Lerarenbeurs aanvragen kan weer (t/m 30 juni)

De Lerarenbeurs kan weer worden aangevraagd. Bevoegde leraren in het primair en voortgezet onderwijs, het mbo en het hbo hebben daar de tijd voor tot en met 30 juni.

De Lerarenbeurs is bedoeld voor het volgen van een bachelor- of masteropleiding, een post-initiële masteropleiding of een premaster- of schakelprogramma dat voorafgaat aan een universitaire masteropleiding.

De beurs bestaat uit een financiële tegemoetkoming voor collegegeld en studie- en reiskosten. Het schoolbestuur dat de betreffende leraar in dienst heeft, kan subsidie krijgen voor het verlenen van studieverlof en het aanstellen van een vervanger.

Lees meer…

Medezeggenschap: handreiking financieel beleid

Het project Versterking medezeggenschap heeft de nieuwe handreiking Financieel beleid gepubliceerd.

Deze handreiking is bedoeld voor leden van medezeggenschapsraden. Er staat onder andere in wat de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) zegt over financieel beleid. De handreiking bevat ook een overzicht van de jaarcyclus met bijbehorende documenten.

Download de handreiking

Voortaan automatisch subsidie voor nieuwkomers

Middelbare scholen krijgen voortaan automatisch subsidie voor onderwijs aan nieuwkomers. Ze hoeven dat niet meer aan te vragen. Op deze manier wordt de administratieve last van de scholen verminderd.

De automatische toekenning van de subsidie gebeurt op basis van gegevens uit het Basisregister onderwijs (BRON) en de Basisregistratie personen (BRP).

Lees meer…

Primair onderwijs

Automatische toekenning van deze subsidie in het primair onderwijs kan niet, meldt het ministerie van OCW, omdat dat onderscheid kent tussen asielzoekerskinderen en andere nieuwkomers. Voor kinderen van asielzoekers krijgen scholen in het primair onderwijs een hogere aanvullende bekostiging dan voor andere nieuwkomers.

‘Of een kind een asielzoeker is kan en mag niet in BRON worden geregistreerd, dit maakt het dus niet mogelijk om de bekostiging automatisch te laten verlopen. In het voortgezet onderwijs is dit onderscheid er niet’, aldus het ministerie.

OCW teruggefloten: geen fusiecompensatie terugvorderen!

Het is in strijd met de rechtszekerheid om de overgang van leerlingen als vereiste te laten gelden bij de toekenning van fusiecompensatie. Dat blijkt uit een recente uitspraak van de Rechtbank Gelderland.

Het ministerie van OCW wilde ruim 143.000 euro terugvorderen van een stichting voor nationaal christelijk schoolonderwijs, omdat bij een fusie van twee basisscholen van deze stichting geen leerlingen van de ene naar de andere school waren overgegaan.

Het bestuur van de stichting voerde als tegenargument aan dat uit de Wet op het primair onderwijs nergens blijkt dat bij de samenvoeging van twee scholen sprake moet zijn van de overgang van leerlingen van de ene naar de andere school.

50 procent

Het ministerie stelde evenwel dat uit een toelichting op de wet zou blijken dat er bij samenvoeging sprake moet zijn van de overgang van 50 procent van het aantal leerlingen van de ene naar de andere school.

De rechtbank vindt het echter ‘in strijd met de rechtszekerheid (…) om doorslaggevende betekenis aan deze passage toe te kennen’. De conclusie van de rechtbank is dan ook dat er geen sprake kan zijn van terugvordering van fusiecompensatie.

In januari was er een vergelijkbare uitspraak van de Rechtbank Oost-Brabant. Die bepaalde ook dat het ministerie van OCW geen fusiecompensatie kon terugvorderen op basis van het criterium dat er sprake zou moeten zijn van de overgang van leerlingen.

Geen waarzeggers!

VOS/ABB is blij met deze uitspraken. Schoolbesturen kunnen nooit van tevoren weten of er bij een samenvoeging leerlingen overgaan van de ene naar de andere school. Niet het bestuur, maar de ouders bepalen immers waar hun kinderen naar school gaan.

Lees meer…

Informatie: Ronald Bloemers, 06-51914694, rbloemers@vosabb.nl

‘PO-Raad moet aanzet geven tot ontzuiling onderwijs’

Als we het verzuilde onderwijsbestel achter ons laten, komen er volgens HR-adviseur Willem Duifhuis miljarden euro’s vrij. Hij roept in een opiniestuk de PO-Raad op het initiatief te nemen om het huidige bestel te reorganiseren.

