‘Te veel thuiszitters door lichtvaardig beleid’

‘Vrijstelling mag niet het afvoerputje worden voor kinderen die complex of duur zijn’, zegt aanjager Marc Dullaert van het Thuiszitterspact in het AD.

Een kind kan door de leerplichtambtenaar van de gemeente worden vrijgesteld van de leerplicht als het bijvoorbeeld door ernstige psychische of lichamelijke klachten niet in staat is onderwijs te volgen. Dullaert ziet in de praktijk dat hier te lichtvaardig mee wordt omgesprongen. Volgens hem worden leerlingen geweigerd, omdat ze ‘te duur’ zijn en scholen onvoldoende expertise in huis hebben.

Dullaert wijst erop dat er meer dan 1 miljard euro is uitgetrokken voor passend onderwijs. ‘Dat geld ligt bij de scholen’, zo zegt hij. Daarbij tekent hij aan dat de zorgkosten voor de gemeenten zijn. ‘Zorg en onderwijs moeten dus samenwerken’, aldus Dullaert in het AD.

Lees meer…

Samenwerkingsverband zet lang niet altijd door

In bijna de helft van de gevallen neemt het samenwerkingsverband het zoeken naar een passende oplossing voor een kind niet over als de school geen passend zorgarrangement kan bieden. Dat meldt de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

De vakbond van schoolleiders hield een enquête over passend onderwijs. Van de 400 schoolleiders die de vragenlijst invulden, geeft 70 procent aan dat de zorgplicht ingaat op het moment dat ouders op gesprek komen en hun kind aanmelden. Vorig jaar gaf 90 procent nog aan niet zomaar over te gaan tot inschrijving.

Het samenwerkingsverband (swv) weet twee op de drie kinderen te plaatsen, zo blijkt uit de enquête. Voor één op de drie wordt dus geen passende plek gevonden.

Ruim de helft van de schoolleiders geeft aan dat hun swv doorzettingsmacht heeft om een kind te plaatsen. In bijna de helft van de gevallen neemt het swv het zoeken naar een passende oplossing voor een kind niet over.

Thuiszitterspact

De enquête van de AVS stond in het teken van het Thuiszitterspact, dat in juni werd gesloten. Hierin werd afgesproken dat het aantal kinderen dat zonder onderwijs thuiszit fors omlaag moet.

Het Thuiszitterspact werd gesloten door de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de ministeries van OCW, VWS en Veiligheid en Justitie. De AVS werd er niet bij betrokken.

Lees meer…

Passend onderwijs: samenwerking maakt het verschil

Passend onderwijs ‘valt of staat met een goede samenwerking tussen scholen’, zegt rector Marcel Janssen van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap Nijmegen in de Volkskrant.

De krant gebruikt de woorden van Janssen in een artikel waarin aanjager Marc Dullaert van het Thuiszitterspact zegt dat er duizenden kinderen ‘volstrekt onnodig’ thuiszitten doordat een deel van de scholen en gemeenten te weinig doet met passend onderwijs.

Hij ziet grote regionale verschillen. ‘Op sommige plekken is het aantal thuiszitters bijna gehalveerd. Op andere gaat het minder goed. Dat stoort mij, want het kan wel’, aldus Dullaert.

Met goede samenwerking kan heel veel

Een regio waar het goed gaat, is Nijmegen, zo blijkt uit wat rector Janssen van de openbare Stedelijke Scholengemeenschap in die stad vertelt. In de regio Nijmegen zijn volgens hem nagenoeg geen thuiszitters.

‘Alles valt of staat met een goede samenwerking tussen scholen. Als je goed met elkaar overlegt en ervoor openstaat elkaars leerlingen over te nemen, is er veel mogelijk’, aldus de Nijmeegse rector.

Lees meer…

Marc Dullaert gaat ‘thuiszitterspact’ aanjagen

Voormalig kinderombudsman Marc Dullaert is aangesteld als aanjager van een pact om het aantal zogenoemde thuiszitters omlaag te brengen. 

De ministeries van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) en Veiligheid en Justitie (VeJ), de sectororganisaties PO-Raad en VO-raad en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hebben een ‘thuiszitterspact’ gesloten.

Doel is dat er in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden thuiszit zonder een passend onderwijsaanbod. Afgelopen jaar zaten circa 10.000 kinderen voor korte of lange tijd thuis. ‘Dat aantal moet omlaag. Elk kind heeft recht op onderwijs’, benadrukt staatssecretaris Sander Dekker van OCW.

