot verrekening van de transitievergoeding met de bovenwettelijke uitkering’. Deze afspraak is onderdeel van de voorwaarden die het kabinet stelde bij het toekennen van de 270 miljoen euro voor hogere lerarensalarissen. Doordat de vakbonden zijn weggelopen van de cao-onderhandelingen, staan de mensen die in het primair onderwijs werken nu ‘met legen handen’, aldus Den Besten.

‘Met PO-Raad viel niet te praten’

De Algemene Onderwijsbond (AOb) verdedigt het besluit om weg te lopen van de onderhandelingstafel door te stellen dat er niet met de PO-Raad viel te praten over het gelijktrekken van de lonen in het primair onderwijs met die in het voortgezet onderwijs.

Den Besten stelt dat daar niet genoeg geld voor is, maar CNV Onderwijs vindt dat onzin. Er moet volgens de christelijke bond geld bij. ‘Of het geld vanuit de PO-Raad moet komen of uit Den Haag, dat maakt ons niet uit’, zo meldt CNV Onderwijs.

‘Teleurstellend en onbegrijpelijk’

Voorzitter Petra van Haren van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) vindt het ‘teleurstellend en onbegrijpelijk’ dat de cao-onderhandelingen zijn afgebroken. Zij voegt daaraan toe dat de AVS alleen akkoord gaat ‘met een fatsoenlijk salaris en daarmee erkenning voor (adjunct-)directeuren’, aldus Van Haren.

Onderzoek naar identiteitsvorming en radicale uitingen

Uw school kan meedoen aan een onderzoek naar identiteitsvorming van kinderen en jongeren. Het richt zich op hun idealen en eventuele radicale uitingen. Het onderzoek begint in oktober.

De onderzoekers beseffen dat radicale uitingen polariseren, maar zij vragen zich af of die uitingen altijd een veiligheidsrisico zijn. ‘Misschien schuilt achter de opstandigheid namelijk potentieel voor burgerschap! We willen weten welke rol de identiteitsontwikkeling bij de vorming van sociale opvattingen speelt en hoe leraren hiermee kunnen omgaan’, zegt Lea Echelmeyer van de VU.

Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Vrije Universiteit in Amsterdam, het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en het Verwey-Jonker Instituut. Het richt zich op het primair en voortgezet onderwijs.

Lees meer…

Leraren meer ondersteunen bij passend onderwijs

Scholen, besturen en samenwerkingsverbanden kunnen meer doen om leraren te ondersteunen bij passend onderwijs. Dat stelt onderwijsminister Arie Slob in reactie op een recente enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daaruit kwam naar voren dat veel leraren passend onderwijs niet aankunnen.

Hij benadrukt in een brief aan de Tweede Kamer onder andere het belang van goed strategisch personeelsbeleid. Daarbij verwijst hij naar een onderzoek waaruit bleek dat het mogelijk is leraren meer mee te laten denken over passend onderwijs. ‘Vanuit schoolleiders, bestuurders en samenwerkingsverbanden moet met leraren gemonitord worden of de geboden voorzieningen voldoende zijn.’

Grote reserves en solidariteit

Ook noemt de minister de grote financiële reserves van een deel van de schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. ‘Hoewel incidenteel, kunnen en moeten deze middelen benut worden om leraren te ontlasten en leerlingen beter te ondersteunen.’

Daarnaast kunnen samenwerkingsverbanden meer doen om de solidariteit onder scholen te vergroten. Dat kan volgens Slob door meer geld te geven aan scholen met relatief veel leerlingen met een ondersteuningsbehoefte.

Lees meer…

Minder seizoenswerkloosheid door lerarentekort

Het grote personeelstekort in het basisonderwijs zorgt ervoor dat de zomerpiek van het aantal werkloze leerkrachten in de WW afneemt. Dat meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op Kamervragen van D66.

D66-Tweede Kamerlid Paul van Meenen wilde van Slob weten hoe die denkt over het feit dat het basisonderwijs wat betreft werkloosheid het sterkste seizoenspatroon heeft, met een piek in de zomervakantie.

De minister wijst erop dat die piek voor een groot deel is te verklaren door de wisseling van het schooljaar. Hij verwacht echter dat door het grote lerarentekort de WW-piek in het basisonderwijs zal afnemen. Die dalende trend is volgens hem al ingezet, met een afname van 38 procent in 2018 ten opzichte van 2017.