Duifhuis: ‘Voor basisonderwijs aan pakweg 1500 leerlingen worden soms wel 15 basisscholen in de lucht gehouden. Veelal vanuit de verschillende zuilen. Die leerlingen zouden ook naar drie grote scholen kunnen gaan. Scheelt 12 schoolgebouwen, 12 directeuren en heel veel bestuurskosten. En het stoppen van het betalen van geld aan schoolbesturen van welk geloof dan ook levert daarnaast een bijdrage aan de versterking van het onderwijs én brengt meer samenhang in de samenleving.’

‘Misschien is het idee om de kosten van de verzuiling eens goed in beeld te brengen. De PO-Raad kent vast wel iemand die dat kan. Vraag is uiteraard of de PO-Raad het aandurft. Er zitten immers de nodige mensen aan tafel die grote belangen hebben bij de huidige verdeling van de gelden’, aldus Duifhuis, die HR-adviseur in het primair onderwijs en vader van twee schoolgaande kinderen is.

Lees het opiniestuk van Willem Duifhuis

 

 

Bijna alle bestuurders in juiste bezoldigingsklasse

Het aantal onderwijsinstellingen dat voor bestuurders een hogere bezoldigingsklasse heeft berekend dan de Wet normering topinkomens (WNT) voorschrijft, is gedaald van iets minder dan 60 in 2016 naar 30 in 2017. Dat komt neer op 2 procent van het totaal. Dat melden de onderwijsminister Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in een brief aan de Tweede Kamer.

Als een instelling een te hoge bezoldigingsklasse heeft vastgesteld, leidt dat niet automatisch tot een overtreding van de WNT door de bestuurder. ‘In veel gevallen ontvangt de bestuurder, ondanks de indeling in de te hoge bezoldigingsklasse, een bezoldiging die onder het door OCW berekende WNT-maximum ligt’, zo benadrukken Van Engelshoven en Slob in hun brief.

De bezoldigingsmaxima voor schoolbestuurders liggen tussen 115.000 en 194.000 euro per jaar. Hoe kleiner de instelling is, hoe lager de bezoldigingsklasse en dus ook hoe lager het individuele WNT-maximum (en andersom).

Lees meer…

Schoolbesturen Amersfoort gaan over hun gebouwen

In de gemeente Amersfoort krijgen twee coöperaties van schoolbesturen zeggenschap over het groot onderhoud en de vernieuwing van hun gebouwen.

Het overhevelen van het onderhoud en de vernieuwing van schoolgebouwen van de gemeente Amersfoort naar de twee coöperaties van schoolbesturen voor primair respectievelijk voortgezet onderwijs heeft veel voeten in de lokale politieke aarde gehad. Het was de bedoeling dat het al per 1 januari 2018 een feit zou zijn, maar na veel getouwtrek tussen de gemeenteraad en het Amersfoortse college van B en W komt het er nu pas van.

Bredase model

De nieuwe werkwijze in Amersfoort sluit aan op wat al een aantal jaren bestaat in Breda. Daar werd in 2008 de coöperatieve vereniging Building Breda voor het voortgezet onderwijs opgericht, in 2014 gevolgd door BreedSaam voor het primair onderwijs.

In deze coöperaties werken de schoolbesturen met elkaar samen op gebied van onderwijshuisvesting. Het geld daarvoor krijgen ze van de gemeente. Deze werkwijze staat bekend als het Bredase model.

In 2013 heeft VOS/ABB een artikel over het Bredase model gepubliceerd:

Scholenbouw in stroomversnelling dankzij doordecentralisatie

Eerste Regeling bekostiging 2019-2020

De Eerste Regeling bekostiging PO 2019-2020 is gepubliceerd. Hieronder staat vermeld wat de belangrijkste punten zijn uit deze regeling.

