Rekenkamer zeer kritisch over passend onderwijs

Het is onduidelijk waaraan het geld voor passend onderwijs wordt besteed, meldt de Algemene Rekenkamer.

In 2016 gaf het ministerie van OCW 2,4 miljard euro uit aan passend onderwijs in het primair en voortgezet onderwijs. ‘Hoewel een van de doelen van passend onderwijs was dat transparanter zou worden waaraan de gelden voor leerlingenondersteuning worden besteed, is het zicht op de besteding (…) niet verbeterd’, aldus de Algemene Rekenkamer.

Weinig informatie

Er valt volgens de rekenkamer uit de verantwoordingsstukken van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs en schoolbesturen weinig informatie te halen over de besteding. Bovendien zijn er ‘indicaties dat de wel beschikbare informatie van onvoldoende kwaliteit is’.

Vooral horizontale verantwoording had voor meer transparantie moeten zorgen, maar dat is niet gebeurd. ‘Het intern toezicht in de meeste samenwerkingsverbanden is niet onafhankelijk: zowel in het bestuur als in het interne toezicht zijn vooral schoolbesturen vertegenwoordigd. Ook is het de vraag of de ondersteuningsplanraden (…) voldoende tegenwicht kunnen bieden.’

Zwak ontwikkeld

Ook over de interne checks and balances in de samenwerkingsverbanden is de Algemene Rekenkamer zeer kritisch: ‘al met al zwak ontwik­keld’. Dat leidt er volgens de rekenkamer toe dat schoolbesturen het instellingsbelang zwaarder kunnen laten wegen dan het belang van de leerling.

De Tweede Kamer had gevraagd om inzicht in het aantal leerlingen met een extra ondersteuningsbehoefte, maar dat inzicht kan volgens de Algemene Rekenkamer niet worden geboden: ‘Het zogenoemde zorgvinkje – de registratie in het Basisregister Onderwijs (BRON) van ontwikkelingsperspectieven voor leerlingen die extra ondersteuning krijgen – biedt dit inzicht onvoldoende en is onbetrouwbaar.’

Meer inzicht

De Algemene Rekenkamer vindt het belangrijk dat er op het niveau van afzonderlijke samenwerkingsverbanden meer inzicht komt in waar zij hun geld aan besteden en welke resultaten zij daarmee bereiken. ‘Er zijn namelijk signalen dat de leerlingenondersteuning nog niet overal goed loopt.’

Lees meer…

Twee nieuwe publicaties over WMS

Onderwijsgeschillen heeft twee nieuwe publicaties uitgebracht over de Wet medezeggenschap op scholen (WMS). 

Er is een geactualiseerde versie van het Zakboek medezeggenschap WMS beschikbaar. Deze bewerkte 7e druk is aangepast aan nieuwe wetgeving per 1 januari 2017. Het boekje kost 5 euro.
Bestellen.

Onderwijsgeschillen biedt ook het boek De Wet medezeggenschap op scholen toelicht aan. Het gaat onder meer over wetsgeschiedenis en relevante rechtspraak. Ook deze publicatie is aangepast aan nieuwe wetgeving per 1 januari 2017. Dit boek kost 15 euro.
Bestellen.

Overeenstemming nodig over ontwikkelingsperspectief

Voor het handelend deel van het onderwijsontwikkelingsperspectief (OPP) moet overeenstemming zijn bereikt met de ouders. Dat staat na advies van de Raad van State in een voorgestelde wetswijziging.

Voordat de Wet passend onderwijs van kracht was, stelde de school een handelingsplan op voor een leerling met speciale onderwijsbehoeften. Dat handelingsplan moest door de ouders worden goedgekeurd voordat het kon worden uitgevoerd. De ouders hadden dus instemmingsrecht.

Met de invoering van passend onderwijs kwam het onderwijsontwikkelingsperspectief (OPP). Voor het handelen deel van het OPP (de uitvoering) is geen toestemming meer nodig van de ouders. In de Tweede Kamer werd dit bezwaarlijk gevonden.

Om (deels) aan de bezwaren tegemoet te komen, is er nu voor gekozen om voor het handelend deel van het OPP ‘versterkt’ op overeenstemming gericht overleg te laten plaatsvinden met de ouders. Zij krijgen niet, zoals in de oude situatie, instemmingsrecht, maar er moet wel met de ouders overeenstemming worden bereikt.

Op deze manier behoudt de school autonome beslissingsbevoegdheid zonder dat de ouders buitenspel worden gezet.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Themabijeenkomsten passend onderwijs en governance

Het Steunpunt Passend Onderwijs VO organiseert drie themabijeenkomsten over passend onderwijs en governance. Deze bijeenkomsten zijn bestemd voor (school)bestuurders en directeuren van samenwerkingsverbanden.

Governance binnen het samenwerkingsverbanden (SWV) is complex. Maatschappelijke verantwoording, functiescheiding en intern en extern toezicht zijn belangrijke elementen.

Dilemma’s passend onderwijs en governance

De belangen zijn groot, aangezien het beleid van het SWV een grote impact heeft op de begroting van de school. Daarom willen bestuurders graag meepraten over de inhoud. Hierin komen ze onherroepelijk collega’s tegen die andere belangen kunnen hebben.

In de drie themabijeenkomsten over passend onderwijs en governance kunt u met collega’s dillema’s verkennen, praten over mogelijke oplossingsrichtingen en kennisnemen van goede voorbeelden.