Lees meer…

AOb heeft zichzelf buitenspel gezet, zegt Slob

De Algemene Onderwijsbond (AOb) heeft geen rol meer bij de gezamenlijke aanpak van het lerarentekort. Daar heeft de bond zelf voor gekozen, meldt onderwijsminister Arie Slob in antwoord op vragen de PvdA.

PvdA-Tweede Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister weten hoe hij de rol van de AOb ziet bij de aanpak van het lerarentekort. Slob antwoordt daarop dat die rol er niet meer is, omdat de AOb zichzelf heeft teruggetrokken uit het overleg hierover.

De minister voegt hieraan toe dat hij het liefst met zoveel mogelijk partijen om de tafel zit die een bijdrage kunnen leveren aan de aanpak van het lerarentekort. ‘Aan het landelijke overleg nemen dan ook vertegenwoordigers deel van schoolbesturen, schoolleiders, leraren, opleidingen en gemeenten.’

Maar het is volgens Slob dus de keuze van de AOb zelf geweest om niet langer deel te nemen aan het overleg. ‘Met de andere partijen zijn wij constructief verder gegaan met de aanpak.’

Lees meer…

Leraren blij met baan, maar willen meer waardering

De overgrote meerderheid van de Nederlandse leraren is blij met hun baan. Dat blijkt uit het internationale onderzoek TALIS 2018, melden de onderwijsministers Arie Slob en Ingrid van Engelshoven.

Uit het onderzoek blijkt echter ook dat maar drie op de tien leraren vinden dat hun beroep genoeg maatschappelijke waardering krijgt. De ministers noemen dat zorgelijk. Het is daarom mede in het licht van het lerarentekort volgens hen nodig de positieve kanten van het beroep meer in de schijnwerpers te plaatsen.

‘Door deze aantrekkelijke kanten van het beroep vaker te laten zien, kiezen mogelijk meer mensen voor een loopbaan in het onderwijs en kan het aanzien weer verbeteren. Het vak van leraar is een pittig beroep, maar ook een mooi beroep dat voldoening geeft en waar leraren tevreden vorm aan geven’, aldus de ministers in een brief aan de Tweede Kamer.

AOb: Veel leraren kunnen passend onderwijs niet aan

Veel leraren kunnen passend onderwijs niet aan, zo blijkt uit een enquête van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Met het begeleiden van kinderen met leer- en/of gedragsproblemen valt het naar omstandigheden nog wel mee; leraren hebben vooral moeite met het geven van onderwijs aan leerlingen met een verstandelijke beperking.

De AOb meldt dat de zorgvraag sinds de invoering van passend onderwijs complexer is geworden. ‘Leerlingen worden pas doorverwezen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs als het in de ‘gewone’ klas echt niet meer gaat. Ze raken hierdoor onnodig beschadigd, vinden hun leraren’, zo staat op de website van de bond.

‘Dat er problemen met passend onderwijs zijn, was al wel duidelijk. Deze enquête maakt inzichtelijk hoe groot het probleem is’, zegt AOb-beleidsmedewerker en onderzoeker Cornee Hoogerwerf.

Lees meer…

Tweede Kamer voor flexibele schooltijden

Een meerderheid in de Tweede Kamer wil een wettelijke basis voor flexibele schooltijden. Een motie daartoe van VVD, CDA en D66 is aangenomen.

In april werd bekend dat Slob had besloten een punt te zetten achter het experiment met flexibele schooltijden. Dit betekent dat alle scholen die aan het experiment begonnen, zich met ingang van het nieuwe schooljaar weer moeten houden aan de centraal vastgestelde vakanties en de vijfdaagse schoolweek.

De minister motiveerde zijn besluit door te wijzen op een onderzoek van de Inspectie van het Onderwijs. Daaruit blijkt dat flexibele schooltijden te veel risico’s met zich meebrengen voor de kwaliteit van het onderwijs. ‘Een school blijft een onderwijsinstelling en de onderwijskwaliteit staat voorop’, aldus de minister.