  • De reguliere personele bekostigingsbedragen zijn opgehoogd met 0,43 procent. Door daling van de landelijke gewogen gemiddelde leeftijd (GGL) is de landelijke gemiddelde personeelslast (GPL) hierdoor gestegen met 0,049 procent. De uitwerking hiervan zal per schoolbestuur verschillen door de eigen GGL-fluctuatie.
  • Vanaf 2019-2020 geldt het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. In februari was al aangekondigd welke achterstandsscore elke school kreeg. Met de huidige regeling is duidelijk welk bedrag daarmee gemoeid is: 523,71 euro. Dit was al verwerkt in de rekentool van de PO-Raad die inzicht geeft in de beschikbare middelen per school. Schoolbesturen kunnen daar dus mee blijven rekenen. Voorheen zat er in het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid een deel van de middelen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid. Die middelen zijn daar uitgehaald en zitten in het bedrag, net als het stuk onderwijsachterstandsgeld dat in de materiële instandhouding zit. Alle ‘losse’ elementen zitten nu in het hierboven genoemde bedrag van 523,71 euro.
  • Het budget voor personeels- en arbeidsmarktbeleid is opgehoogd met 64,53 euro per leerling. Vakbond CNV Onderwijs is met onderwijsminister Arie Slob een kasschuif overeengekomen, waardoor een hoger bedrag aan werkdrukmiddelen eerder beschikbaar is. Hiermee is vanaf 2019-2020 per leerling 220,08 euro beschikbaar in plaats van 155,55 euro. Dit bedrag zal dan tot en met 2022-2023 beschikbaar zijn. Pas in schooljaar 2023-2024 komt naar verwachting het volledige bedrag ter beschikking van structureel circa 283 euro per leerling. Dat is twee jaar later dan vóór het akkoord van CNV Onderwijs met Slob.

Let op: voor fusies van scholen per 1 augustus 2019 geldt voor de berekening van de fusiecompensatie het nieuwe onderwijsachterstandenbeleid. Er komt binnenkort in onze online Toolbox een update van de tool voor het vaststellen van de fusiecompensatie.

Tweede en definitieve regeling

In september zal de Tweede Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd. Daarin zal in ieder geval de ophoging van de bekostiging als gevolg van de toepassing van de referentiesystematiek voor 2019 worden verwerkt. In september 2020 zal de Definitieve Regeling bekostiging PO 2019-2020 worden gepubliceerd, met daarin in ieder geval de aanpassingen aan de hand van de referentiesystematiek voor 2020.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Extra geld voor minder werkdruk heeft effect

De meeste leraren in het basisonderwijs merken dat met de inzet van extra geld van het kabinet de werkdruk omlaag gaat. Dat blijkt uit een onderzoek door DUO Onderwijsonderzoek en Advies.

Gevraagd naar het effect van het extra budget voor werkdrukverlaging, geven ruim zes op de tien leraren aan dat de werkdruk in meer of mindere mate is afgenomen. Ze hebben bijvoorbeeld meer tijd voor administratie of geven aan dat ze meer aandacht aan de leerlingen kunnen besteden. Andere leraren antwoorden dat ze nu minder hoeven te werken in de avonduren of in de weekends.

Eén op de drie zegt echter dat de inzet van het werkdrukgeld geen effect heeft gehad. Er zijn leraren die aangeven dat ze er niets van merken, doordat de maatregelen geen betrekking hebben op de dagen waarop zij werken. Het kan ook zijn dat met het geld maatregelen zijn genomen op andere scholen dan waarop de respondent werkt.

Lees meer…

 

Schoolleiders willen ‘loon naar werk’

Wat schoolleiders nodig hebben, is ‘loon naar werk’, meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

Terwijl 40.000 stakers op het Malieveld in Den Haag betoogden voor meer geld en minder werkdruk, waren honderden schoolleiders in Nieuwegein op het congres van hun vakbond AVS. Deze vakbond steunde de staking en het protest in Den Haag niet.

Schoolleider verdient minder dan leraar

Op het AVS-congres werd een peiling gehouden over de vraag wat schoolleiders nodig hebben om hun werk goed te doen. De meesten gaven aan: ‘loon naar werk’.

Een van de schoolleiders zei dat hij nu minder verdient dan toen hij nog leraar was. Een ander zei dat dit niet goed is voor de motivatie. Ook werd gesteld dat directeuren overal verantwoordelijk voor zijn en dat dat ‘totaal niet (wordt) gewaardeerd’.

Extra geld alleen maar naar leraren

Het extra geld voor hogere salarissen in het primair onderwijs is alleen naar de leraren gegaan, met de gedachte dat dat nodig zou zijn om het vak van leraar aantrekkelijker te maken.

De schoolleiders kregen er geen geld bij, terwijl ook zij een hoge werkdruk ervaren. Bovendien is er niet alleen een lerarentekort, maar ook een (relatief gezien nog groter) tekort aan directeuren. Het feit dat schoolleiders er geen geld bij hebben gekregen, heeft bij hen tot onvrede geleid.