Lees meer…

 

Drie nieuwe adviezen over toelaatbaarheidsverklaring

De Landelijke Bezwaaradviescommissie Toelaatbaarheidsverklaring (LBT) heeft in januari drie adviezen uitgebracht over een toelaatbaarheidsverklaring (tlv).

In twee zaken maakten de ouders bezwaar tegen de toegekende tlv voor speciaal onderwijs. De ouders wilden hun kinderen liever naar het regulier onderwijs laten gaan.

In de derde zaak wilde de ouder juist wel een toelaatbaarheidsverklaring voor voortgezet speciaal onderwijs, maar besloot het samenwerkingsverband de tlv niet toe te kennen.

Lees meer…

Adviesrecht bestuur en toezicht samenwerkingsverband

De ondersteuningsplanraad kan vooraf adviseren over de vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudend orgaan alsmede van de leden van het bestuur van het samenwerkingsverband voor passend onderwijs.

Dat staat in de tweede nota van wijziging over de versterking van de bestuurskracht van onderwijsinstellingen. Minister Jet Bussemaker van OCW heeft deze nota naar de Tweede Kamer gestuurd.

Er staat ook in dat de ondersteuningsplanraad vooraf in de gelegenheid wordt gesteld te adviseren over de aanstelling of het ontslag van de leden van het bestuur van het samenwerkingsverband.

De minister schrijft dat de voorschriften rondom governance en de positie van de ondersteuningsplanraad in overeenstemming worden gebracht met die van de medezeggenschapsraad.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Variawet: modelreglementen PMR en OPR aangepast

In het primair en voortgezet onderwijs zijn de modelreglementen van de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraad (PMR) en de ondersteuningsplanraad (OPR) van het samenwerkingsverband aangepast. Dit volgt op de inwerkingtreding van de Variawet per 1 augustus jongsleden.

Het modelreglement van de PMR bevat niet langer de instemmingsbevoegdheid van de PMR op de vaststelling van de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudende orgaan.

Aan de modelreglementen van de OPR-PO en OPR-VO zijn de instemmingsbevoegdheid op de faciliteitenregeling en de adviesbevoegdheid op de competentieprofielen van de toezichthouders en het toezichthoudende orgaan van het samenwerkingsverband toegevoegd.

U kunt de herziene modelreglementen downloaden of uw reglementen aanpassen aan de hand van het overzicht van de wijzigingen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs gaat door

Het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs zet zijn werkzaamheden in elk geval tot 31 december van dit jaar voort.

Het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs bestaat sinds januari 2013. Het biedt het onderwijsveld ondersteuning op het gebied van medezeggenschap in het kader van de veranderingen die samenhangen met de invoering van passend onderwijs.

Het steunt meldt dat het in ieder geval tot 31 december 2015 zijn werkzaamheden kan vervolgen en dat tot die tijd de opgebouwde kennis en expertise beschikbaar blijven.

Lees meer…

Passend onderwijs loopt goed, maar is nog niet af

Door het jaar heen zijn scholen, ouders en samenwerkingsverbanden beter bekend geraakt met de wet- en regelgeving en beginnen zij de ruimte te gebruiken die hun hiermee wordt geboden. Dat staat in de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In de voortgangsrapportage staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft gekregen om een passend aanbod te doen.’

De rapportage gaat ook in op de maatregelen die zijn genomen om de knelpunten op te lossen die scholen en ouders ervaren in het onderwijs voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Dit voorjaar was daar veel discussie over. ‘Naar aanleiding daarvan is een regeling gemaakt voor aanvullende bekostiging, is er één formulier waarmee voor deze groep leerlingen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd en kunnen ouders en scholen een beroep doen op de onderwijszorgconsulenten om bij onenigheid samen tot een oplossing te komen.’

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is passend onderwijs nog niet af. ‘Scholen en samenwerkingsverbanden leren van hun ervaringen en kunnen daarmee hun werkwijze verbeteren. De komende periode staat in het teken van het doorontwikkelen van passend onderwijs.’

Ondersteuning VOS/ABB
VOS/ABB kan op het gebied van passend onderwijs ondersteuning bieden aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. U kunt daarvoor contact opnemen met Anna Schipper (06-30056066, aschipper@vosabb.nl).

U kunt natuurlijk ook bellen of mailen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

Zelfevaluatie en quickscan passend onderwijs

VOS/ABB heeft een handreiking gemaakt die samenwerkingsverbanden passend onderwijs kunnen gebruiken voor zelfevaluatie. Bij de handreiking zit een praktische quickscan.

De samenwerkingsverbanden zijn nu bijna een schooljaar bezig om hun weg te vinden in de nieuwe organisatie van passend onderwijs. Het was een schooljaar van overgangen, waarin oude werkwijzen werden vervangen door nieuwe.

Nu het einde van het eerste schooljaar met passend onderwijs nadert, is het tijd de ontwikkelingen van afgelopen jaar te evalueren. Hoe zijn deze verlopen en waar zijn nog verbeteringen denkbaar of nodig?

De beleidsmedewerkers Anna Schipper en Simone Baalhuis van VOS/ABB hebben de handreiking voor zelfevaluatie geschreven. Er worden verschillende domeinen benoemd, zoals governance, management & organisatie, communicatie en resultaten.

Bij de handreiking zit een quickscan om snel een overzicht te krijgen van het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband.