Er moet een sluitende aanpak komen ‘zodat kinderen en hun ouders niet meer van het kastje naar de muur gestuurd kunnen worden’, aldus Dekker.

Lees meer…

Aandeel zorgleerlingen verschilt per gemeente

Het aandeel leerlingen dat extra ondersteuning nodig heeft verschilt per gemeente. In Oss en Veendam is dit met 33 procent relatief hoog, terwijl het in het Groningse Haren maar 3 procent is. Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) noemt de verschillende percentages in in de Jeugdmonitor 2015. 

Het hoofdstuk waarin de percentages worden genoemd, gaat specifiek over 15-jarigen in het onderwijs. De percentages hebben betrekking op leerlingen die vmbo met leerwegondersteunend onderwijs, voortgezet speciaal onderwijs of praktijkonderwijs volgen.

In de vier grootste gemeenten is het aandeel 15-jarigen met extra ondersteuning iets hoger dan gemiddeld, namelijk bijna 20 procent. Dit aandeel is in Amsterdam en Rotterdam een stuk hoger dan in Den Haag en Utrecht. Dit hangt volgens het CBS samen met het hoge aandeel niet-westerse allochtonen in deze gemeenten. Het aandeel 15-jarigen met extra ondersteuning onder niet-westerse allochtonen is twee keer zo groot als onder autochtone en westers allochtone 15-jarigen.

Ook de vorm van ondersteuning verschilt per gemeente. In Veendam volgen bijvoorbeeld naar verhouding meer 15-jarigen praktijkonderwijs dan in Oss, terwijl in Oss meer leerlingen leerwegondersteunend onderwijs en voortgezet speciaal onderwijs volgen.

Lees meer…

Nieuwe publicatie over passend onderwijs en jeugdzorg

In het derde deel van de serie Samen om het kind van het Nederlands Jeugdinstituut wordt een impressie gegeven van nieuwe manieren waarop scholen, samenwerkingsverbanden passend onderwijs, gemeenten en jeugdzorginstellingen samenwerken.

De nieuwe publicatie Op school, thuis en in de wijk behandelt verschillende vragen die voortkomen uit de invoering van passend onderwijs en de transitie van de jeugdzorg naar de gemeenten. De publicatie is bestemd voor professionals, beleidsmedewerkers en bestuurders van gemeenten, organisaties in de jeugdsector, scholen en samenwerkingsverbanden.

Het boekje kost 12,50 euro. U kunt het online bestellen.

Passend onderwijs loopt goed, maar is nog niet af

Door het jaar heen zijn scholen, ouders en samenwerkingsverbanden beter bekend geraakt met de wet- en regelgeving en beginnen zij de ruimte te gebruiken die hun hiermee wordt geboden. Dat staat in de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In de voortgangsrapportage staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft gekregen om een passend aanbod te doen.’

De rapportage gaat ook in op de maatregelen die zijn genomen om de knelpunten op te lossen die scholen en ouders ervaren in het onderwijs voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Dit voorjaar was daar veel discussie over. ‘Naar aanleiding daarvan is een regeling gemaakt voor aanvullende bekostiging, is er één formulier waarmee voor deze groep leerlingen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd en kunnen ouders en scholen een beroep doen op de onderwijszorgconsulenten om bij onenigheid samen tot een oplossing te komen.’

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is passend onderwijs nog niet af. ‘Scholen en samenwerkingsverbanden leren van hun ervaringen en kunnen daarmee hun werkwijze verbeteren. De komende periode staat in het teken van het doorontwikkelen van passend onderwijs.’

Ondersteuning VOS/ABB
VOS/ABB kan op het gebied van passend onderwijs ondersteuning bieden aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. U kunt daarvoor contact opnemen met Anna Schipper (06-30056066, aschipper@vosabb.nl).

U kunt natuurlijk ook bellen of mailen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

Zelfevaluatie en quickscan passend onderwijs

VOS/ABB heeft een handreiking gemaakt die samenwerkingsverbanden passend onderwijs kunnen gebruiken voor zelfevaluatie. Bij de handreiking zit een praktische quickscan.

De samenwerkingsverbanden zijn nu bijna een schooljaar bezig om hun weg te vinden in de nieuwe organisatie van passend onderwijs. Het was een schooljaar van overgangen, waarin oude werkwijzen werden vervangen door nieuwe.