Lees meer…

Onderwijsstaking AOb trekt 40.000 mensen

Ongeveer 40.000 stakers uit het onderwijs hebben vrijdag op het Malieveld in Den Haag betoogd voor meer geld en minder werkdruk.

De staking was georganiseerd door onder andere de Algemene Onderwijsbond (AOb). Het was de bedoeling van de AOb dat in het hele onderwijs zou worden gestaakt, maar veruit de meeste betogers waren afkomstig uit het basisonderwijs. Volgens de bond bleven zeker 2600 basisscholen dicht. De stakingsbereidheid in onder andere het voortgezet onderwijs was veel kleiner.

De staking en het protest op het Malieveld werden niet gesteund door CNV Onderwijs, de schoolleidersvakbond AVS en de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad.

Financiële bijdrage beïnvloedt voor 3% schoolkeuze

Voor 3 procent van de ouders beïnvloedt de hoogte van de schoolkosten hun schoolkeuze. Dit geldt zowel voor het primair als voortgezet onderwijs, zo blijkt uit de Schoolkostenmonitor 2018-2019.

In de monitor staat dat in het primair onderwijs het aandeel scholen met een lage vrijwillige ouderbijdrage is toegenomen naar één op de vijf. Desondanks is het gemiddelde bedrag tussen 2014 en 2018 nauwelijks afgenomen. Naast de vrijwillige ouderbijdrage vragen scholen soms aanvullende bijdragen.

Van de ouders van leerlingen in het primair onderwijs vindt circa 30 procent dat de schoolkosten (zeer) laag zijn. Ongeveer 15 procent vindt ze (zeer) hoog en de overige 55 procent vindt de kosten laag noch hoog. Voor 97 procent van de ouders is de hoogte van de financiële bijdrage niet van invloed op hun schoolkeuze.

Voortgezet onderwijs

In het vmbo zijn de totale schoolkosten de laatste jaren gedaald. Voor havo en vwo was sprake van een lichte stijging. Als alleen wordt gekeken naar de vrijwillige ouderbijdrage, dan valt op dat die de afgelopen jaren een stijging heeft laten zien.

De helft van de ouders van leerlingen in het voortgezet onderwijs vindt de schoolkosten hoog noch laag. Ruim 40 procent vindt ze (zeer) hoog en 10 procent vindt ze (zeer) laag. Ook in het voortgezet onderwijs is het zo dat voor 97 procent van de ouders de hoogte van de financiële bijdrage niet van invloed is op hun schoolkeuze.

Meer lezen? Schoolkostenmonitor 2018-2019

Nóóit leerlingen uitsluiten als ouders niet betalen

‘Een leerling moet het onderwijs krijgen dat het best bij hem of haar past, ongeacht de financiële situatie van de ouders’, benadrukken de onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob.

De minister melden in een brief over kansengelijkheid dat zij tegen de uitzondering zijn die de VO-raad wil voor tweetalig onderwijs, topsportprogramma’s en het technasium. Ze hameren erop dat de ouderbijdrage ook voor deze vormen van onderwijs altijd vrijwillig is. Het is voor hen onacceptabel dat leerlingen hiervan worden uitgesloten als hun ouders niet betalen.

Daarom gaan de ministers (indien nodig bij wet) regelen dat leerlingen nooit mogen worden uitgesloten van onderwijs vanwege het niet betalen van een bijdrage.

Lees meer…

Schoolreizen en excursies

Ook GroenLinks en SP willen regelen dat alle kinderen moeten kunnen meedoen, ook als ouders niet betalen. ‘Juist in het onderwijs moeten alle leerlingen een gelijke kans krijgen. Scholen hebben hier een belangrijke rol in’, benadrukt Tweede Kamerlid Lisa Westerveld van GroenLinks.

SP-Kamerlid Peter Kwint wil een einde maken aan de ‘schrijnende verhalen (…) over kinderen die niet mee mogen naar de speeltuin of de kerstviering’. Volgens hem zijn er nog steeds scholen die ‘vertikken om het goede te doen’.

GroenLinks en SP komen met een initiatiefwetsvoorstel.

Lees meer…

Leerlingen uitsluiten? Onbestaanbaar!

De ontwikkelingen passen bij het standpunt van VOS/ABB-directeur Hans Teegelbeckers. Hij noemde het afgelopen november in een commentaar op deze website onbestaanbaar om leerlingen uit te sluiten. ‘Elk kind telt mee, ook als de ouderbijdrage niet is betaald!’, aldus Teegelbeckers.

