Continurooster en vijf-gelijke-dagenmodel in trek

Steeds meer basisscholen kiezen voor het continurooster of het vijf-gelijke-dagenmodel. Dit gaat ten koste van de traditionele schooldag met middagpauze, meldt DUO Onderwijsonderzoek.

Vijf jaar geleden hanteerde ruim driekwart (77 procent) van de basisscholen de traditionele schooldag met middagpauze waarin de leerlingen naar huis kunnen. Vorig schooljaar was dat aandeel afgenomen tot ruim de helft (56 procent). Het continurooster (22 procent) en het vijf-gelijke-dagenmodel (16 procent) winnen terrein.

Het continurooster gaat ervan uit dat alle kinderen tussen de middag op school blijven. De school is ’s middags eerder uit. De woensdagmiddag is net als bij de traditionele indeling van schoolweek vrij. Op scholen die voor het vijf-gelijke-dagenmodel kiezen, hebben alle dagen dezelfde tijden. De vrije woensdagmiddag bestaat dan niet meer.

Volgens DUO Onderwijsonderzoek stapt 15 procent van de basisscholen die nu nog volgens het traditionele schooltijdenmodel werken, volgend schooljaar waarschijnlijk of zeker over op een nieuw schooltijdenmodel. Daarbij zijn het continurooster en het vijf-gelijke-dagenmodel wederom favoriet.

Download rapportage Nieuwe schooltijden in het basisonderwijs

Animo voor flexibele schooltijden groeit

Onder ouders stijgt de animo voor scholen met flexibele onderwijstijden. Basisscholen die dit aanbieden, groeien en hebben vaak wachtlijsten. Dat melden diverse regionale dagbladen vandaag.

Het gaat om de scholen die meedoen aan het experiment met flexibele schoolvakanties. Deze scholen zijn vijftig weken per jaar open en de leerlingen mogen er – net als in het bedrijfsleven – vakantie opnemen wanneer hun ouders dat willen. Ze krijgen dan ook individueel les. In deze scholen zijn op dit moment nog honderden leerlingen aan het werk, terwijl de andere scholen inmiddels allemaal gesloten zijn voor de zomervakantie.

Meer mogelijkheden
Dagblad De Gelderlander citeert John Gelderloos, bestuurder van de Vereniging Ikook (Ieder Kind Optimale OntwikkelKansen), die zegt dat ook reguliere basisscholen die niet aan het experiment meedoen, meer variatie kunnen aanbrengen in het vakantierooster, maar dat nauwelijks doen. Wettelijk liggen alleen de zomer- en kerstvakantie en één week van de meivakantie vast. De overige weken kunnen scholen in overleg met de ouders bepalen, maar dat gebeurt haast niet. Gelderloos pleit ervoor dat scholen deze speelruimte meer benutten om ouders tegemoet te komen.

Het ministerie van Onderwijs heeft recent het experiment met flexibele schooltijden met vier jaar verlengd. Op de deelnemende scholen worden de leerresultaten gemonitord. Tot nu toe gaven de uitkomsten daarvan geen aanleiding om iets aan de werkwijze op de experimenteerscholen te veranderen.

Enorme groei
VOS/ABB heeft vorig jaar zomer al een kijkje genomen in een van de scholen die experimenteren met flexibele schooltijden: de openbare Sterrenschool Apeldoorn. Hier verdriedubbelde het aantal leerlingen sinds de invoering van deze werkwijze. In magazine School! van september 2015 (pagina 18-20) vertelt directeur Hans van der Most hoe hij het onderwijs heeft ingericht en waarom hij heeft gekozen voor flexibele schooltijden: ‘Hier in de regio doen veel ouders seizoenswerk, bijvoorbeeld in de horeca of op campings. Hen komt die zes weken verplichte zomervakantie heel slecht uit. Flexibele schooltijden zijn hierop een eigentijds antwoord.’ Lees hier het hele artikel.

 

Nader onderzoek naar effect flexibele onderwijstijden

Het is nog onvoldoende duidelijk wat de effecten van flexibele onderwijstijden zijn, meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW aan de Tweede Kamer. Hij wil daarom dat het experiment met flexibele schooltijden wordt voortgezet.