Wettelijke basis flexibele schooltijden

Het besluit van Slob leidde tot gefronste wenkbrauwen, vooral ook in de Tweede Kamer. Daarom kwamen VVD, CDA en D66 met een motie voor een wettelijke basis voor flexibele schooltijden. In de motie benadrukken zij dat het experiment op een aantal scholen goed is verlopen en dat ouders, leerlingen, docenten zeer tevreden waren.

Scholen zouden daarom moeten kunnen afwijken van de centraal vastgestelde vakanties en de schoolweek van vijf dagen, zo staat in de aangenomen motie.

Training om radicalisering te herkennen niet verplicht

Het ministerie van OCW blijft scholen wijzen op de mogelijkheid trainingen te volgen om radicalisering onder leerlingen beter te herkennen. Deze trainingen worden echter niet verplicht, meldt onderwijsminister Arie Slob.

‘Een specifieke training kan uiteraard helpen om het radicaliseringsproces tijdig te onderkennen en hier adequaat op te reageren’, aldus Slob in reactie op Kamervragen van de VVD. De Kamerleden Bente Becker en Rudmer Heerema hadden aan de bel getrokken bij de minister, nadat onder andere de NOS had gemeld dat maar heel weinig leraren een dergelijke training hebben gevolgd.

De minister vindt dat het aantal leraren dat een training heeft gevolgd om radicalisering beter te herkennen te wensen overlaat, maar hij is niet van plan om deze trainingen te verplichten. ‘Wel zullen we waar mogelijk scholen attenderen op de mogelijkheid’, aldus Slob.

Lees meer…

Format om werkdruk aan te pakken

Op het digitale Platform Werkdruk staat een format dat scholen kunnen gebruiken om werkdruk te verminderen. 

Het format biedt teams een structuur om doelstellingen en acties te formuleren en de gewenste resultaten in kaart te brengen. Teams kunnen het ook gebruiken voor evaluaties. Het format is ontwikkeld door het Arbeidsmarktplatform PO.

Lees meer…

Klassen basisonderwijs worden kleiner

De gemiddelde groepsgrootte in het basisonderwijs is in 2018 gedaald tot 23,0 leerlingen. Onderwijsminister Arie Slob spreekt op Twitter van ‘een zeer knappe prestatie in deze tijd van lerarentekort’. 

Slob meldt in een brief aan de Tweede Kamer dat tot 2013 sprake was van een lichte stijging van de gemiddelde groepsgrootte. Tussen 2013 en 2016 stabiliseerde het op 23,3 leerlingen. In 2018 is het gedaald tot 23,0.

In zijn brief staat ook dat de variatie in groepsomvang groot is. In ruim twee op de drie groepen zitten minder dan 26 leerlingen. In ruim een kwart zitten 26 tot 30 leerlingen. Eén op de 25 klassen heeft 31 tot 35 kinderen.

Er zijn ook nog heel grote klassen met meer dan 35 leerlingen, maar die zijn met één op 500 een zeldzaamheid. In 2015 was het aandeel ‘plofklassen’ (een term van onder andere de onderwijsvakbonden en de SP) nog twee keer zo groot.

Onderwijs anders organiseren? Eerst goede visie!

Het anders organiseren van het onderwijs vereist om te beginnen een goede visie. Daarnaast moet er voldoende tijd en draagvlak onder het personeel voor zijn. Dat blijkt uit een verkenning die het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion in het voortgezet onderwijs heeft laten uitvoeren.

Uit de verkenning blijkt ook dat met een andere organisatie van het onderwijs scholen hun leerlingen beter willen voorbereiden op het vervolgonderwijs, hun toekomstige baan en de maatschappij.

Breder perspectief

Een ander aspect dat uit de verkenning naar voren komt, is dat docenten een breder perspectief krijgen doordat zij intensiever bezig zijn met onderwijsontwikkeling, leerdoelen en leerlijnen. Intensieve samenwerking tussen docenten wordt als inspirerend ervaren, maar vraagt ook het nodige van hen.

Tevreden en gemotiveerd

In de praktijk blijkt dat een andere wijze van organiseren een positief effect heeft op de tevredenheid en motivatie van leerlingen. Ook versterkt het de relatie tussen leerlingen en het personeel op scholen. Het is niet duidelijk of ook de leerresultaten verbeteren.

Lees meer…