Lees het commentaar

CNV Onderwijs is ‘nepvakbond’

CNV Onderwijs is een ‘nepvakbond’ die niet opkomt voor de belangen van de leraren. Dat stelt wiskundedocent René Kneyber, die tevens lid is van de Onderwijsraad, in een column in Trouw.

Het stoort Kneyber dat CNV Onderwijs met onderwijsminister Arie Slob geld voor verlaging van werkdruk in het primair onderwijs naar voren heeft gehaald, zonder dat het kabinet hiervoor extra geld beschikbaar stelt.

Het is volgens hem ‘absurd dat een vakbond (…) dit steunt.’ Nog erger is het, zo schrijft hij, dat CNV Onderwijs ‘deze onwenselijke kasschuif’ claimt als een ‘geweldige overwinning’.

Dit maakt voor hem CNV Onderwijs tot een ‘nepvakbond’ die ‘gevaarlijk incompetent’ is. Hij noemt het ‘jammer’ dat er nog mensen lid zijn van deze bond.

Wetsvoorstel voor bekostiging op schoolniveau

D66 in de Tweede Kamer komt met een initiatiefwetsvoorstel om de financiering van het primair en voortgezet onderwijs niet meer op bestuurs- maar op schoolniveau te bekostigen. De coalitiepartner vindt het onvoldoende dat onderwijsminister Arie Slob hier onderzoek naar laat doen.

De Kamer steunde eerder een motie van D66 om de bekostiging op schoolniveau te onderzoeken. Tweede Kamerlid Paul van Meenen vindt dat elke school zelf moet kunnen bepalen, los van het schoolbestuur, waaraan het onderwijsgeld wordt besteed. Hij denkt dat op deze manier de kwaliteit van het onderwijs omhoog gaat.

Slob liet in reactie op de aangenomen motie weten dat hij dit onderwerp zal betrekken in een al eerder aangekondigd onderzoek naar de doelmatigheid en toereikendheid van de bekostiging in het primair en voortgezet onderwijs. De minister verwacht dat de resultaten van dit onderzoek in het voorjaar van 2020 beschikbaar komen.

Initiatiefwetsvoorstel

Van Meenen heeft er echter geen vertrouwen in dat het onderzoek dat Slob laat uitvoeren, ertoe zal leiden dat D66 zijn zin krijgt. Het is volgens maar afwachten of de minister uiteindelijk actie zal ondernemen om de financiering van bestuurs- naar schoolniveau te tillen. Daarom komt D66 met een initiatiefwet.

Hij verkeert in de veronderstelling dat schoolbesturen alleen maar aandacht voor zichzelf hebben en niet voor hun scholen en de onderwijskwaliteit. ‘Er wordt een extra manager aangenomen, een extra adviseur. En dan krijgen die eerst betaald, en wat er overblijft gaat naar de scholen. Dat is verkeerd en dat wil ik niet’, aldus Van Meenen.

Veel nadelen

De minister liet vorig jaar in een Kamerbrief weten niets te zien in het idee om het budget voor onderwijs rechtstreeks aan scholen uit te keren. Volgens hem is het een ingrijpende wijziging waar veel nadelen aan kleven.

VOS/ABB reageerde eerder al met het commentaar Te krappe geldstroom verleggen lost niets op op het voorstel van Van Meenen.

Gratis bijeenkomst over strategische personeelsplanning

Het arbeidsmarkt- en opleidingsfonds Voion organiseert speciaal voor leden van VOS/ABB uit het voortgezet onderwijs een bijeenkomst over strategische personeelsplanning. Deelname aan deze bijeenkomst op 14 maart bij VOS/ABB in Woerden is gratis.

Op de bijeenkomst legt Voion uit hoe u kunt werken met de tools van Strategische personeelsplanning voor scholen voor voortgezet onderwijs. U leert omgaan met het vernieuwde Scenariomodel-VO en de SPP-module. Deze tool stelt scholen in staat om vooruit te kunnen kijken naar leerlinginstroom en bewegingen in het personeelsbestand. Dit kan helpen om gericht beleid op te stellen om de strategische doelen van de school te halen.

De bijeenkomst is bestemd voor HRM’ers en controllers. Neem vooral een schoolleider of schoolbestuurder van uw instelling mee om direct inzichten te kunnen delen!

Wanneer, waar en aanmelden

De bijeenkomst is op donderdag 14 maart van 13.30 tot 16.30 uur bij VOS/ABB in Woerden. De doelgroep: bestuurders, schoolleiders, HRM’ers en controllers. Er is plaats voor slechts 20 deelnemers, dus wacht niet te lang met aanmelden!