De handreiking en quickscan kunnen door samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten worden gedownload uit het besloten gedeelte van deze website:

Handreiking en quickscan passend onderwijs 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Dekker vereenvoudigt bekostiging EMB-leerlingen

Het speciaal onderwijs zal vanaf komend voorjaar voor zorg en onderwijs voor leerlingen met ernstige meervoudige beperkingen (EMB) niet meer afhankelijk zijn van allerlei geldstromen. Uiterlijk op 1 maart 2015 zal er een vereenvoudigde bekostiging zijn, belooft staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Donderdag was er naar aanleiding van de zesde voortgangsrapportage in de Tweede Kamer een algemeen overleg over passend onderwijs. De toezegging die Dekker deed, moet een einde maken aan de huidige bureaucratie waarmee veel scholen voor speciaal onderwijs te maken hebben. Zij moeten nu het geld voor EMB-leerlingen bij verschillende samenwerkingsverbanden ophalen. Daarnaast zijn ze afhankelijk van geldstromen buiten het onderwijs.

Het ging tijdens het algemeen overleg ook over leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten. Vooral de SP is bang dat het aantal thuiszitters toeneemt doordat de inkoop van zorg door de gemeenten nog niet overal goed geregeld is. De staatssecretaris zegde toe om met een aanpak die ook wordt toegepast voor voortijdig schoolverlaters het aantal thuiszitters te minimaliseren. Dat kan eventueel ook met gedeeltelijk thuisonderwijs, zei hij.

Het is volgens Dekker niet nodig om, zoals door ouderorganisaties is voorgesteld, voor passend onderwijs op elke school één centraal aanspreekpunt te hebben voor ouders. Hij wees erop dat uit een peiling blijkt dat het overgrote deel van de ouders weet bij wie ze op school terecht kunnen als er iets met hun kind aan de hand is.

Er werd ook gesproken over de (niet-bindende) uitspraken van van de geschillencommissies. Die uitspraken zouden volgens een aantal fractie niet serieus worden genomen. Dekker ziet dat anders. Volgens hem worden de uitspraken wel serieus genomen. In het uiterste geval kunnen ouders altijd naar de rechter stappen.

De staatssecretaris benadrukte naar aanleiding van vragen van D66, VVD en CDA dat passend onderwijs ook bedoeld is voor hoogbegaafde leerlingen.

Modelreglement ondersteuningsplanraad gewijzigd

In het model huishoudelijk reglement voor de ondersteuningsplanraad zijn twee technische fouten hersteld. Artikel 4 lid 8 en artikel 9 lid 2 zijn aangepast. Per abuis stond in deze artikelen vermeld ‘de gemeenschappelijke ondersteuningsplanraad’.

De wijzigingen:

  • Art. 4 lid 8, eerste volzin: geschrapt is ‘en aan de gemeenschappelijke ondersteuningsplanraad’.
  • Art. 9 lid 2, eerste volzin: ‘secretarissen van deelraden en de secretaris van de gemeenschappelijke ondersteuningsplanraad’, is vervangen door: ‘secretarissen van (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraden van de bij het samenwerkingsverband aangesloten scholen en de secretaris van de medezeggenschapsraad voor personeel van het samenwerkingsverband’.

Het model huishoudelijk reglement is opgesteld door het Steunpunt medezeggenschap passend onderwijs.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Katernen over toelating en verwijdering herdrukt

Voor de leden van VOS/ABB zijn de katernen over toelating en verwijdering van leerlingen in respectievelijk het primair en voortgezet onderwijs herzien. De bij VOS/ABB aangesloten schoolbesturen voor primair onderwijs en hun scholen hebben het po-katern toegestuurd gekregen. Op 14 oktober ontvangen onze leden in het voortgezet onderwijs de herziene druk van hun katern. De online versies van beide katernen staan op het besloten ledengedeelte van deze website. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de katernen downloaden.

Aanleiding voor de herziene druk van de katernen – uit de bekende katernenreeks van VOS/ABB – is de invoering op 1 augustus jongstleden van passend onderwijs. In aanloop naar die datum kregen de adviseurs van de Helpdesk van VOS/ABB daar veel vragen over. Dat is ook nu nog het geval.

De juridische adviseurs mr. Céline Adriaansen en mr. José van Snek van VOS/ABB hebben de katernen over toelating en verwijdering herschreven. Ze zijn nu weer helemaal up-to-date, zodat u de informatie die erin staat kunt gebruiken voor een goed afgewogen besluitvorming conform de Wet passend onderwijs.

Schoolbesturen, hun scholen en samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten hebben het po-katern gratis toegestuurd gekregen. Het vo-katern volgt binnenkort per post.

Downloaden
U vindt de katernenreeks online in het besloten ledengedeelte van deze website.

Download het herziene katern Toelating en verwijdering in het primair onderwijs (alleen voor leden van VOS/ABB)

Download het herziene katern Toelating en verwijdering in het voortgezet onderwijs (alleen voor leden van VOS/ABB)

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Meer ouders krijgen medezeggenschap over clusters 1 en 2

De Tweede Kamer heeft een motie aangenomen voor medezeggenschap voor ouders van leerlingen met ambulante begeleiding in het reguliere onderwijs. De motie roept het kabinet op om in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) te regelen dat deze ouders medezeggenschap krijgen over het beleid van onderwijsinstellingen in de clusters 1 en 2.

De Kamer nam ook twee moties aan over leerlingen met diabetes. De ene motie roept staatssecretaris Sander Dekker van OCW op om scholen zo snel mogelijk te verbieden leerlingen te weigeren op grond van het feit dat ze suikerziekte hebben.