Nu het einde van het eerste schooljaar met passend onderwijs nadert, is het tijd de ontwikkelingen van afgelopen jaar te evalueren. Hoe zijn deze verlopen en waar zijn nog verbeteringen denkbaar of nodig?

De beleidsmedewerkers Anna Schipper en Simone Baalhuis van VOS/ABB hebben de handreiking voor zelfevaluatie geschreven. Er worden verschillende domeinen benoemd, zoals governance, management & organisatie, communicatie en resultaten.

Bij de handreiking zit een quickscan om snel een overzicht te krijgen van het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband.

De handreiking en quickscan kunnen door samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten worden gedownload uit het besloten gedeelte van deze website:

Handreiking en quickscan passend onderwijs 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Handreiking passend onderwijs en gemeenten

Samenwerkingsverbanden passend onderwijs en gemeenten kunnen gebruikmaken van een handreiking om hun samenwerking op het gebied van jeugdzorg te concretiseren.

De handreiking is samengesteld door beleidsmedewerker Simone Baalhuis, die onder andere gespecialiseerd is in passend onderwijs. Zij heeft zich hiervoor gebaseerd op een project dat zij heeft uitgevoerd in opdracht van het Steunpunt Passend Onderwijs VO.

Omdat de handreiking mede tot stand is gekomen door gebruikmaking van expertise binnen dit gesubsidieerde project, kunt u – ook als uw organisatie niet bij VOS/ABB is aangesloten – de handreiking gratis downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

 

Samenwerkingsverbanden klaar voor passend onderwijs

De samenwerkingsverbanden zijn klaar voor de invoering van passend onderwijs, maar het schort nog wel aan de informatie aan ouders en onderwijspersoneel. Dat blijkt uit de Vijfde voortgangsrapportage.

‘Alle mijlpalen zijn gehaald en die prestatie van de samenwerkingsverbanden is een compliment waard’ en er is ‘voldoende vertrouwen in een succesvolle start’, zo staat in de voortgangsrapportage. Passend onderwijs wordt op 1 augustus ingevoerd, als het schooljaar 2014-2015 officieel begint.

Maatwerk
In de voortgangsrapportage staat ook dat de ondersteuningsplannen grote diversiteit laten zien. ‘De verschillen zorgen ervoor dat aangesloten kan worden bij de lokale situatie en maatwerk voor leerlingen mogelijk wordt’.

Per 1 augustus zal er nog weinig veranderen: ‘Samenwerkingsverbanden kiezen voor een geleidelijke overgang, waarbij de komende jaren een doorontwikkeling zal plaatsvinden’. Dit betekent dat het nieuwe schooljaar grotendeels begint zoals het huidige wordt beëindigd: ‘De begeleiding aan leerlingen die nu een rugzakje hebben wordt bijvoorbeeld veelal voortgezet.’

Informatie
Belangrijk aandachtspunt voor de komende periode, zo vervolgt de voortgangsrapportage, is het informeren en betrekken van ouders en onderwijspersoneel. ‘Uit de tweede meting onder ouders blijkt dat zij iets beter weten wat passend onderwijs betekent in vergelijking met de meting uit februari.’

Ouders van leerlingen met een rugzakje die aan hebben gegeven nog niet in contact te zijn met de school, ontvangen binnenkort een brief waarin opgeroepen wordt in gesprek te gaan met school. Ouders kunnen daarbij ondersteuning vragen bij het steunpunt passend onderwijs voor ouders.

Onderwijspersoneel wil graag weten wat er komend schooljaar in hun eigen klas verandert. ‘Zij zijn onzeker over de ambigue boodschappen die zij krijgen: via officiële kanalen horen zij dat er vooralsnog weinig verandert, maar het beeld in de media zorgt voor onrust.’

Rust
Het ministerie van OCW roept scholen en onderwijspersoneel daarom nogmaals op om duidelijkheid te creëren over wat er voor leraren in de klas verandert. ‘Het geeft leraren rust als zij weten dat er op hun school komend schooljaar nog weinig verandert’, zo staat in de voortgangsrapportage.

Handreiking over wijzigingen passend onderwijs

Een nieuwe handreiking over passend onderwijs informeert schoolbesturen, scholen, samenwerkingsverbanden en gemeenten over wijzigingen op het gebied van organisatie en bekostiging.

De organisatie en bekostiging van onderwijs en zorg veranderen door de invoering van passend onderwijs per 1 augustus aanstaande en de herziening van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De handreiking gaat over deze wijzigingen en het tijdpad dat hiermee samenhangt.

De handreiking is samengesteld door de PO-Raad, VO-raad, de ministeries van OCW en VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). In de loop van het jaar komt er een update van de handreiking, omdat de herziening van de AWBZ nog verder wordt uitgewerkt.

Handreiking downloaden

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Presentaties symposium passend onderwijs

Twee presentaties die zijn gegeven tijdens het gratis toegankelijke VOS/ABB-symposium over passend onderwijs en aansprakelijkheid zijn online beschikbaar.

Het symposium werd op woensdag 4 december gehouden in Amersfoort. Het sloot aan op de algemene ledenvergadering van VOS/ABB. Mede-organisator van het symposium was VOS/ABB’s verzekeringspartner Aon. Er waren drie sprekers, die op verschillende aspecten van passend onderwijs en aansprakelijkheid ingingen: Pieter Huisman, Brechtje Paijmans en Klaas te Bos.

Mogelijke conflicten
Pieter Huisman is bijzonder hoogleraar onderwijsrecht op pluriforme grondslag aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Zijn leerstoel wordt mede door VOS/ABB in stand gehouden. Het terrein waarop Huisman actief is, betreft specifiek het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs.

De Rotterdamse hoogleraar gaf in zijn presentatie een toelichting op mogelijke conflicten die na de invoering van passend onderwijs kunnen ontstaan tussen schoolbesturen, samenwerkingsverbanden en gemeenten. Die mogelijke conflicten kunnen gaan over de vraag wie precies verantwoordelijk en dus aansprakelijk is voor de toelating en verwijdering van leerlingen.

Huisman wees erop dat met passend onderwijs in feite geen zorgplicht, maar aanmeldingsrecht ontstaat: ouders hebben het recht hun kind aan te melden bij een school van hun keuze en de onderwijsorganisatie waar het kind is aangemeld moet zorgen voor een passend onderwijsaanbod binnen of buiten de eigen organisatie.

Hij wees er ook op dat er na invoering van Wet passend onderwijs op 1 augustus 2014 ook de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte van invloed blijft. Op basis van die wet kunnen ouders van een leerling bij een conflict naar het College voor de Rechten van de Mens. Adviezen van dit college zijn niet bindend, maar wordt over het algemeen wel als zodanig beschouwd.

Privaat en publiek recht
Brechtje Paijmans is advocaat bij Doelen Advocatuur en docent/onderzoeker aan de Universiteit Utrecht. Zij is dit jaar gepromoveerd op haar proefschrift De zorgplicht van scholen. De grondslag en reikwijdte van de civielrechtelijke zorgvuldigheidsnorm van scholen jegens leerlingen. In haar toelichting ging ze in op de vraag of scholen aansprakelijk kunnen worden gesteld als ze na invoering van de Wet passend onderwijs niet aan de zorgplicht zouden voldoen.

In haar toelichting ging ze in op de zorgplicht van scholen voor leerlingen met een bepaalde zorgbehoefte en de daaraan gekoppelde mogelijke aansprakelijkheid van deze scholen. ‘De school kan wel worden afgerekend op de input, maar niet op de output’, aldus Paijmans. Het is van belang dat de school kan aantonen dat er voldoende actie is ondernomen en waarom bepaalde keuzes zijn gemaakt.

Hoofdelijk aansprakelijk
Klaas te Bos was tot voor kort werkzaam voor VOS/ABB. Hij ging dit jaar met pensioen, maar is nog altijd actief betrokken bij de vereniging en diverse bestuurlijke en juridische kwesties die het bestuur van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

Hij ging onder andere in op de mogelijkheid dat bestuurders hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld als blijkt dat er zaken in hun organisatie niet goed zijn gegaan. In eerste instantie zal weliswaar het bestuur als rechtspersoon worden aangesproken, maar hoofdelijke aansprakelijkheid is dus ook mogelijk. Dit geldt tevens voor interne toezichthouders.

Te Bos signaleert een maatschappelijke trend dat de rol van bestuurders en toezichthouders steeds meer onder het vergrootglas komt te liggen. Die trend hangt samen met misstanden bij onder andere woningcorporaties, zorginstellingen en onderwijsorganisaties. Een voorbeeld uit die laatste categorie is de gevallen onderwijskolos Amarantis.

Het is volgens Te Bos nog niet duidelijk wat een wetsvoorstel van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie in dit kader zal betekenen voor het onderwijs. Opstelten wil dat er voor interne toezichthouders strakkere regels komen en dat de drempel om hen op hun handelen aan te spreken omlaag moet. Het wetsvoorstel heeft betrekking op de semi-publieke sector.

Downloaden
De presentaties van Pieter Huisman en Klaas te Bos zijn in digitale vorm beschikbaar:

Brechtje Paijmans stelt haar presentatie niet online beschikbaar. Wel kan VOS/ABB u haar presentatie op verzoek per post toesturen. U kunt daarvoor een e-mail sturen naar welkom@vosabb.nl onder vermelding van ‘Presentatie Brechtje Paijmans’. Vermeld in uw verzoek duidelijk uw naam, de organisatie waarvoor u werkt en het adres waarop de presentatie wilt ontvangen.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Gratis praktijktoets voor samenwerkingsverbanden

Samenwerkingsverbanden kunnen zich aanmelden voor de gratis praktijktoets. Daarmee kunt u erachter komen in hoeverre uw samenwerkingsverband klaar is voor de invoering van passend onderwijs.

Uitgangspunt voor de praktijktoets zijn casussen van leerlingen. Een zogenoemd spiegelteam neemt deze casussen met het samenwerkingsverband door. Het spiegelteam bestaat uit vier personen:

  • Een deskundige vanuit het ouderperspectief.
  • Een deskundige op het gebied van passend onderwijs.
  • Een collega uit een ander samenwerkingsverband.
  • Een onafhankelijk gespreksleider.

De praktijktoets duurt één dag en is gratis

Op de website van het Informatiepunt Passend Onderwijs staat meer informatie. Daar staat ook hoe u zich kunt aanmelden.

Wilt u graag van VOS/ABB meer informatie over de praktijktoets? Neemt u dan contact op met Anna Schipper: 06-30056066, aschipper@vosabb.nl.

Rekenkamer twijfelt aan haalbaarheid passend onderwijs

De Algemene Rekenkamer zet grote vraagtekens bij de haalbaarheid van passend onderwijs. Het evenwicht tussen wat basisscholen aan kunnen en wat van ze gevraagd wordt, is wankel. ‘Zeker leraren moeten balanceren tussen enerzijds de eisen die aan hen worden gesteld en anderzijds de tijd die ze daarvoor hebben en de mate waarin ze voor hun taken toegerust zijn.’

Schoolbesturen merken dat ze via de lumpsumfinanciering minder geld krijgen, onder vanwege demografische krimp en de afname van het aantal leerlingen die daarvan het gevolg is. Ze merken ook dat de kosten niet in dezelfde verhouding dalen als de inkomsten. Als de financiële fitheid van de schoolbesturen blijft afnemen, kan dit er volgens de Algemene Rekenkamer toe leiden dat het voor de schoolbesturen moeilijker wordt om de prestaties te leveren die van ze worden verwacht.

Tot nu toe laten algemene onderzoeken nog geen verontrustend beeld zien, maar op individueel niveau van de schoolbesturen blijkt dat de financiële ontwikkelingen wel verontrustend zijn. Als de buffer sectorbreed in het huidige tempo blijft afnemen, zo stelt de Algemene Rekenkamer, dan komen naar alle waarschijnlijkheid veel besturen al binnen enkele jaren in de problemen. Dit betekent dat ze proactief moeten handelen. De Algemene Rekenkamer adviseert de bewindslieden van OCW te onderzoeken of de ambities voor het basisonderwijs nog wel in balans zijn met de beschikbare mensen, middelen en tijd.

Er is ook naar de inkomsten van de schoolbesturen vanuit de gemeenten gekeken. Ook deze inkomsten zullen voor de schoolbesturen de komende jaren afnemen, doordat de gemeenten bezuinigen. De Algemene Rekenkamer adviseert de gemeenten om de verstrekking van financiële middelen aan het basisonderwijs niet plotseling stop te zetten.

De Algemene Rekenkamer constateert dat de situatie van basisscholen op het terrein van financiën en personeel geen ideale uitgangspositie is voor een succesvolle invoering van passend onderwijs. Er zijn drie belangrijke punten die op korte termijn aandacht vragen van de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden:

  1. Ruimte voor onderwijsinhoudelijke afwegingen
    Ondanks de financiële positie van schoolbesturen kan de nieuwe bekostigingssystematiek van passend onderwijs ook ruimte bieden om het probleem van de personele bezetting te verlichten. Dit kan door de ondersteuningsmiddelen gerichter in te zetten.
  2. Toerusting van leraren
    Leraren geven aan dat zij vaardigheden moeten ontwikkelen voor het omgaan met leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, maar dat daar in de praktijk vaak geen geld of tijd voor is. Met de terugloop in personeel lijkt het niet waarschijnlijk dat hier verandering in gaat komen. De Algemene Rekenkamer ziet dit dan ook als een risico voor de invoering van passend onderwijs.
  3. Draagvlak op scholen voor passend onderwijs
    De lange periode van onzekerheid over de middelen die een school vanuit het samenwerkingsverband krijgt voor het uitvoeren van passend onderwijs, draagt niet bij aan het draagvlak onder de mensen die passend onderwijs straks in de praktijk moeten brengen.

Het advies van de Algemene Rekenkamer aan de bewindslieden van OCW, de schoolbesturen en de scholen luidt dan ook om de komende tijd te investeren in het vergroten van de draagkracht van scholen in het algemeen en van het onderwijspersoneel in het bijzonder.

Daarnaast ziet de Algemene Rekenkamer een belangrijk punt voor het beleid van OCW, namelijk de dominante rol van de opbrengsten op het gebied van taal en rekenen en het toezicht dat daarop wordt gehouden. Het spanningsveld rond de opbrengsten neemt met de komst van passend onderwijs toe. Dit kan ertoe leiden dat de kwaliteit van de scholen, gemeten volgens de huidige methodiek, omlaag gaat. Het kan er bovendien toe leiden dat scholen geen leerlingen aannemen als blijkt dat die extra ondersteuning nodig hebben, uit angst voor een negatieve beïnvloeding van de leeropbrengsten.

De conclusie van de Algemene Rekenkamer is dat de financiële positie van het basisonderwijs kwetsbaar is geworden en naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren niet zal verbeteren. De wankele verhouding tussen mensen, middelen, taken en tijd in het basisonderwijs vormt een risico voor een succesvolle invoering van passend onderwijs.

Reacties
De PO-Raad laat in een reactie weten veel elementen uit het rapport van de Algemene Rekenkamer te herkennen. De sectororganisatie benadrukt echter dat van de schoolbesturen niet mag worden verwacht dat zij nog meer dan al het geval is de financiële tering naar de nering zetten. Het probleem van de hoge werkdruk die onder het onderwijspersoneel wordt ervaren, waarover de Algemene Rekenkamer schrijft, kan volgens de PO-Raad worden ondervangen met een op maat gesneden flexibele cao.

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW ziet in het rapport van de Algemene Rekenkamer een bevestiging van het kabinetsbeleid om het onderwijs bij de bezuinigingen te ontzien. Het primair onderwijs heeft volgens hem een streepje voor, omdat in deze sector de jaarlijkse prijsbijstelling wettelijk verplicht is. Dekker wijst in zijn reactie ook op het geld dat het ministerie van OCW investeert in de professionalisering van leraren, onder meer om hen voor te bereiden op passend onderwijs.

Tijdens het overleg woensdag in de Tweede Kamer over passend onderwijs zei Dekker dat het niet nodig is om aan de noodrem te trekken. Hij kwam met die opmerking nadat de invoering van passend onderwijs was vergeleken met de krakkemikkige en stilgevallen hogesnelheidstrein Fyra. Wel erkende de staatssecretaris dat het rapport van de Algemene Rekenkamer pijnpunten laat zien.

Jeugdwet ingediend bij Tweede Kamer

Het wetsvoorstel voor de nieuwe Jeugdwet ligt in de Tweede Kamer.

Het wetsvoorstel regelt vanaf 1 januari 2015 een nieuw jeugdstelsel, waarin gemeenten bestuurlijk en financieel verantwoordelijk zijn voor alle jeugdhulp en de uitvoering van kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering. De gedachte is dat de gemeenten beter in staat zijn om op basis van de specifieke situatie van het kind maatwerk te leveren en verbinding te leggen met onder meer het onderwijs.

Het wetsvoorstel is een sluitstuk van de visie die in mei 2010 werd gepresenteerd door de parlementaire werkgroep Toekomstverkenning Jeugdzorg onder voorzitterschap van PvdA-Tweede Kamerlid Pierre Heijnen.