Aanmelden kan via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Bijeenkomst strategisch personeelsbeleid’. Vermeld ook uw naam, uw functie, de organisatie waarvoor u werkt en uw telefoonnummer.

Deelname is gratis.

Geld voor verlagen werkdruk naar voren gehaald

Onderwijsminister Arie Slob stelt 96 miljoen euro voor de aanpak van werkdruk in het primair onderwijs eerder beschikbaar dan gepland.

Vanaf volgend schooljaar is daar niet 237 miljoen euro voor beschikbaar, zoals nu het geval is, maar 333 miljoen euro. Per leerling gaat het dit schooljaar om een bedrag van 155 euro. Vanaf komend schooljaar tot en met 2022-2023 wordt dat 220 euro per leerling. Vanaf het schooljaar 2023-2024 zal er 430 miljoen euro per jaar beschikbaar zijn, wat neerkomt op circa 283 euro per leerling.

Let op: het kabinet komt niet met extra geld, maar stelt een deel van het beschikbare budget eerder beschikbaar. Het wordt dus (deels) naar voren gehaald. Dit betekent wel dat het bedrag van 430 miljoen euro dat aanvankelijk per 2021-2022 beschikbaar zou komen, nu pas beschikbaar zal zijn per 2023-2024.

‘Dit helpt meteen’

Vakbond CNV Onderwijs is er blij mee: ‘Hiermee kan het primair onderwijs op korte termijn de werkdruk verlagen. Dit helpt meteen’, zegt voorzitter Loek Schueler. Zij voegt hieraan toe dat CNV Onderwijs er flink voor heeft gelobbyd en dat dat heeft gewerkt.

De Algemene Onderwijsbond (AOb), die niet meedeed aan de lobby, reageert kritisch. Volgens de organisator van de geplande onderwijsstaking op 15 maart lijkt het erop dat het naar voren halen van het geld bedoeld is om deze staking te dwarsbomen.

Handjeklap

Het lerareninitiatief PO in Actie, dat geen vakbond meer , stelt dat het geld dat nu naar voren wordt gehaald, bij elkaar is geknokt door leerkrachten en nu onderwerp is van handjeklap tussen het ministerie en CNV Onderwijs.

Onderzoek naar richtlijnen jaarverslag groot onderhoud

Een onderzoek door de Raad voor de Jaarverslaggeving (RJ) moet leiden tot een verwerkingswijze in 2020 die aansluit bij de richtlijnen voor groot onderhoud, waarbij rekening wordt gehouden met specifieke onderwijsaspecten.

Aanleiding voor het onderzoek is dat veel schoolbesturen die al een voorziening voor groot onderhoud vormden, zich niet strikt hielden aan richtlijnen van de RJ. Dit kan in de toekomst leiden tot problemen bij het goedkeuren van controleverklaringen.

Het effect van strikte naleving van de RJ-methodiek kan echter zijn dat schoolbesturen meer geld voor het eigen vermogen opzij moeten zetten, waardoor er minder geld naar het onderwijs kan.

Het ministerie van OCW meldt nu dat er een onderzoek komt om ‘te komen tot een verwerkingswijze (…) waarbij rekening wordt gehouden met onderwijssector-specifieke aspecten’. De RJ werkt voor het onderzoek samen met de PO-Raad en VO-raad. Ook zal er een aantal schoolbesturen bij worden betrokken.

Lees meer…

‘Leraren moeten meebeslissen over financieel beleid’

GroenLinks wil leraren een beslissende stem geven in het financiële beleid van de school. Zo kan er volgens Tweede Kamerlid Lisa Westerveld voor worden gezorgd dat schoolbesturen minder geld opzijzetten om risico’s af te dekken. Dat is volgens haar goed voor de kwaliteit van het onderwijs.

Zij vindt het raar dat schoolbestuurders enerzijds hun steun betuigen aan leraren die actievoeren voor een hoger loon en minder werkdruk en anderzijds ‘miljoenen wegschuiven richting spaarrekeningen’. Westerveld pleit voor een wettelijke vastgelegde maximering van financiële reserves van schoolbesturen.

Ook vindt ze dat leraren via de medezeggenschap moeten kunnen meebeslissen over financiële keuzes. ‘Niemand heeft meer baat bij een goede besteding van onderwijsgeld dan de leraar’, stelt Westerveld. Zij moeten daarbij wat haar betreft wel professionele ondersteuning krijgen, zodat de schoolbestuurders niet meer het volgens haar onzinnige argument kunnen gebruiken dat leraren geen verstand zouden hebben van financiën.