De andere aangenomen motie die betrekking heeft op diabetes, verzoekt Dekker om in overleg met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, scholen, leraren en ouders te verkennen in hoeverre de ondersteuning van onderwijspersoneel aan kinderen met suikerziekte kan worden uitgezonderd van de ‘medische handelingen’.

Ook nam de Tweede Kamer een motie aan om meer gewicht te geven aan de rol van de landelijke Geschillencommissie passend onderwijs. In die motie staat dat de uitspraken van die commissie moeten worden opgevolgd.

Klik hier voor een overzicht van de moties.

Ook swv’s blijven nog gevrijwaard van btw bij detachering

Tot 1 augustus 2016 blijft het onderwijs gevrijwaard van btw bij de detachering van personeel. De huidige regelgeving hiervoor verandert tot die tijd niet, zo heeft staatssecretaris Sander Dekker van OCW donderdag gezegd tijdens een algemeen overleg met de Tweede Kamer over passend onderwijs. De toezegging heeft onder andere betrekking op de nieuwe samenwerkingsverbanden.

Dekker heeft btw-overleg gehad met zijn collega Eric Wiebes van Financiën. Uit dat overleg is naar voren gekomen dat er tot 1 augustus 2016 niets verandert rondom btw en de detachering van onderwijspersoneel. Omdat de huidige regelgeving in strijd is met Europese wetgeving, moet er op termijn wel wat veranderen, zo zei Dekker. Hij kwam tijdens het algemeen overleg over passend onderwijs ook met andere toezeggingen:

  • Over een jaar komt er een bureaucratietoets die wordt uitgevoerd door een zogenoemde Kafkabrigade.
  • De Inspectie van het Onderwijs gaat toezicht houden op de tijdelijke voorzieningen (Orthopedagogische en Didactische Centra of OPDC’s). Die moeten goed onderwijs geven en voor de betreffende leerlingen echt van tijdelijke aard zijn.
  • Er komt een onderzoek naar de onafhankelijkheid van de commissies voor de indicatiestelling in de clusters 1 en 2. Na de zomervakantie zal Dekker de Tweede Kamer informeren over de uitkomst van dit onderzoek.
  • OCW gaat in gesprek met de instellingen in de clusters 1 en 2 over mogelijkheden voor (mede)zeggenschap voor ouders van kinderen die ambulante begeleiding krijgen in het reguliere onderwijs.
  • Na een jaar komt er een themaonderzoek naar hoogbegaafdheid en passend onderwijs. Daarnaast wordt hoogbegaafdheid binnen passend onderwijs in het vervolg standaard opgenomen in de voortgangsrapportage. Er komt een platform voor het uitwisselen van goede voorbeelden omtrent hoogbegaafdheid.
  • OCW neemt contact op met brancheorganisatie Ingrado om in het kader van passend onderwijs tot goede instructies te komen voor leerplichtambtenaren.
  • De registratie van thuiszitters moet worden verbeterd. Daar is nu een onderzoek naar gaande. De uitkomsten hiervan worden in augustus naar de Tweede Kamer gestuurd.
  • OCW gaat om de tafel met de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en andere betrokkenen en belanghebbenden om afspraken te maken over gedeelde verantwoordelijkheid bij medische handelingen in de school. De Tweede Kamer wordt hierover in het najaar geïnformeerd. Er komt overleg met het Diabetes Fonds in verband met medische handelingen en leerlingen die worden geweigerd omdat ze suikerziekte hebben.
  • Dekker gaat met minister Lodewijk Asscher en staatssecretaris Jette Klijnsma van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) overleggen voor een goede overgang van leerlingen uit het praktijkonderwijs naar de sociale werkplaats.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Samenwerkingsverbanden klaar voor passend onderwijs

De samenwerkingsverbanden zijn klaar voor de invoering van passend onderwijs, maar het schort nog wel aan de informatie aan ouders en onderwijspersoneel. Dat blijkt uit de Vijfde voortgangsrapportage.

‘Alle mijlpalen zijn gehaald en die prestatie van de samenwerkingsverbanden is een compliment waard’ en er is ‘voldoende vertrouwen in een succesvolle start’, zo staat in de voortgangsrapportage. Passend onderwijs wordt op 1 augustus ingevoerd, als het schooljaar 2014-2015 officieel begint.

Maatwerk
In de voortgangsrapportage staat ook dat de ondersteuningsplannen grote diversiteit laten zien. ‘De verschillen zorgen ervoor dat aangesloten kan worden bij de lokale situatie en maatwerk voor leerlingen mogelijk wordt’.

Per 1 augustus zal er nog weinig veranderen: ‘Samenwerkingsverbanden kiezen voor een geleidelijke overgang, waarbij de komende jaren een doorontwikkeling zal plaatsvinden’. Dit betekent dat het nieuwe schooljaar grotendeels begint zoals het huidige wordt beëindigd: ‘De begeleiding aan leerlingen die nu een rugzakje hebben wordt bijvoorbeeld veelal voortgezet.’

Informatie
Belangrijk aandachtspunt voor de komende periode, zo vervolgt de voortgangsrapportage, is het informeren en betrekken van ouders en onderwijspersoneel. ‘Uit de tweede meting onder ouders blijkt dat zij iets beter weten wat passend onderwijs betekent in vergelijking met de meting uit februari.’

Ouders van leerlingen met een rugzakje die aan hebben gegeven nog niet in contact te zijn met de school, ontvangen binnenkort een brief waarin opgeroepen wordt in gesprek te gaan met school. Ouders kunnen daarbij ondersteuning vragen bij het steunpunt passend onderwijs voor ouders.