Het experiment met flexibele tijden begon in 2011. Het heeft volgens Dekker  onvoldoende aanknopingspunten opgeleverd om een weloverwogen besluit te kunnen nemen.  ‘Aan de ene kant zien we flexibele onderwijstijden kansen bieden, aan de andere kant zijn er risico’s’, waarbij Dekker met name doelt op risico’s die de onderwijskwaliteit raken.

Internationaal literatuuronderzoek naar flexibele onderwijstijden heeft volgens hem buitengewoon weinig informatie opgeleverd. ‘Er is slechts één studie die een effect hiervan laat zien. Hoewel dit effect positief is, is de beschikbare kennis dus nog te beperkt om op basis daarvan conclusies te trekken’, aldus de staatssecretaris.

Gemengd beeld van flexibele onderwijstijden

Uit draagvlakonderzoek onder scholen, leraren en ouders komt volgens hem geen eenduidig beeld naar voren. ‘Onder alle bevraagde partijen zijn positieve, negatieve en neutrale meningen.’ De gesprekken die OCW heeft gevoerd met onderwijs- en kinderopvangorganisaties en de vakbonden leveren volgens Dekker eveneens een gemengd beeld op.

De staatssecretaris stelt daarom voor het experiment te verlengen tot de zomer van 2018 en nader onderzoek te doen naar flexibele onderwijstijden.

Bij continurooster is betalen voor overblijf vrijwillig!

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW herhaalt nog maar een keer dat scholen ouders niet kunnen dwingen tot het betalen van een bijdrage voor de overblijf als er sprake is van een continurooster.

SP-Kamerlid Tjitske Siderius had hier vragen over gesteld naar aanleiding van een bericht in het Algemeen Dagblad, waarin stond dat scholen van ouders overblijfgeld eisen.

Dekker wijst er in zijn antwoorden op dat in de Wet op het primair onderwijs (WPO) en de Wet medezeggenschap op (WMS) is geregeld dat de toegankelijkheid tot het onderwijs niet afhankelijk mag zijn van een geldelijke bijdrage van de ouders. Ook moeten ouders in de medezeggenschapsraad (MR) instemmen met de hoogte en de bestemming van de (vrijwillige) ouderbijdrage. Informatie over de ouderbijdrage en het vrijwillige karakter ervan moet in de schoolgids worden opgenomen.

‘Als een school de wettelijke regels niet naleeft, zal de Inspectie van het Onderwijs de school hierop aanspreken’, aldus Dekker. Hij wijst erop dat de inspectie in 2014 onderzoek heeft gedaan naar de naleving. ‘In nagenoeg alle schoolgidsen (94 procent) blijken ouders expliciet te worden geïnformeerd over de ouderbijdrage en het vrijwillige karakter ervan.’

Geen continurooster
Als er geen sprake is van een continurooster en ouders kiezen ervoor om hun kind te laten overblijven, dan kan de school overigens wel overblijfgeld eisen. Het is dan immers een vrije keuze van de ouders om al of niet gebruik te maken van een betaalde dienst die de school aanbiedt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Ouderbijdrage voor verplichte overblijf is vrijwillig!

Scholen met een continurooster kunnen ouders niet verplichten tot een bijdrage voor de (verplichte) overblijf. Dat benadrukt de Helpdesk van VOS/ABB naar aanleiding van een bericht in het Algemeen Dagblad.

Volgens het AD eisen steeds meer scholen met een continurooster dat ouders bijdragen in de kosten voor de (verplichte) overblijf. De wet bepaalt echter dat de ouderbijdrage vrijwillig is.

Scholen moeten hier duidelijk over communiceren met de ouders, benadrukt de Helpdesk. Het mag niet zo zijn dat het vrijwillige karakter van de bijdrage voor de verplichte overblijf wordt verzwegen, in de hoop dat er dan wel wordt betaald. Het AD citeert een directeur die ouders hier niet open en transparant over informeert. Dat is dus niet zoals het hoort.

Anders ligt het overigens met de ouderbijdrage als de overblijf niet verplicht is. Dan kan er wel geld van de ouders worden geëist, omdat zij er immers voor kíezen om hun kind op school te laten lunchen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

‘Extra geld zorgt voor 7000 nieuwe banen in kinderopvang’

Het extra geld dat het kabinet uittrekt voor de kinderopvangtoeslag, levert naar verwachting 7000 banen op, schrijft de Brancheorganisatie Kinderopvang.