‘Leraren niet geïnteresseerd in meebeslissen’

Onderwijsjournalist Ronald Buitelaar noemt op Twitter het idee van Westerveld sympathiek, maar volgens hem zijn veel leraren helemaal niet geïnteresseerd in meedenken en -beslissen:

Primair onderwijs begroot voorzichtig vanwege risico’s

Schoolbestuurders en schoolleiders begroten erg voorzichtig. Dat komt doordat ze een sterke focus hebben op risico’s. Dat meldt de PO-Raad in een factcheck over de financiën van het primair onderwijs

De sectororganisatie ziet ‘een cultuur van bedachtzaamheid en voorzichtigheid’. Dit is volgens de PO-Raad onder andere het gevolg van afnemende leerlingenaantallen, de invoering van passend onderwijs en de ondoorzichtigheid van de bekostiging.

‘Als de omgeving van het schoolbestuur onoverzichtelijk en onvoorspelbaar is, worden besturen voorzichtiger in het begroten. Ze weten dan namelijk niet hoe hoog het bedrag is dat ze jaarlijks kunnen besteden’, zo meldt de PO-Raad.

Rijk of arm?

De sectororganisatie meldt ook dat ongeveer 17 procent van de schoolbesturen te veel geld op de plank hebben liggen. Deze besturen kunnen als ‘te rijk’ worden aangemerkt. Daartegenover staat dat 13 procent als ‘te arm’ kan worden beschouwd. De conclusie is dat er schoolbesturen zijn die te grote reserves hebben, maar dat de sector als geheel niet rijk is.

Lees meer…

Spaargeld

In het Radio 1 Journaal van de NOS reageerde bestuurder Leo Breukel van de ‘rijke’ stichting Aves met basisscholen in voornamelijk de Noordoostpolder op de bevindingen van de PO-Raad. Aves heeft 5 miljoen euro in kas, maar volgens Breukel betekent dat niet dat de stichting te veel geld heeft.

‘Een groot deel van dat geld is bijvoorbeeld gereserveerd voor schade aan het schoolgebouw, of afschrijvingen’, aldus Breukel. Hij wees er ook op dat geld wordt gebruikt voor het aannemen van onderwijsassistenten en investeringen in ICT en scholing van docenten.

Lees meer…

Regeling compensatie transitievergoeding

De Regeling compensatie transitievergoeding is gepubliceerd en treedt per 1 april 2020 in werking.

Dit betekent dat werkgevers vanaf die datum compensatie voor de transitievergoeding kunnen aanvragen bij ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer. De regeling is van belang voor besturen in het primair en voortgezet onderwijs met bijzondere scholen, dus ook voor samenwerkingsbesturen. De werkgevers met louter openbare scholen hebben hier niet mee te maken.

De regeling heeft met terugwerkende kracht ook betrekking op langdurig arbeidsongeschikte werknemers die na 1 juli 2015 zijn ontslagen. In de Regeling compensatie transitievergoeding staan de termijnen waarbinnen de compensatie bij het UWV aangevraagd moet worden.

Voor techniekles vso 2 miljoen euro beschikbaar

Vanaf 1 april 2019 kunnen scholen voor voortgezet speciaal onderwijs (vso) extra geld aanvragen voor technisch vmbo. Er is 2 miljoen euro beschikbaar.

Onderwijsminister Arie Slob heeft hiertoe besloten, omdat het vso niet automatisch meedeelt in de 100 miljoen euro dit dit kabinet jaarlijks extra uittrekt voor technisch vmbo. Maar Slob wil de technische talenten in het speciaal onderwijs meer kans geven hun vaardigheden optimaal te ontwikkelen.

Het gaat om een bedrag per leerling in het vso, dat gelijk is aan het extra bedrag voor leerlingen in het reguliere vmbo. Het betreft 1325 euro per techniekleerling in de basis- en kaderberoepsgerichte leerwegen in 2018 en 2650 euro in 2019. Voor leerlingen in de gemengde leerweg ontvangt de school de helft.

Regionale plannen

Met ingang van 2020 wordt de jaarlijkse 100 miljoen ingezet op basis van regionale plannen van vmbo-scholen, opgesteld in samenwerking met mbo en bedrijfsleven. Ook de vso-scholen moeten daarbij betrokken worden.

Let op: regionale plannen moeten vóór 1 april 2019 zijn ingediend!

De jaarlijkse extra injectie van 100 miljoen euro is er gekomen omdat de vraag naar technisch personeel in het bedrijfsleven toeneemt, terwijl scholen door dalende leerlingaantallen meer moeite krijgen om kwalitatief hoogstaand en dekkend techniekonderwijs aan te bieden.

 

Griepepidemie houdt aan

De griepepidemie houdt aan. Voor de tiende achtereenvolgende week is het aantal griepgevallen ruim boven de epidemische grens van 51 per 100.000 inwoners.

In week 7 (11 tot en met 17 februari) zijn er 94 patiënten met griep gemeld. De week ervoor waren het er 96. Dat blijkt uit cijfers van kenniscentrum Nivel. De griepepidemie is dit jaar wel milder dan vorig jaar. Toen hadden in februari en maart twee keer zoveel mensen griep als nu. De griep treft dit jaar vooral jonge kinderen van 0 tot 4 jaar. Scholen zijn vaak een bron van infectie.

 

Nog geen nieuwe CAO PO: oude blijft geldig

De cao voor het primair onderwijs verloopt per 1 maart, maar er is nog geen zicht op een nieuw akkoord. Daarom blijft de huidige cao voorlopig gelden.

De huidige cao is op 1 augustus 2018 ingegaan. Toen werd bewust gekozen voor een korte looptijd. Er was op dat moment extra geld gekomen om de salarissen van leraren te verhogen, en dat wilden de sociale partners direct regelen in de cao. Maar de onderhandelaars wilden meer budget om de salarissen in primair en voortgezet onderwijs gelijk te trekken. Ze hoopten dit nu te kunnen regelen, maar dat extra geld is er (nog) niet gekomen. Ook wordt er nog onderhandeld over de positie en beloning van schoolleiders.

Aandacht voor schoolleiders

Schoolleiders bleken ontevreden over de afspraken die in de huidige cao zijn gemaakt over hun beloning. Met hen wordt nu gesproken over nieuwe functieomschrijvingen. Dat geldt ook voor het onderwijsondersteunend personeel. De sociale partners melden dat de onderhandelingen constructief verlopen, maar meer tijd vergen.

Intussen dringen de sociale partners nog steeds bij de Tweede Kamer aan op extra investeringen om de salarissen in primair en voortgezet onderwijs gelijk te kunnen trekken. Daarover is op 24 januari een gezamenlijke brief gestuurd.

Wervingscampagne lerarentekort

De sociale partners hebben de Tweede Kamer in hun brief ook geattendeerd op het lerarentekort en gevraagd om een gezamenlijke wervingscampagne voor leraren, schoolleiders en overig personeel. Op deze brief is nog geen antwoord gekomen.

De vakbonden kondigen een actieweek aan met een landelijke onderwijsstaking op 15 maart in Den Haag.

 

 

Tweede Kamer tegen vierdaagse schoolweek

De Tweede Kamer heeft zich uitgesproken tegen de invoering van een vierdaagse schoolweek op basisscholen. Een motie van die strekking werd aangenomen.

De motie was ingediend door de Kamerleden Kirsten van den Hul (PvdA), Peter Kwint (SP) en Lisa Westerveld (GroenLinks). In de motietekst geven ze aan dat het lerarentekort scholen ertoe dwingt over te gaan op een (tijdelijke) vierdaagse schoolweek, maar dat dit gelijke kansen voor kinderen ondermijnt, een evenredige belasting bij ouders neerlegt en bovendien de werkdruk voor leraren niet verlaagt. Hun conclusie: de vierdaagse schoolweek is geen oplossing voor het lerarentekort.

Direct nadat de motie was aangenomen, twitterde PvdA-fractieleider Lodewijk Asscher: ‘Tijd voor Slob om het regeerakkoord open te breken en alles uit de kast te halen om het lerarentekort tegen te gaan’.

Stille reserve activeren voor onderwijs

Ook een motie waarin de regering wordt verzocht een actieplan te maken om de ‘stille reserve’ van leraren te activeren, werd aangenomen. Deze motie werd ingediend door dezelfde drie Kamerleden plus Farid Azarkan (DENK) en Lammert van Raan (Partij voor de Dieren).

Zij maken melding van een stille reserve van 31.000 mensen met een onderwijsbevoegdheid voor het primair onderwijs die niet in het onderwijs werken, terwijl 14.000 van hen geen baan hebben en ook niet arbeidsongeschikt zijn. Deze mensen moeten volgens de Tweede Kamer geactiveerd worden.