Onderwijspersoneel wil graag weten wat er komend schooljaar in hun eigen klas verandert. ‘Zij zijn onzeker over de ambigue boodschappen die zij krijgen: via officiële kanalen horen zij dat er vooralsnog weinig verandert, maar het beeld in de media zorgt voor onrust.’

Rust
Het ministerie van OCW roept scholen en onderwijspersoneel daarom nogmaals op om duidelijkheid te creëren over wat er voor leraren in de klas verandert. ‘Het geeft leraren rust als zij weten dat er op hun school komend schooljaar nog weinig verandert’, zo staat in de voortgangsrapportage.

Geen uniforme voorwaarden voor toelating cluster 1 en 2

Er komen geen uniforme voorwaarden voor de toelating van leerlingen tot cluster 1- en 2-scholen. Dat laat staatssecretaris Sander Dekker van OCW weten in antwoord op Kamervragen.

Tweede Kamerlid Loes Ypma (PvdA) had de vragen gesteld naar aanleiding van een brief van verontruste ouders over knelpunten in de overgang van visueel, auditief en communicatief beperkte kinderen naar passend onderwijs. Ypma wilde onder andere weten of er uniforme voorwaarden komen voor de toelating van leerlingen tot dit deel van het speciaal onderwijs. Dekker antwoordt dat hij daar niet voor gaat zorgen.

Hij wijst erop dat met de invoering van passend onderwijs de wettelijk vastgelegde indicatiecriteria komen te vervallen. De verantwoordelijkheid voor toelating komt bij de instellingen te liggen. Onder andere over de procedure van toelating tot cluster 1 of 2 zijn wel handreikingen opgesteld.

‘De instelling of de reguliere school waar de leerling is aangemeld of staat ingeschreven vraagt de toelaatbaarheid tot een instelling aan bij de commissie van onderzoek. Deze commissie beoordeelt of een leerling is aangewezen op onderwijs op de instelling of op ondersteuning vanuit de instelling’, zo antwoordt Dekker.

Op de vraag of de commissie onafhankelijk is, antwoordt de staatssecretaris dat de voorwaarden waaraan een commissie van onderzoek moet voldoen, wettelijk zijn voorgeschreven. ‘Zo moet de commissie naast de vertegenwoordiger van de instelling bestaan uit ten minste een academisch gevormd psycholoog of pedagoog, een maatschappelijk werker en een arts die vertrouwd is met het onderzoek van kinderen met een visuele, auditieve en/of communicatieve beperking.’

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Kamer steunt motie voor toezicht op medezeggenschap

De Tweede Kamer wil dat de Inspectie van het Onderwijs gaat toezien op de naleving van verplichtingen ten aanzien van medezeggenschap.

De Kamer heeft een motie van die strekking van D66’er Paul van Meenen aangenomen. In de motie staat de inspectie zelf constateert dat er slechts summiere eisen worden gesteld aan intern toezicht en dat de naleving van de regels daarvoor onvoldoende is.

Het toezichtkader van de Inspectie van het Onderwijs zou volgens de aangenomen motie ‘de omgang met medezeggenschap, het organiseren van tegenspraak en het voldoen aan verplichtingen van regelgeving ten aanzien van medezeggenschap’ moeten bevatten.

De motie heeft betrekking op het primair en voortgezet onderwijs alsmede op het middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs.

Tweede meting monitor passend onderwijs

De tweede meting van de monitor over de invoering van passend onderwijs is dinsdag van start gegaan.

In februari was de eerste meting. Daaruit bleek dat ruim 8 op de 10 ouders behoefte hadden aan meer informatie over passend onderwijs. Ook kwam uit de eerste meting dat de meeste leraren vonden dat de school en zijzelf nog niet voldoende waren voorbereid. De nieuwe meting moet uitwijzen of de situatie is verbeterd.

De monitor over de invoering van passend onderwijs is een initiatief van het ministerie van OCW, dat hiervoor samenwerkt met de sectororganisaties PO-Raad, VO-raad, de schoolleidersvakbond AVS en ouder- en vakorganisaties.

Passend onderwijs wordt op 1 augustus aanstaande ingevoerd.

Meerderheid ouders vreest invoering passend onderwijs

Zeventig procent van de ouders vreest dat leraren niet zijn toegerust om een kind met een beperking in een reguliere klas les te geven. Dat blijkt uit onderzoek dat bureau Centron heeft uitgevoerd in opdracht van het NCRV-programma ‘Altijd wat’.

Uit het onderzoek blijkt ook dat 61 procent van de ouders bang is dat hun kind minder aandacht krijgt als er meer kinderen met een beperking in de klas komen. Naar aanleiding van de uitkomsten van het onderzoek heeft Balans, de oudervereniging van kinderen met een leer- of gedragsstoornis, een brandbrief aan staatssecretaris Sander Dekker van OCW gestuurd.

In ‘Altijd wat’ was dinsdagavond een reportage te zien over drie leerlingen die een keuze moeten maken tussen regulier en speciaal onderwijs.

Besturen gaan over inzet professionaliseringsgeld

‘Zeker voor wat de prestatiebox betreft liggen er bestuurlijke afspraken dat het geld ook echt ingezet wordt voor de doelen die we hebben afgesproken in de bestuursakkoorden uit 2011-2012.’ Dat antwoordt staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen over de invoering van passend onderwijs.