Het kabinet trekt vanaf komend jaar 290 miljoen euro extra uit voor de kinderopvangtoeslag. Dit betekent dat ouders met kinderen in de kinderopvang honderden euro’s per jaar meer toeslag krijgen.

Het extra geld verbetert de financiële bereikbaarheid van de kinderopvang. Waarschijnlijk zullen meer ouders ervan gebruik gaan maken.

Eerder kondigde het kabinet aan 60 miljoen euro extra te besteden aan voorschoolse voorzieningen.

Leraren moeten rustig boterhammetje kunnen eten

Voor leraren in het primair onderwijs schiet de lunchpauze er steeds vaker bij in als de school is overgestapt op het continurooster. Daarom pleit CNV Onderwijs voor gesubsidieerde tussenschoolse opvang.

Bij het continurooster lunchen alle leerlingen op school. Dit rooster is vooral gunstig voor ouders die beiden werken, omdat ze tussen de middag niet thuis hoeven te zijn.

Het continurooster gaat volgens de bond echter ‘ten koste van leraren, omdat scholen geen geld ontvangen voor de tussenschoolse opvang bij het continurooster’. CNV Onderwijs pleit er daarom voor dat het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze opvang subsidieert, net zoals de naschoolse opvang.

Lees meer…

Leraren negatief over integraal kindcentrum

Het integrale kindcentrum dat van 7 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds open is, blijkt weinig populair onder leraren in het basisonderwijs. 

Uit een rapportage van DUO Onderwijsonderzoek, gebaseerd op onderzoek onder ruim 400 leraren, blijkt dat volgens hen schooldirecteuren de voorkeur geven aan het vijf-gelijke-dagenmodel, gevolgd door de traditionele indeling van de schoolweek met de vrije woensdagmiddag en het continurooster (met korte pauze).

De bevraagde leraren vinden voor zichzelf het traditionele model het fijnst, gevolgd door het vijf-gelijke-dagenmodel en het zogenoemde Hoorns model. Dat laatste model gaat uit van de traditionele indeling van de schoolweek, maar dan is ook de vrijdagmiddag vrij.

Als wordt gekeken naar het beste model voor leerlingen, dan geven leraren aan dat dat het bioritmemodel is. Volgens dit model is er van 10.00 tot 12.00 uur en van 14.30 tot 16.30 uur les en is er lange middagpauze met opvang op school, inclusief lunch en ontspanning, cultuur en sport.

Het integrale kindcentrum dat open is van 7 tot 19 uur wordt door leraren als het minst aantrekkelijk gezien. Daarentegen wordt dat model door hen voor ouders als het beste beschouwd.

Er is ook gevraagd welk model de school van de geënquêteerden nu hanteert. Het traditionele model staat met 56 procent nog steeds op nummer 1, maar vooral het aandeel scholen met het continurooster groeit.

Invoering flexibele tijden vergt stevige randvoorwaarden

De Inspectie van het Onderwijs heeft het Eindrapport Experiment Flexibele Onderwijstijden 2011-2014 gepubliceerd. Dit rapport uit september 2014 gaat over een onderzoek op elf basisscholen naar de effecten van flexibele schooltijden op de kwaliteit van het onderwijs.

Voor conclusies over het effect van flexibilisering van onderwijstijd op de kwaliteit van het onderwijs is het volgens de inspectie nog te vroeg. ‘Daarvoor waren de betrokken scholen in dit experiment te divers en te gering in aantal’, schrijft hoofdinspecteur Arnold Jonk in het voorwoord.

De inspectie maakt uit het experiment wel op dat er stevige randvoorwaarden nodig zijn voor een succesvolle invoering van flexibele schooltijden. Zo moet er een duidelijk door het bestuur goedgekeurd plan zijn, waarin naast de organisatorische zaken vooral ook het onderwijsinhoudelijke deel goed is beschreven.

Ook merkt de inspectie op dat voor een succesvolle invoering het team achter het concept moet staan en flexibel (individueel) onderwijs moet kunnen geven. Bovendien zijn een goede aansturing door de directeur en controle op de kwaliteit van het onderwijs essentieel.

Voor- en nadelen aan vijfgelijkedagenmodel

Het vijfgelijkedagenmodel heeft voor- en nadelen. Dit schrijft staatssecretaris Sander Dekker in een brief aan de Tweede Kamer over onder andere dit alternatieve model voor onderwijstijd.

Dekker baseert zijn brief op een monitor die is uitgevoerd in opdracht van de ministeries van OCW en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Hij wijst erop dat schooldirecties in het primair onderwijs in het vijfgelijkedagenmodel voordelen zien wat betreft de rust in de school en de mogelijkheden voor leerkrachten om na schooltijd te werken. De korte pauzes worden ook door ouders en leerkrachten gezien als nadeel.

Het is volgens Dekker niet zo dat het vijfgelijkedagenmodel voor ouders het meest kansrijke alternatief is om werk en gezinsleven beter te organiseren, zoals in het advies Tijden van de samenleving van de Sociaal-Economische Raad (SER) wordt gesuggereerd. ‘Uit de praktijk blijkt dit niet eenduidig’, aldus Dekker.

Hij wijst er in zijn brief op dat er ouders zijn die meer zijn gaan werken en ouders die minder zijn gaan werken en dat in beide groepen er ongeveer evenveel ouders zijn die aangeven dat het vijfgelijkedagenmodel hierin wel of niet een rol heeft gespeeld. Het algehele beeld is echter positief, stelt de staatssecretaris: ‘50% van de ouders geeft aan dat zij arbeid en zorg beter kunnen combineren.’

Hij concludeert het vijfgelijkedagenmodel ‘een welkome aanvulling op het palet aan onderwijstijdmodellen waar scholen uit kunnen kiezen’.

‘Flexibele schooltijden slechts marketing’

Het experiment van het ministerie van OCW met scholen die de hele dag en in de vakanties open blijven, is slechts gericht op marketing en niet op meer onderwijskwaliteit. Dat stelt directeur-bestuurder Bert Dekker van de Stichting Proominent voor openbaar primair onderwijs in Ede. Trouw laat hem aan het woord.

Proominent lanceerde in 2009 het plan voor de zogeheten Parapluschool. Deze school was de hele dag en vrijwel het hele jaar open, zodat ouders daar ook buiten de normale lesuren en in de vakanties met hun kind terecht konden.

Toenmalig bestuursvoorzitter Han Plas zei dat het beter voor de leerlingen zou zijn om niet meer in een keurslijf te zitten en het onderwijsprogramma verspreid over de dag aan te bieden. De Parapluschool deed mee aan het project van het ministerie van OCW om te experimenteren met flexibele schooltijden.

Geen toegevoegde waarde
Inmiddels is de Parapluschool in Ede gesloten. De huidige directeur-bestuurder Bert Dekker vertelt in Trouw dat het nieuwe concept geen toegevoegde waarde had. De ouders waren weliswaar positief, de leraren vonden het volgens hem leuk en de kinderen deden het goed, maar dat was volgens hem niet de inzet.

‘Het ging om de meerwaarde op het gebied van kwaliteit en leeropbrengsten’ en die was er volgens Dekker niet: ‘Het onderwijs was er gewoon niet op niveau, het was een rommeltje. Dat was later ook de conclusie van de inspectie: een zeer zwakke school’, zo citeert Trouw hem.

Volgens hem had OCW het experiment alleen moeten uitvoeren met ‘robuuste scholen, met een goed team van leerkrachten, waar het onderwijs staat als een huis’. Bovendien had het ministerie niet de suggestie mogen wekken dat flexibilisering van onderwijstijd tot kwaliteitsverbetering kon leiden.

‘Als je denkt dat je zo meer tijd voor individuele begeleiding krijgt, moet je geen flexibele scholen oprichten, maar kleinere klassen eisen’, aldus Dekker. ‘Dit is geen experiment van een onderwijsminister, maar van het ministerie van marketing.’

Sterrenschool Apeldoorn positief!
In het artikel in Trouw komt ook directeur Hans van der Most van de openbare Sterrenschool in Apeldoorn aan het woord. Hij is juist positief over het experiment met flexibele schooltijden. Het aantal leerlingen van deze basisschool van het schoolbestuur Leerplein055 is sinds het begin van de proef toegenomen van 58 naar 150.

‘Alle seinen staan op groen. Ons onderwijs is prima, onze leerkrachten werken hier met plezier, de ouders zijn positief en onze leerlingen doen het goed’, aldus Van der Most.

Doorgaan met zes weken zomervakantie?

De PO-Raad wil van zijn leden weten hoe zij denken over de zes weken zomervakantie in het primair onderwijs. Moet alles bij hetzelfde blijven of gooien we het over een andere boeg?

De enquête die de sectororganisatie door DUO Onderwijsonderzoek onder haar leden laat uitvoeren, gaat in op het stelsel, de spreiding, verschuiving en lengte van de zomervakantie in het primair onderwijs. De enquête richt zich specifiek op bestuurders. Daarnaast gebruikt DUO Onderwijsonderzoek panels om te peilen hoe schoolleiders, leraren en ouders over de zomervakantie in het primair onderwijs denken.

Woordvoerder Harm van Gerven van de PO-Raad laat aan VOS/ABB weten dat de jaarlijks terugkerende discussie over de zomervakantie aanleiding is om het onderzoek uit te laten voeren. Het feit dat de zomervakantie zes weken duurt, heeft te maken met de situatie dat vroeger kinderen op het platteland in de zomer moesten helpen bij de oogst.

De PO-Raad verwacht eind september de uitkomsten van het onderzoek. Die informatie kan worden gecombineerd met een evaluatie van het mede door VOS/ABB geïnitieerde project Andere tijden in onderwijs en opvang, waarvan de resultaten later in het najaar worden verwacht.

De PO-Raad laat de enquête op eigen initiatief uitvoeren. De onderwijsvakbonden zijn er niet bij betrokken.

Lees het bericht van de PO-Raad

Magazine School! van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) heeft in februari 2013 aandacht besteed aan flexibele schoolvakanties.

Lees het artikel ‘Kinderen leren meer met flexibele schooltijden’

Ontwerpbesluit flexibele onderwijstijd

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft het Ontwerpbesluit experiment flexibele en virtuele onderwijstijd naar de Eerste en Tweede Kamer gestuurd.

Het doel van dit experiment in het primair onderwijs is om inzicht te krijgen in de effecten van virtuele en flexibele onderwijstijden op de onderwijskwaliteit en de tevredenheid van de betrokkenen. Het gaat in dit experiment vooral om het beter laten aansluiten van de schooltijden op het werkritme van ouders.

Om dit experiment mogelijk te maken, wordt afgeweken van artikelen 8 en 15 van de Wet op het primair onderwijs (WPO) met betrekking tot de centraal vastgestelde vakanties, de inrichting van schoolweek en het geven van onderwijs.

De effecten van het experiment zullen na drie jaar worden geëvalueerd. Op basis daarvan wordt besloten of een wetsvoorstel voorbereid zal worden om de mogelijkheden voor flexibele en virtuele onderwijstijd permanent te maken en sectorbreed in te voeren.

Het is de bedoeling dat het besluit tot het experiment op 1 augustus 2014 van kracht wordt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Meeste ouders positief over andere tijden

Ouders, leraren en leerlingen van basisscholen die meedoen aan een pilot met flexibele onderwijstijden, zijn daar over het algemeen tevreden over. Ook over het vijf-gelijke-dagenmodel is tevredenheid. Vooral leraren zien ook bezwaren, omdat gedurende de dag de werkdruk als hoog wordt ervaren en de pauzes wel erg kort zijn. Dit blijkt uit tussentijds onderzoek naar deze nog lopende experimenten. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW heeft de rapportages naar de Tweede Kamer gestuurd.

Scholen die meedoen aan de pilot met flexibele onderwijstijden, hebben hun tijden op verschillende manieren geflexibiliseerd: door het jaar, in de week en op de dag. De wijze waarop is geflexibiliseerd hangt af van de behoeften van ouders, de keuzes van de school en de praktische haalbaarheid.

De Inspectie van het Onderwijs concludeert dat bij de scholen die meedoen aan het experiment, de randvoorwaarden voor het onderwijs in orde zijn. Over de kwaliteit van het onderwijs kan nog niets worden gezegd, omdat het daar te vroeg voor is. Het experiment begon in augustus 2011, waarna in augustus 2012 nog een aantal scholen is aangehaakt. De pilot duurt tot 1 augustus 2014.

Meer dan 940 uur
Uit de monitor blijkt dat het de scholen lukt om voldoende onderwijstijd te realiseren. Sterker nog: er zijn aanwijzingen dat er eerder sprake is van meer onderwijstijd dan de verplichte 940 uur per jaar.

Voor 70 procent van de ouders was de pilot van belang om voor een van de deelnemende scholen te kiezen, omdat de tijden goed aansluiten bij het ritme van tweeverdieners en alleenstaande ouders met werk. Het aantal leerlingen op scholen met flexibele onderwijstijden neemt dan ook toe, terwijl de vraag naar kinderopvang afneemt. De stijgende trend staat ook haaks op het dalende aantal leerlingen als gevolg van demografische krimp.

Ook personeelsleden zijn overwegend tevreden, maar zij vinden dat de voordelen vooral voor de ouders zijn. Leerlingen geven aan dat zij vooral positief zijn over de periodes dat er minder kinderen in de school aanwezig zijn.

Vijf-gelijke-dagenmodel
De meeste ouders zijn ook over het vijf-gelijke-dagenmodel tevreden. Scholen die met dit model werken, hebben vijf gelijke schooldagen met een korte middagpauze. Leraren geven aan dat zij de extra uren na schooltijd goed kunnen benutten, maar ook dat de werkdruk op de dag hoog is en dat de middagpauze wel erg kort is.

De meeste scholen die met het vijf-gelijke-dagenmodel werken, beëindigen de schooldag al om twee uur ’s middags. Dit laat meer uren vrij voor de buitenschoolse opvang, maar daar wordt door de ouders niet extra gebruik van gemaakt. Uit de monitor blijkt evenmin dat het vijf-gelijke-dagenmodel ertoe leidt dat ouders meer gaan werken.

U kunt de monitors downloaden:

Monitor flexibele onderwijstijden

Monitor vijf-gelijke-dagenmodel

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Meedoen aan experiment integraal dagarrangement?

Samenwerkingsverbanden van scholen en kinderopvangorganisaties kunnen zich aanmelden voor een experiment met integrale dagarrangementen.

Maximaal 15 samenwerkingsverbanden worden in de gelegenheid gesteld om een integraal en afwisselend dagarrangement van onderwijs en opvang aan te bieden. Het doel van dit experiment is om inzicht te verkrijgen in de gevolgen van een dergelijk dagarrangement op de onderwijsprestaties en het welbevinden van leerlingen en de mogelijkheden voor ouders tot het combineren van arbeid en zorg.

Een samenwerkingsverband dat wil deelnemen aan het experiment, kan tot 1 april 2014 een aanvraag indienen bij de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De uiterste begindatum van het experiment is bij de aanvang van het schooljaar 2014-2015.

Klik hier voor meer informatie over over het experiment.

Klik hier voor meer informatie over de voorwaarden.

Klik hier voor een recente wijziging van de regeling voor dit experiment.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Zeker tien iPad-scholen à la Maurice de Hond

Na de zomervakantie zullen zeker tien scholen overgaan op het concept O4NT, waar Maurice de Hond een jaar geleden het startschot voor gaf.

Kenmerkend is de inzet van de iPad volgens het principe ‘elk kind een eigen apparaat’. Daardoor is volgens O4NT de aanwezigheid op school niet meer de hele dag nodig: de school zit deels in de iPad en die gaat mee naar huis en op reis. Ook zijn in het concept van O4NT een vast lokaal en een eigen leerkracht niet meer aan de orde. De school is bovendien niet meer gebonden aan de schoolvakanties. Opvang en school lopen vloeiend in elkaar over. Het gebouw is tussen 07.30 en 18.30 uur open.

Via Peil.nl, het eigen opiniekanaal van Maurice de Hond, is uitgezocht hoe het staat met de penetratie van de iPad in gezinnen met jonge kinderen. Vier van de tien kinderen tussen vier en twaalf zijn regelmatig aan de slag op tablet of smartphone. Dat is een aanmerkelijke stijging ten opzichte van 2012. Gaat het in dit tempo door, dan is volgens O4NT binnen drie jaar driekwart van de kinderen thuis op tablet of smartphone aan het werk. Eenderde van de ouders bij wie kinderen thuis op een iPhone of tablet bezig zijn, geeft aan een school volgens het O4NT-concept te prefereren. Hieruit volgt dat scholen het zich volgens O4NT niet meer al te lang kunnen veroorloven te blijven vertrouwen op boek en schriftje.

Zeker tien scholen zullen in augustus omschakelen naar O4NT. In Sneek en Breda zullen Steve JobsScholen van start gaan in de meest zuivere vorm. In de gemeenten Almere, Amstelveen, Amsterdam, Bernisse en Emmen voeren scholen componenten van O4NT geleidelijk in. Van die scholen zijn er zes  openbaar:

Almere: Argonaut (samenvoeging van ’t Kofschip en De Waterhoek) en Digitalis
Amstelveen: Eerste Montessorischool
Amsterdam: Integraal Kindcentrum Zeeburgereiland
Heenvliet: T
weespan
Sneek: De Driemaster
Meer lezen over O4NT? Download een artikel hierover uit het februarinummer van magazine School!.

Lacune in oproep: PO-Raad vergeet openbaar onderwijs

De PO-Raad, de MOgroep en de Brancheorganisatie Kinderopvang houden in hun gezamenlijke position paper over onderwijs, kinderopvang en welzijn geen rekening met de achtergestelde positie van het openbaar onderwijs.

De position paper van de drie organisaties is gericht aan het kabinet en gaat over sluitende arrangementen van onderwijs, kinderopvang en welzijn. Aspecten die in het stuk aan bod komen, zijn samenwerking, flexibele schooltijden en -vakanties en een andere financiering dan tot nu toe gebruikelijk.

Het is goed dat de PO-Raad, de MOgroep en de Brancheorgansiatie Kinderopvang met dit signaal aansluiten op wat VOS/ABB op dit gebied reeds lange tijd doet. De vereniging wijst besturen voor openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs al jarenlang op de mogelijkheid om met alternatieve schooltijden en -vakanties en andere onderwijsinnovaties beter aan te sluiten op het werk- en levensritme van moderne gezinnen.

Het is echter teleurstellend dat in het position paper geen rekening wordt gehouden met de achtergestelde positie waar het openbaar onderwijs mee te kampen heeft. Zo is het voor openbare schoolbesturen wettelijk nog steeds niet mogelijk om integrale kindcentra in stand te houden, terwijl het bijzonder onderwijs die wettelijke mogelijkheid wel heeft. 

Door niet op in te gaan op dit verschil, doet het position paper geen recht aan de specifieke positie van het openbaar onderwijs. Daarmee is de notitie van de PO-Raad en de twee andere organisaties helaas onvolledig.

VOS/ABB roept het kabinet nadrukkelijk op een einde te maken aan de achtergestelde positie van het openbaar onderwijs, omdat de integratie van onderwijs, kinderopvang en welzijn pas mogelijk is als het gehele veld daarbij op gelijkwaardige basis betrokken wordt.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl 

Korting op masterclass vijf-gelijke-dagenmodel

Leden van VOS/ABB krijgen korting op een masterclass over het vijf-gelijke-dagenmodel. De masterclass op 25 april wordt verzorgd door Jan Littink van Leeuwendaal Onderwijs.

De masterclass is bedoeld voor scholen en/of (kinderopvang)organisaties, die aan de slag zijn of willen gaan met (een oriëntatie op) andere schooltijden volgens het vijf-gelijke-dagenmodel.

De ervaringsdeskundigen Lia Huisman en Fred Butje van de Da Costaschool in Hilversum geven een toelichting op het proces dat zij hebben doorlopen om het model in te voeren.

Vragen die tijdens de masterclass aan bod komen:

  • Welke hobbels komt u tijdens het proces tegen?
  • Welke groepen worden erbij betrokken?
  • Welke rol speelt de medezeggenschapsraad?
  • Welke relatie is er met de omgeving?
  • Hoe verloopt de communicatie?

De masterclass is op donderdag 25 april van 13 tot 16 uur in het kantoor van Leeuwendaal in Woerden (dezelfde locatie als het kantoor van VOS/ABB). Leden van VOS/ABB betalen voor de masterclass 170 euro per persoon (niet-leden betalen 195 euro per persoon).

Aanmelden kan tot en met woensdag 10 april via training@leeuwendaal.nl onder vermelding van 'Masterclass vijf-gelijke-dagenmodel'.

Informatie: Jan Littink, 06-12928581, jan.littink@leeuwendaal.nl