SP-Kamerlid Jasper van Dijk had Kamervragen gesteld naar aanleiding van een bericht van de Algemene Onderwijsbond (AOb). Daarin stond dat de scholen nog niet klaar zijn voor de invoering van passend onderwijs per 1 augustus 2014.

Een van de vragen had betrekking op de inzet van de professionaliseringsgelden. Hierop antwoordt Dekker dat schoolbesturen verantwoordelijk voor de inzet van dat geld. ‘Dit budget is voor een deel ondergebracht in de lumpsum, en daarbinnen weer voor een deel in de prestatiebox van de schoolbesturen en wordt verantwoord in het jaarverslag en de bijbehorende jaarrekening van de schoolbesturen’, aldus de staatssecretaris.

Hij wijst erop dat de controle zowel op het niveau van de jaarrekening als op dat van het personeel zelf ligt. ‘Het personeel heeft via de medezeggenschapsraad een adviesbevoegdheid op de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van het meerjarig financieel beleid en kan in die zin ook controleren of het geld wordt uitgegeven waarvoor het bestemd is.’

Klassengrootte
Van Dijk had ook een vraag gesteld over de klassengrootte in het reguliere onderwijs die als gevolg van de invoering van passend onderwijs zou toenemen. Dekker relativeert die angst: ‘Als samenwerkingsverbanden ervoor kiezen op termijn minder naar het speciaal onderwijs te verwijzen, ontstaat er meer ruimte voor extra ondersteuning in het regulier onderwijs. Bijvoorbeeld voor extra handen in de klas, het inrichten van speciale arrangementen of het kleiner maken van klassen.’

Het is volgens de staatssecretaris een misvatting dat er ten gevolge van passend onderwijs per klas drie tot vier extra leerlingen bij komen. ‘Zelfs in het theoretische geval dat alle leerlingen uit het speciaal onderwijs teruggeplaatst zouden worden naar het regulier onderwijs, hetgeen in de praktijk geenszins het geval zal zijn, verandert de klassengrootte hiermee heel beperkt.’

‘Heel beperkt’ wordt door Dekker gekwantificeerd: ‘Wanneer de bestaande 70.000 plekken in het speciaal onderwijs niet meer zouden bestaan, betekent dit dat er in het basisonderwijs per school gemiddeld vier leerlingen bij komen op een gemiddelde van 213 leerlingen per school. In het voortgezet onderwijs gaat het om gemiddeld 28 leerlingen per vestiging op een gemiddelde van 700 leerlingen per vestiging.’

In dit theoretische geval zou de klassengrootte volgens hem zelfs naar beneden kunnen gaan, ‘omdat de middelen van het speciaal onderwijs dan ook in het regulier onderwijs ingezet zouden worden. Die middelen zouden dan kunnen worden ingezet voor kleinere klassen.’

Passend onderwijs: instemmingsrecht ouders geregeld

Ouders krijgen instemmingsrecht op het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Dit en andere punten staan in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker op vragen van de Vaste Kamercommissie voor OCW over passend onderwijs.

De staatssecretaris laat weten dat de procedure in gang is gezet om het instemmingsrecht van ouders op het handelingsdeel van het ontwikkelperspectief in de onderwijswetten (WEC, WPO en WVO) te regelen. Voor eventuele geschillen kan de Landelijke Geschillencommissie passend onderwijs worden ingeschakeld. De Inspectie van het Onderwijs krijgt de taak om te controleren of het handelingsdeel door de ouders is ondertekend.

In de antwoorden van de staatssecretaris staat ook dat de inspectie steekproefsgewijs zal checken of de begeleiding van het ontwikkelingsperspectief naar tevredenheid geschiedt. De inspectie kan dit bijvoorbeeld doen aan de hand van klachten van ouders over de school en de begeleiding van leerlingen. Ook kijkt de inspectie naar het aantal klachten per samenwerkingsverband en hoe dat die klachten afhandelt.

Overtollig personeel
Een ander opmerkelijk punt dat Dekker noemt, betreft deskundigen op het gebied van passend onderwijs in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Omdat het mbo diensten Europees moet aanbesteden, komt het nogal eens voor dat ze liever zelf deskundigen in dienst nemen. Zo werft het mbo ambulant begeleiders uit scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Dit kan worden gezien als een positieve ontwikkeling voor samenwerkingsverbanden in het primair en voortgezet onderwijs met overtollig personeel.

Wat de bekostiging merkt de staatssecretaris op dat de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) de groeiregeling van structureel 35 miljoen euro nog één keer uitvoert. De kosten van de groei tussen 1 oktober 2013 en 16 januari 2014 bedroegen 17,5 miljoen euro (ongeveer 1100 leerlingen). DUO zal de kosten kosten van de groeiregeling eenmalig in mindering brengen op de lumpsumfinanciering van de samenwerkingsverbanden. Vanaf augustus 2015 wordt het volledige groeibudget aan lumpsum van de swv’s toegevoegd.

Geen compensatie
Er is sprake van een overgangsbekostiging om de overgang van de oude naar de nieuwe swv’s soepel te doen verlopen. Financiële compensatie is niet aan de orde, omdat de administratieve lasten volgens de staatssecretaris eerder afnemen (met 0,5 procent) dan toenemen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Magazine School! blikt in de toekomst

Een gezonde toekomst van het onderwijs zónder het duale bestel. De categorale havo of juist de brede scholengemeenschap? En de rammelende rekentoets. Over deze en andere onderwerpen gaat het decembernummer van magazine School!.

Beleidsadviseur Ronald Bloemers van VOS/ABB vertelt wat hij heeft ingebracht tijdens een rondetafelgesprek met de Vaste Kamercommissie voor OCW over de toekomst van artikel 23 van de Grondwet (vrijheid van onderwijs). Bloemers heeft daar een toelichting gegeven op het concept ‘School!’ van VOS/ABB en de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO).

Het duale bestel met denominaties gebaseerd op de twintigste-eeuwse zuilaire samenleving is duidelijk aan vernieuwing toe. VOS/ABB en VOO willen dat de denominaties worden losgelaten en dat er geen openbare, rooms-katholieke, protestants-christelijke of andere scholen zijn met een denominatief voorvoegsel, maar alleen nog maar ‘scholen’ gebaseerd op maatschappelijke diversiteit. ‘Scholen’ hebben op basis van gelijkwaardigheid en wederzijds respect aandacht voor godsdienst en levensbeschouwing.

Dit ideaal wordt gedeeld door directeur Dick Bruin van vrije school Parcival in Hoorn. ‘Als we onze eventuele emoties over bepaalde richting in ons achterhoofd parkeren, zouden we na de gezondheidszorg, de sportwereld en andere onderdelen van de maatschappij ook in het onderwijs kunnen uitstijgen boven de zuilen’, aldus Bruin in de rubriek Aan het woord. Hieraan kunnen lezers van School! hun eigen bijdrage leveren.

Crisis in goede banen leiden
Het decembernummer stelt drie crisiscommunicatieadviseurs voor. Ruth Gorissen, Ronald Brouwers en Jan Scholten vormen een pool die leden van VOS/ABB kunnen inschakelen in het geval van een crisis op school. Zij kunnen achter de schermen advies geven over open, transparante en eerlijke communicatie en/of voor de schermen optreden als woordvoerder voor de media.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u voor één dagdeel à vier uur gratis gebruikmaken van deze service. Als u meer uren advies nodig hebben, kunt u de adviseur zelf inhuren. Het tarief daarvoor is lager dan in de markt hiervoor gebruikelijk is.

Categoraal of breed?
School! gaat ook over De nieuwe Havo van de openbare scholengroep Voortgezet Onderwijs van Amsterdam. Deze nieuwe school is een categorale havo. Directeur Peter van Hameren legt uit waarom daarvoor is gekozen: ‘Een havist is wezenlijk anders dan een vwo’er en daar willen wij recht aan doen’.

Daartegenover staat Jan Paul Beekman, rector van het openbare Gerrit Komrij College in Winterswijk. Hij is voorstander van de brede scholengemeenschap: ‘Hier krijgen leerlingen kans elkaar te ontmoeten.’ De redactie van School! wil graag weten hoe u hierover denkt. Geef uw mening.

Transparantie
Onder de kop ‘Laat maar zien wat je doet’ gaat directeur Ronald Goosen van de openbare basisschool Pieterskerkhof in Utrecht in op het belang van transparantie. ‘Als je als school niet transparant bent over wat je doet of niet doet, geef je zonder dat je dat wilt ruimte voor gissen.’ Zijn school geeft onder andere op de website www.scholenopdekaart.nl veel informatie, zodat iedereen kan zien wat obs Pieterskerkhof te bieden heeft.

Wiskundedocent Karin den Heijer en haar leerlingen van het openbare Erasmiaans Gymnasium in Rotterdam leggen uit wat er mis is met de rekentoets in het voortgezet onderwijs. ‘Deze rekentoets toetst helemaal niet de rekenvaardigheid. Het is in de eerste plaats een lees- en concentratietoets en een IQ-test’, aldus Den Heijer. Leerling Martijn bevestigt dit: ‘Veel vragen hadden niets met rekenen te maken.’

Zélf aan het roer
Jeelo staat voor Je eigen leeromgeving. Dit is een succesvol onderwijsconcept van het openbaar basisonderwijs in Noord-Limburg. Jeelo rekent af met de versnippering en de aanbodgerichtheid van die zo kenmerkend zijn voor veel educatieve uitgeverijen. De vraag van de school staat centraal en alle scholen die eraan meedoen vormen samen een community.

‘Dankzij Jeelo staan zij zelf aan het roer van de permanente verbetering van hun kwaliteit’, zegt Hans Bouwhuis, bestuurder van de Stichting Invitare Openbare Onderwijs in het Land van Cuijk en Noord-Limburg.

Andere onderwerpen die in het decembernummer van School! aan bod komen:

  • De Inspiratiekalender van VOS/ABB, voor een waarde(n)vol begin van de schooldag. Twee directeuren van openbare basisscholen zijn er zeer enthousiast over.
  • De School!Week van 17 tot en met 21 maart zet het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs weer stevig op de kaart.
  • Voortgezet onderwijs op Ameland: de openbare Burgemeester Walda School heeft een gloednieuw gebouw. Prinses Beatrix heeft het in november officieel geopend.
  • Limburgers kritisch over krimpballonnetje. De gezamenlijke schoolbesturen in Zuid-Limburg zien niets in het plan om ouders het bestuur van kleine scholen te laten overnemen.
  • Kerst op de openbare school. Voorzitter Marijke van Hees van de raad van toezicht van VOO over vieringen in het openbaar onderwijs.
  • Een goede gemeenschappelijke medezeggenschapsraad communiceert met de achterban. Voorzitter Niels Bonenkamp van de GMR van twee samenwerkende stichtingen voor openbaar primair onderwijs in Noord-Holland legt uit waarom.
  • Medezeggenschap en passend onderwijs: Houd het simpel! VOS/ABB en VOO kunnen het openbaar onderwijs hierover adviseren.

Verder staan in School! natuurlijk weer de rubrieken School antwoordt, School en excursie (Titanic in Amsterdam!) en  School! en recht. Op de achtercover staan opmerkelijke berichten uit het onderwijs en de cartoon van Maarten Wolterink.

Magazine School! is een gezamenlijke uitgave van VOS/ABB en VOO. Alle leden van VOS/ABB en VOO en overige abonnees krijgen het zeven keer per jaar toegestuurd.

Hebt u nog geen abonnement? Voor 24,50 euro per jaar kunt ook u ons blad toegestuurd krijgen. Aanmelden kan via welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Abonnement School!’, uw naam en het adres waarop u het blad wilt ontvangen.

Wilt u in magazine School! adverteren? Dat kan via ons acquisitiebureau Recent.

Download het decembernummer.

Informatie: Martin van den Bogaerdt, 06-13190311, mvandenbogaerdt@vosabb.nl

‘NRC bericht onjuist over passend onderwijs’

NRC heeft een advies van de Evaluatie- en adviescommissie Passend Onderwijs (ECPO) verkeerd begrepen: de ECPO adviseert niet om met de invoering van passend onderwijs te stoppen, zoals de krant ten onrechte suggereert, maar om er versneld mee door te gaan.

De ECPO vindt het onjuist dat NRC de boodschap Passend onderwijs in gevaar. Staatssecretaris, grijp nu in! aan het advies Passend Onderwijs: Code Oranje van de commissie linkt. ‘De citaten in het artikel zijn op zich correct’, maar de teneur komt volgens de ECPO ‘niet echt overeen met het uitgebrachte advies’.

De ECPO heeft de weg van passend onderwijs vergeleken met het naderen van een kruispunt terwijl het verkeerslicht op oranje staat. ‘Dat betekent: direct remmen of direct gas geven. Het advies van de ECPO is: gas geven’, aldus de commissie.

Van staatssecretaris Sander Dekker van OCW worden initiatieven richting de Tweede Kamer en actoren in het onderwijsveld verwacht omdat de complexe invoering van passend onderwijs volgens de ECPO geen vanzelfsprekende zaak is. ‘Er was en is veel aandacht voor de formele vormgeving, het wordt nu echt tijd de inhoud voorop te stellen en ouders en leraren duidelijkheid te geven’, zo adviseert de commissie.

Dat de tijd dringt, heeft te maken met het feit dat de open dagen in het voortgezet onderwijs al in januari gepland staan. De invoering van passend onderwijs moet voor het primair en voortgezet onderwijs op 1 augustus 2014 een feit zijn. Schoolbesturen zullen vanaf die datum zorgplicht hebben. Dit betekent dat er voor elke leerling een passende plaats in het onderwijs moet worden gevonden, binnen of buiten de eigen organisatie, zodat er geen leerlingen meer buiten de boot kunnen vallen.

Foto: ECPO

Eerste stappen gezet voor passend onderwijs

Veel samenwerkingsverbanden zien in passend onderwijs kansen om meer maatwerk te leveren en het aantal thuiszitters te verminderen. Ze hebben inmiddels vooral op strategisch niveau, de bestuurlijke inrichting, stappen gezet. Op uitvoerend niveau loopt de helft van de samenwerkingsverbanden, zowel PO als VO, achter op schema.

Dit blijkt uit een rapportage van Sardes, die hier onderzoek naar heeft gedaan in opdracht van de Evaluatie Commissie Passend Onderwijs (ECPO). Sardes constateert dat er ook voorlopers zijn, maar geen van de samenwerkingsverbanden (swv’s) is voorloper op alle onderdelen. Het grootste deel van de swv’s (70%) is zelfs op geen enkel onderdeel voorloper. Met name op de onderdelen ‘organisatie van de ondersteuning’ en ‘ondersteuning van de medezeggenschap’ blijft de helft van de samenwerkingsverbanden achter.

Focus op middelen
De bestuurlijke inrichting loopt echter gestaag, meldt Sardes, die daarbij wijst op het risico dat er te veel gefocust wordt op middelen en behoud van de autonomie, en te weinig op visie en inhoudelijke vormgeving.

Ook blijkt dat vrijwel alle samenwerkingsverbanden PO en VO duidelijk voor ogen hebben hoe het cluster 3 en 4 onderwijs wordt gepositioneerd en wordt er een omslag gemaakt van ‘slagboomdiagnostiek’ naar handelingsgerichte diagnostiek. Slechts een minderheid vreest voor expertiseverlies bij de invoering van passend onderwijs.

Uit het onderzoek blijkt verder dat swv’s PO er meer aan doen om de positie van ouders te waarborgen ten opzichte van swv’s VO. Slechts 10% van de swv’s heeft een professionaliseringsbeleid opgesteld.

Sardes merkt aan het eind van het rapport op dat velen kansen zien in passend onderwijs voor het leveren van maatwerk, ‘thuisnabij’ onderwijs en het verminderen van het aantal thuiszitters. Daarvoor zijn competente professionals nodig die de visie van hun samenwerkingsverband onderschrijven en in samenwerking met gemeenten de ouders betrekken en overtuigen. Deze voorwaarden zijn echter op veel plaatsen nog onvoldoende gerealiseerd.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl