Slob stelt dat ‘eliteschool’ zorgplicht nakomt

Onderwijsminister Arie Slob heeft geen reden te veronderstellen dat de Rotterdamse Schoolvereniging de wettelijke zorgplicht niet nakomt. Dat is zijn reactie op Kamervragen van de PvdA die volgden op een uitzending van het tv-programma De Monitor over passend onderwijs.

De algemeen bijzondere Rotterdamse Schoolvereniging zou volgens De Monitor, die spreekt van een ‘eliteschool’, zorgleerlingen weren en daarmee de wettelijke zorgplicht niet nakomen.

Volgens Slob is dat beeld onjuist: ‘Er zitten leerlingen met een zorgvraag en arrangement op deze school passend bij het niveau van basisondersteuning dat door het samenwerkingsverband is vastgesteld en het zorgprofiel van de school.’

Proeflessen en zorgplicht

PvdA-Kamerlid Kirsten van den Hul wilde van de minister ook weten hoe die denkt over proeflessen om te beoordelen of een leerling kan worden toegelaten. Slob zegt dat een proefles mag, mits de school daar transparant over is en er consequent beleid op voert. Hij voegt daaraan toe dat een proefles geen reden mag zijn om een leerling te weigeren als de school benodigde zorg kan bieden.

Lees meer…

Scholen móeten voldoen aan Wet passend onderwijs

Alle scholen die rijksbekostiging krijgen, moeten voldoen aan de Wet passend onderwijs. Dit betekent dat ze voor elke leerling een passende onderwijsplek moeten vinden. Dat heeft minister Arie Slob voor primair en voortgezet onderwijs dinsdag in het vragenuurtje in de Tweede Kamer benadrukt.

De minister reageerde op vragen van VVD-Tweede Kamerlid Bente Becker. Zij ging in op de uitzending van het tv-programma De Monitor, waarin werd gesteld dat reguliere scholen hun rijksbekostiging soms gebruiken om zorgleerlingen te plaatsen op dure particuliere scholen. Becker wijst erop dat dat verboden is en wilde van de minister weten wat de Inspectie van het Onderwijs hiertegen doet.

De minister reageerde door te stellen dat volgens de Wet passend onderwijs ieder kind recht heeft op een passende onderwijsplek in zijn of haar regio. ‘De publieke scholen moeten zo’n plek dus aanbieden, dat is hun zorgplicht’, aldus Slob. Hij vindt het zorgelijk dat sommige scholen daar kennelijk niet in slagen. De minister is het met Becker eens dat de inspectie de scholen hierop moet aanspreken.

Hij roept de scholen die zorgleerlingen verwijzen naar particuliere scholen op zich te melden, zodat het probleem bespreekbaar kan worden gemaakt.

Particuliere scholen laten zich betalen voor zorgleerlingen

Reguliere scholen overtreden de wet door particuliere scholen te betalen om zorgleerlingen op te vangen, meldt tv-programma De Monitor.

Maupertuus en Winford zijn volgens De Monitor particuliere scholen die door het samenwerkingsverband voor passend onderwijs worden betaald om zorgleerlingen op te vangen.

Het ministerie van OCW laat in een reactie aan De Monitor weten dat particulier onderwijs ‘in heel specifieke zaken een uitkomst kan bieden’, maar dat er geen ‘parallel systeem’ mag ontstaan.

‘Daarom gaan we het in zeer specifieke gevallen mogelijk maken om tijdelijk particulier onderwijs te volgen, mits de scholen er samen voor zorgen dat er ook een definitieve oplossing komt in het bekostigde onderwijs’, aldus een woordvoerder van OCW.

Lees meer…

Dekker weerspreekt rechtsongelijkheid passend onderwijs

Het klopt het dat het ene samenwerkingsverband voor passend onderwijs andere toelaatbaarheidsverklaringen kan afgeven dan het andere samenwerkingsverband. Dat staat in antwoorden van staatssecretaris Sander Dekker van OCW op Kamervragen van D66.

Dekker reageert op vragen van Tweede Kamerlid Paul van Meenen van D66, die bij de staatssecretaris aan de bel had getrokken naar aanleiding van een bericht op de website van de christelijke profielorganisatie Verus. In dat bericht wordt melding gemaakt van rechtsongelijkheid, omdat het ene samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het (voortgezet) speciaal onderwijs afgeeft tot 20 jaar, terwijl het andere samenwerkingsverband zo’n verklaring afgeeft tot 16 jaar.

Verschillende criteria passend onderwijs

Staatssecretaris Dekker antwoordt dat het inderdaad mogelijk is dat het ene samenwerkingsverband andere criteria hanteert dan het andere: ‘Elk samenwerkingsverband legt in zijn ondersteuningsplan de procedure en criteria vast op basis waarvan een leerling toelaatbaar kan worden verklaard (…).’

Hij wijst erop dat in de Wet op de expertisecentra staat dat leerlingen uiterlijk tot hun twintigste levensjaar ingeschreven kunnen blijven op het voortgezet speciaal onderwijs, maar dat dat geen absolute leeftijdsgrens is. ‘Het uitgangspunt is dat per leerling de afweging wordt gemaakt wat het beste bij zijn of haar ontwikkeling past: langer verblijf in het onderwijs of een vervolgbestemming buiten het onderwijs, zoals dagbesteding’, aldus Dekker.

Lees meer…

Actueel overzicht wetsvoorstellen en jurisprudentie

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB hebben de overzichten van wetsvoorstellen en jurisprudentie geactualiseerd (let op: alleen toegankelijk voor leden van VOS/ABB!).

In het jurisprudentie-overzicht staat onder andere het oordeel van Landelijke Commissie voor Geschillen WMS dat het bevoegd gezag een ingrijpend besluit als fusie op tijd en op de juiste wijze moet bespreken met de medezeggenschapsraad (MR). Het bevoegd gezag mag niet zonder evidente noodzaak lang wachten met het formeel in gang zetten van de in de Wet medezeggenschap op scholen (WMS) beschreven instemmingsprocedure.

Een ander oordeel komt van de Landelijke bezwaaradviescommissie toelaatbaarheidsverklaring. Deze commissie vindt dat de school die de toelaatbaarheidsverklaring aanvraagt, niet ook de deskundigenverklaring mag opstellen die dient voor de beoordeling van de aanvraag. De school heeft immers belang bij de uitkomst van de aanvraag.

Ook de Geschillencommissie passend onderwijs heeft een interessante uitspraak gedaan: een school mag in haar schoolondersteuningsprofiel niet vermelden dat pas voor leerlingen vanaf midden groep 5 een ontwikkelingsperspectief wordt opgesteld. Dit moet een reguliere basisschool voor alle leerlingen doen die extra ondersteuning krijgen die niet valt onder het basisondersteuningsaanbod.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Landelijke criteria praktijkonderwijs en lwoo loslaten?

Wij willen graag van u weten hoe u denkt over het loslaten van de landelijke criteria voor praktijkonderwijs en leerwegondersteunend onderwijs (lwoo).

Sinds ruim een jaar vallen lwoo en praktijkonderwijs onder de verantwoordelijkheid van de samenwerkingsverbanden voortgezet onderwijs. Sindsdien zijn de samenwerkingsverbanden verantwoordelijk voor alle vormen van onderwijsondersteuning die leerlingen in de klas nodig hebben.

Op dit moment gelden nog de landelijke criteria en duur van de toewijzing van lwoo en praktijkonderwijs en de lwoo-licenties. Middels een wetswijziging zal dit in de nabije toekomst worden losgelaten. De scholen in het samenwerkingsverband zijn dan vrij om – net als bij de zware ondersteuning – zelf te bepalen welke leerlingen lwoo-ondersteuning nodig hebben in het vmbo en welke leerlingen naar het praktijkonderwijs gaan.

Praktijkonderwijs gaat verloren?

Van leden horen wij dat gevreesd wordt dat door het loslaten van de criteria de identiteit van het praktijkonderwijs verloren gaat. Het zou een zelfstandige richting moeten blijven die net zoals vmbo, havo en vwo volwaardige bekostiging moet behouden.

Daarnaast vindt het praktijkonderwijs dat de leerlingen ervan verzekerd moeten zijn dat ze in een veilige leeromgeving komen waarin ze worden herkend en erkend. Door het loslaten van de landelijke criteria ontstaat de angst dat deze veilige omgeving niet meer kan worden gegarandeerd.

Wat vindt u?

Wij zijn benieuwd hoe u denkt over het loslaten van de criteria. Bent u daar voorstander van of juist niet (en waarom)? U kunt uw reactie mailen naar onze beleidsmedewerker Rozemarijn Boer: rboer@vosabb.nl.

Wij nemen de input mee in onze lobby-activiteiten bij de landelijke politiek.

School betaalt aanbod hoogbegaafdheid

Hoogbegaafdheid valt onder passend onderwijs. Daarom hebben scholen ook op dit gebied zorgplicht om een passende ondersteuning aan te bieden.

In de praktijk blijkt hoogbegaafdheid nog niet overal te worden gezien als een gebied waarop extra ondersteunings- of zorgbehoefte kan zijn. ‘Passend onderwijs omvat echter alle vormen van ondersteuning, dus ook die op het gebied van hoogbegaafdheid’, zegt onze beleidsmedewerker Rozemarijn Boer, die gespecialiseerd is in passend onderwijs.

‘De school dient aan te bieden wat het kind nodig heeft, ook als een leerling de diagnose ‘hoogbegaafd’ heeft. Dit behoort tot de zorgplicht, dus de school moet dit betalen, dan wel in overleg gaan met het samenwerkingsverband over de inzet van de middelen hiervoor’, aldus Boer in reactie op een oproep van de Vereniging Openbaar Onderwijs (VOO) om geen vrijwillige ouderbijdrage te vragen voor passend onderwijs aan hoogbegaafde leerlingen.

Hoogbegaafdheid en kansen(on)gelijkheid

Boer benadrukt dat er natuurlijk wel voldoende bekostiging moet zijn om passend onderwijs ook op dit gebied gestalte te geven. ‘Scholen vragen ouders om een bijdrage voor passend onderwijs te leveren, omdat de huidige budgetten blijkbaar niet toereikend zijn. Belangrijk is dat onderwijs aan hoogbegaafde kinderen nadrukkelijker onderwerp van gesprek wordt tussen school en samenwerkingsverband.’

‘Het mag niet zo zijn dat ondersteuning bij hoogbegaafdheid slechts is weggelegd voor kinderen met ouders die een hoger inkomen hebben en bereid zijn een eigen financiële bijdrage te leveren. Dit werkt kansenongelijkheid in de hand. Ook het risico van thuiszitten wordt hierdoor vergroot. Extra ondersteuning bij hoogbegaafdheid dient voor álle kinderen toegankelijk te zijn’, zo sluit Boer af.

Ouderbijdrage mag niet

Plaatsvervangend inspecteur-generaal Arnold Jonk van de Inspectie van het Onderwijs laat in reactie op het bericht van VOO via Twitter weten dat een ouderbijdrage voor aanbod op het gebied van hoogbegaafdheid niet mag:

Passend onderwijs: balans meer naar ouders

Het komt zelden voor dat een school in het kader van passend onderwijs geen of onvoldoende op overeenstemming gericht overleg met de ouders voert over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Toch zal de wet worden aangepast, omdat de Tweede Kamer wil dat het handelingsdeel pas kan worden vastgesteld nadat de ouders het ermee hebben ingestemd.

Dit meldt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een memorie van antwoord over het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief. Hij gaat in de memorie vooral in op kritische vragen van de SGP, die zich afvroeg of het wel verstandig is om de Wet passend onderwijs zo kort na de inwerkingtreding al aan te passen.

Passend onderwijs nu al aanpassen

Dekker antwoordt dat het in algemene zin inderdaad verstandig is om niet te snel tot wetwijziging over te gaan. ‘In deze specifieke situatie lag er echter een breed gedragen verzoek vanuit de Tweede Kamer om te regelen dat het handelingsdeel van het ontwikkelingsperspectief pas kan worden vastgesteld nadat de school overeenstemming met de ouders heeft bereikt’, aldus Dekker.

De Tweede Kamer wil dat in de Wet passend onderwijs de balans tussen school en ouders iets meer in de richting van de ouders verschuift. ‘Onderhavig wetsvoorstel geeft invulling aan deze wens van de Tweede Kamer’, schrijft de staatssecretaris in zijn memorie van antwoord.

Lees meer…

 

 

Zembla over thuiszitters zonder leerplicht

Het onderzoeksjournalistieke programma Zembla heeft woensdagavond aandacht besteed aan passend onderwijs en de problematiek van thuiszitters.

Het ging onder meer over de toename van het aantal kinderen met een zogenoemde vrijstelling 5 onder a. Zij zijn vrijgesteld van leerplicht. Sinds het schooljaar 2011-2012 is het aantal kinderen met een dergelijke vrijstelling met 60 procent toegenomen, zo staat in een rapport dat in oktober is verschenen.

De vrijstelling 5 onder a is bedoeld voor kinderen bij wie de problematiek dusdanig groot is (bijvoorbeeld meervoudige beperking) dat het volgen van onderwijs niet mogelijk lijkt. Uit de uitzending van Zembla komt het beeld naar voren dat deze vrijstelling ook wordt verleend als er geen sprake is van ‘onleerbaarheid’.

Via de website van Zembla kunt u de uitzending terugkijken.

Zorgplicht geldt pas als er plaats is

Als een school geen ruimte heeft om een leerling toe te laten, geldt de zorgplicht niet. Dat stelt staatssecretaris Sander Dekker van OCW in antwoord op Kamervragen van D66.

Kamerlid Paul van Meenen had vragen gesteld naar aanleiding van onduidelijkheid over diverse gemeentelijke plaatsingswijzers. In zijn vragen ging hij onder meer in op de zorgplicht in het kader van passend onderwijs. Zo wilde hij helderheid over de vraag of een school zorgplicht heeft als er geen plaats is voor een aangemelde leerling.

Geen plaats = geen zorgplicht

Dekker antwoordt dat als een school geen plaatsruimte heeft voor een leerling, de zorgplicht niet geldt. ‘Het is de verantwoordelijkheid van ouders om hun kind aan te melden bij een school die plaatsruimte heeft. Deze school heeft de zorgplicht om te zorgen voor een passend aanbod’, aldus de staatssecretaris.

Hij vervolgt: ‘In situaties waarin nog niet bekend is of de school plaatsruimte heeft, bijvoorbeeld als er op een later moment geloot wordt, geldt ook dat de zorgplicht pas gaat gelden als de leerling die extra ondersteuning nodig heeft, ingeloot wordt. Ouders van leerlingen die worden uitgeloot, zijn vervolgens verantwoordelijk voor het tijdig aanmelden bij een andere school.’

Lees meer…

Handreiking gegevensuitwisseling passend onderwijs

Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) heeft een handreiking gepubliceerd over passend onderwijs en gegevensuitwisseling.

In de handreiking komt onder andere aan bod wat verstaan wordt onder verwerken van persoonsgegevens, gegevensuitwisseling binnen school, uitgangspunten voor gegevensuitwisseling met externe samenwerkingspartners, doelbinding en transparantiebeginsel, rechten van ouders en leerling en bijzondere persoonsgegevens.

De handreiking is bedoeld voor scholen die in het kader van passend onderwijs samenwerken met onder andere jeugdhulp, de leerplichtambtenaar en de jeugdgezondheidszorg.

Download Handreiking gegevensuitwisseling

Hoe zit het met btw-vrijstelling bij SWV’s en IKC’s?

De Helpdesk van VOS/ABB krijgt geregeld vragen over btw-vrijstelling voor activiteiten van samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Ook wordt vaak advies gevraagd over hoe het zit met btw-vrijstelling bij uitwisseling van personeel binnen integrale kindcentra (IKC’s).

Bij de beantwoording van de vraag of er sprake is van btw-vrijstelling voor activiteiten die voortvloeien uit het ondersteuningsplan van het samenwerkingsverband passend onderwijs, moet grote zorgvuldigheid worden betracht.

In zijn Kamerbrief van 15 september 2015 gaf staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën aan dat de tijdelijke vrijstelling tot 1 augustus 2016 ook na die datum van kracht blijft.

Het is daarbij van belang op te merken dat wat betreft activiteiten richting schoolbesturen het samenwerkingsverband wordt aangewezen als sociaal culturele instelling. De activiteiten van schoolbesturen richting het samenwerkingsverband worden ondergebracht onder de onderwijsvrijstelling, zo meldt ook de PO-Raad.

De Helpdesk wijst erop dat aan het gebruik van btw-vrijstellingen strikte voorwaarden zijn verbonden. Er moet altijd worden aangetoond dat aan al die voorwaarden is voldaan!

De technische uitwerking van de regeling vindt u op bladzijden 7 en 8 van de Kamerbrief.

Btw-vrijstelling en IKC

In een Kamerbrief van 8 juli jongstleden gaat Wiebes in op de btw-regeling bij uitwisseling van personeel bij samenwerking tussen een onderwijsinstelling, kinderopvang, voor- en vroegschoolse educatie, sportvereniging en huiswerkbegeleiding. Deze informatie is van belang voor integrale kindcentra (IKC’s).

De staatssecretaris maakt in zijn brief duidelijk dat het niet mogelijk is om alle genoemde vormen van uitwisseling van personeel van btw vrij te stellen. Het moet per geval worden beoordeeld of de werkzaamheden als geheel genomen te kwalificeren zijn als één ondeelbare onderwijsprestatie. Als dit niet het geval is, is het uitlenen van het personeel in beginsel belast met btw.

Een algemene vrijstelling van btw bij samenwerking binnen een IKC is dus niet aan de orde!

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Passend onderwijs: iemand móet knoop doorhakken

In het nieuwe schooljaar moet elk samenwerkingsverband voor passend onderwijs een bepaalde vorm van doorzettingsmacht hebben.

Dit betekent dat een persoon of commissie in staat moet zijn de knoop door te hakken als ouders, school en eventuele andere instanties het niet lukt passend onderwijs te realiseren voor een kind dat thuiszit.

Als dit over een jaar niet in alle samenwerkingsverbanden in orde is, volgen er mogelijk wettelijke maatregelen. Dat bleek in de Tweede Kamer tijdens een algemeen overleg over passend onderwijs.

Passend onderwijs 2020: geen thuiszitters meer

Tijdens dit overleg herhaalde staatssecretaris Sander Dekker van OCW de doelstelling dat in 2020 geen enkel kind langer dan drie maanden zonder passend onderwijsaanbod thuis mag zitten. Harde afspraken over een afname van het aantal thuiszitters op korte termijn wilde de staatssecretaris echter niet maken.

Er werd in de Kamer ook gesproken over het idee van een standaardniveau van basisondersteuning. Dekker zei dat hij dit voorlopig niet aan alle scholen wil opleggen, omdat het geen recht zou doen aan regionale verschillen.

Verder zei de staatssecretaris dat hij met besturen- en lerarenorganisaties in gesprek wil om te kijken hoe de werkdruk en bureaucratie kunnen worden verminderd.

 

Passend onderwijs geldt ook tijdens schoolreisjes

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW betreurt het dat een meisje uit groep 8 van een basisschool in Drenthe vanwege haar gedragsstoornis niet mee mocht op schoolreisje. Dat laat hij weten in antwoord op Kamervragen van de SP.

De vragen van SP-Kamerlid Tjitske Siderius volgden op een bericht in de Telegraaf. Zij wilde van Dekker weten of hij het wenselijk acht ‘dat kinderen met een beperking buitengesloten worden van activiteiten met klasgenoten’.

Het antwoord van de staatssecretaris is dat elke school verantwoordelijk is voor het onderwijs aan alle ingeschreven leerlingen. ‘Voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften biedt een school daarbij passende en redelijke ondersteuning en voorzieningen’, aldus Dekker. Dit heeft, zo benadrukt hij, ook betrekking op buitenschoolse activiteiten, zoals schoolreisjes.

De staatssecretaris meldt verder dat hij contact heeft opgenomen met de betreffende school en dat die heeft aangegeven op zoek te zijn naar adequate begeleiding tijdens schoolreisjes of excursies. ‘Mede op basis van deze casus gaan zij bekijken op welke wijze dit in het vervolg nog beter georganiseerd kan worden’, zo staat in de antwoorden van Dekker.

Overeenstemming nodig over ontwikkelingsperspectief

Voor het handelend deel van het onderwijsontwikkelingsperspectief (OPP) moet overeenstemming zijn bereikt met de ouders. Dat staat na advies van de Raad van State in een voorgestelde wetswijziging.

Voordat de Wet passend onderwijs van kracht was, stelde de school een handelingsplan op voor een leerling met speciale onderwijsbehoeften. Dat handelingsplan moest door de ouders worden goedgekeurd voordat het kon worden uitgevoerd. De ouders hadden dus instemmingsrecht.

Met de invoering van passend onderwijs kwam het onderwijsontwikkelingsperspectief (OPP). Voor het handelen deel van het OPP (de uitvoering) is geen toestemming meer nodig van de ouders. In de Tweede Kamer werd dit bezwaarlijk gevonden.

Om (deels) aan de bezwaren tegemoet te komen, is er nu voor gekozen om voor het handelend deel van het OPP ‘versterkt’ op overeenstemming gericht overleg te laten plaatsvinden met de ouders. Zij krijgen niet, zoals in de oude situatie, instemmingsrecht, maar er moet wel met de ouders overeenstemming worden bereikt.

Op deze manier behoudt de school autonome beslissingsbevoegdheid zonder dat de ouders buitenspel worden gezet.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Lichte stijging van aantal schorsingen en verwijderingen

In het voortgezet onderwijs zijn in het vorige schooljaar 4899 leerlingen geschorst. In het basisonderwijs waren dat er 287. Dat meldt de Inspectie van het Onderwijs.

Het aantal geschorste leerlingen in het voortgezet onderwijs steeg met 1,5 procent ten opzichte van het schooljaar 2013-2014. Het aantal verwijderde leerlingen nam toe met 0,8 procent (594). Fysiek geweld tegen medeleerlingen, verbaal geweld tegen personeel en storend gedrag binnen de lessen worden het meest opgegeven als reden voor schorsing of verwijdering.

In het basisonderwijs zijn vorig schooljaar in totaal 287 leerlingen geschorst. Voor 31 van hen is een verwijderingsprocedure opgestart. In bijna alle gevallen noemen scholen een onveilige situatie als reden voor de schorsing of verwijdering.

In het speciaal onderwijs zijn afgelopen schooljaar 1165 leerlingen geschorst. Daarnaast vonden 17 verwijderingen plaats. Fysiek geweld tegen personeel of tegen medeleerlingen was de vaakst voorkomende aanleiding voor een schorsing.

Vooral jongens worden geschorst of verwijderd.

Lees meer…

Katernen VOS/ABB
VOS/ABB heeft in 2014 voor het primair en voortgezet onderwijs twee aparte katernen laten drukken over de toelating en verwijdering van leerlingen. Deze katernen zijn destijds toegestuurd aan de leden van VOS/ABB en staan in digitale vorm in het besloten ledengedeelte van deze website.

In deze katernen staat beschreven hoe scholen dienen te handelen bij het schorsen of verwijderen van een leerling. Daarbij is het onder andere van belang de leerling en zijn of haar ouders goed te informeren over de maatregel.

Toelating en verwijdering leerlingen PO

Toelating en verwijdering leerlingen VO

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Btw-vrijstelling samenwerkingsverbanden blijft

Staatssecretaris Eric Wiebes van Financiën bevestigt dat samenwerkingsverbanden passend onderwijs vrijgesteld blijven van btw.

Tijdens het algemeen overleg over passend onderwijs op 30 juni jongstleden werd al duidelijk dat de btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden (swv’s) ook na 1 augustus 2016, wanneer de huidige btw-overgangsregeling voor swv’s afloopt, zou blijven bestaan. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW deed hierover toezeggingen.

Zijn collega Wiebes van Financiën bevestigt dit in zijn uitwerking van fiscale moties en toezeggingen. De kern van het verhaal is dat swv’s op grond van de Wet op de omzetbelasting onder de sociaal-culturele vrijstelling worden gebracht.

‘Verder geldt voor het verzorgen van onderwijs (met inbegrip van de diensten en leveringen die daarmee nauw samenhangen) door scholen de btw-onderwijsvrijstelling. Deze vrijstelling geldt ook voor de prestaties van scholen aan samenwerkingsverbanden passend onderwijs voor zover deze prestaties zijn aan te merken als nauw met het verzorgen van onderwijs samenhangende prestaties’, aldus Wiebes in zijn uitwerking.

Onder bepaalde voorwaarden kan volgens de staatssecretaris van Financiën bijvoorbeeld het tijdelijk ter beschikking stellen van (niet-)onderwijzend personeel van een school aan een samenwerkingsverband passend onderwijs worden aangemerkt als nauw met het onderwijs samenhangende prestatie die van btw is vrijgesteld.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Thuiszitters hoog op agenda van inspectie

Het risicogerichte onderzoek van Inspectie van het Onderwijs bij de samenwerkingsverbanden passend onderwijs moet er in principe toe leiden dat die per 1 augustus 2016 het basisarrangement hebben. Dat blijkt uit een toelichting die de inspectie onder andere aan VOS/ABB heeft gegeven tijdens een bijeenkomst met diverse andere belangenorganisaties van het primair en voortgezet onderwijs.

In het lopende onderzoek van de inspectie bij de samenwerkingsverbanden (swv’s) staat het terugdringen van het aantal leerlingen dat zonder onderwijs thuiszit hoog op de agenda. Het beleid hieromtrent is nog onvoldoende uitgewerkt.

De swv’s spannen zich op dit punt in, maar de praktijk wijst uit dat het tijd nodig heeft om in de regio goede afspraken te maken. Soms worden belemmeringen ervaren door regelgeving bij het ontwerp van arrangementen.

Verder blijkt dat verevening speelt een belangrijke rol speelt. Dat geldt ook voor communicatie met ouders. Het algemene beeld is dat dit meer aandacht verdient.

De inspectie signaleert voorts dat het interne toezicht nog niet overal goed is geregeld. Wanneer het interne toezicht op een afdoende wijze is georganiseerd, wil de inspectie meer terugtreden. Ondersteuningsplanraden worden hier doorgaans goed bij betrokken.

Vanaf augustus 2016 wordt het toezicht op swv’s aangepast. Ze krijgen dan in principe allemaal het basisarrangement, tenzij er dan nog voortgangsgesprekken worden gevoerd. Het zal dan dus zo zijn dat niet meer alle swv’s door de inspectie worden bezocht.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Maatwerk: minder dan vijf dagen per week naar school

De PvdA komt met een wetsvoorstel waarin wordt geregeld dat kinderen voor wie dat nodig is, minder dan vijf dagen per week naar school hoeven, schrijft Tweede Kamerlid Loes Ypma.

‘Het is onacceptabel dat op dit moment in Nederland ongeveer 16.000 kinderen niet naar school kunnen gaan, terwijl zij wel willen en kunnen leren’, schrijft Ypma. Volgens haar is er voor deze kinderen te weinig maatwerk mogelijk.

‘Vijf volledige dagen naar school lukt ze niet, omdat dit te veel prikkels geeft of andere bezwaren heeft. Hierdoor komen zij thuis te zitten. Voor deze kinderen die maar gedeeltelijk naar school kunnen is niets geregeld. Daarom kom ik met een wetsvoorstel waarin geregeld wordt dat kinderen die dat niet kunnen, niet een hele week naar school hoeven.’

Het initiatief van Ypma volgt op de publicatie Werkt passend onderwijs? van de Kinderombudsman. Die constateert dat passend onderwijs een jaar na de invoering ervan nog niet overal goed functioneert.

‘Scholen voldoen niet aan zorgplicht passend onderwijs’

Van de schoolleiders ervaart 80 procent nog knelpunten bij de invoering van passend onderwijs. Dat blijkt uit een peiling van de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS).

In bijna 90 procent van de gevallen gaan scholen niet zomaar over tot het inschrijven van leerlingen, meldt de AVS. Ze doen dit volgens de vakbond in het belang van het kind, maar de AVS concludeert dat de scholen daarmee niet voldoen aan de zorgplicht.

Lees meer…

Brochure voor samenwerkingsverbanden over lwoo en pro

Samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs moeten zich dit najaar voorbereiden op de toewijzing van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs door hun ondersteuningsplan aan te passen. Het Informatiepunt Passend Onderwijs heeft hierover een online brochure gepubliceerd. 

Per 1 januari 2016 worden samenwerkingsverbanden in het voortgezet onderwijs verantwoordelijk voor het toewijzen van de ondersteuning voor lwoo en praktijkonderwijs en de bijbehorende budgetten.

Dit volgt op de goedkeuring eerder dit jaar door de Eerste Kamer van het wetsvoorstel Integratie van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in passend onderwijs. De Tweede Kamer ging hier eerder al mee akkoord.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

 

Btw-vrijstelling samenwerkingsverbanden blijft

Het ziet er naar uit dat de btw-vrijstelling voor samenwerkingsverbanden blijft. Staatssecretaris Dekker heeft hierover toezeggingen gedaan aan de Tweede Kamer.

Sinds 1 augustus 2014, bij de invoering van de Wet passend onderwijs, gold er een overgangsmaatregel waardoor samenwerkingsverbanden passend onderwijs waren vrijgesteld van btw-heffing. Na recente uitspraken van Sander Dekker in het Algemeen Overleg over passend onderwijs is de verwachting dat samenwerkingsverbanden ook na 1 augustus 2016 kunnen profiteren van de btw-vrijstelling.

Per die datum zullen samenwerkingsverbanden waarschijnlijk worden aangemerkt als sociaal-culturele instellingen, waardoor ze een beroep kunnen doen op wettelijke btw-vrijstelling. Verwacht wordt dat dit met Prinsjesdag wordt bevestigd. De vrijstelling geldt voor werkzaamheden die worden verricht in het kader van het ondersteuningsplan. Ook ambulante begeleiding is vrijgesteld van btw.

Meer informatie: Helpdesk VOS/ABB, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur,

 

 

Passend onderwijs loopt goed, maar is nog niet af

Door het jaar heen zijn scholen, ouders en samenwerkingsverbanden beter bekend geraakt met de wet- en regelgeving en beginnen zij de ruimte te gebruiken die hun hiermee wordt geboden. Dat staat in de zevende voortgangsrapportage over passend onderwijs, die staatssecretaris Sander Dekker van OCW naar de Tweede Kamer heeft gestuurd.

In de voortgangsrapportage staat onder andere dat leerlingen die zonder onderwijs thuiszitten steeds beter in beeld komen: ‘Onderwijs en gemeenten registreren beter over welke leerlingen het gaat en maken afspraken over hoe voor alle leerlingen een passende plek gevonden kan worden. Meer dan de helft van de samenwerkingsverbanden organiseert, al dan niet met de gemeenten, een doorzettingsmacht om een plek te realiseren als de partijen er samen niet uit komen. Concreet betekent dit dat één persoon mandaat heeft gekregen om een passend aanbod te doen.’

De rapportage gaat ook in op de maatregelen die zijn genomen om de knelpunten op te lossen die scholen en ouders ervaren in het onderwijs voor leerlingen met een ernstige meervoudige beperking. Dit voorjaar was daar veel discussie over. ‘Naar aanleiding daarvan is een regeling gemaakt voor aanvullende bekostiging, is er één formulier waarmee voor deze groep leerlingen een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal onderwijs kan worden aangevraagd en kunnen ouders en scholen een beroep doen op de onderwijszorgconsulenten om bij onenigheid samen tot een oplossing te komen.’

Hoewel er dus positieve ontwikkelingen zijn, is passend onderwijs nog niet af. ‘Scholen en samenwerkingsverbanden leren van hun ervaringen en kunnen daarmee hun werkwijze verbeteren. De komende periode staat in het teken van het doorontwikkelen van passend onderwijs.’

Ondersteuning VOS/ABB
VOS/ABB kan op het gebied van passend onderwijs ondersteuning bieden aan schoolbesturen en samenwerkingsverbanden. U kunt daarvoor contact opnemen met Anna Schipper (06-30056066, aschipper@vosabb.nl).

U kunt natuurlijk ook bellen of mailen met de Helpdesk van VOS/ABB: 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl.

Zelfevaluatie en quickscan passend onderwijs

VOS/ABB heeft een handreiking gemaakt die samenwerkingsverbanden passend onderwijs kunnen gebruiken voor zelfevaluatie. Bij de handreiking zit een praktische quickscan.

De samenwerkingsverbanden zijn nu bijna een schooljaar bezig om hun weg te vinden in de nieuwe organisatie van passend onderwijs. Het was een schooljaar van overgangen, waarin oude werkwijzen werden vervangen door nieuwe.

Nu het einde van het eerste schooljaar met passend onderwijs nadert, is het tijd de ontwikkelingen van afgelopen jaar te evalueren. Hoe zijn deze verlopen en waar zijn nog verbeteringen denkbaar of nodig?

De beleidsmedewerkers Anna Schipper en Simone Baalhuis van VOS/ABB hebben de handreiking voor zelfevaluatie geschreven. Er worden verschillende domeinen benoemd, zoals governance, management & organisatie, communicatie en resultaten.

Bij de handreiking zit een quickscan om snel een overzicht te krijgen van het reilen en zeilen van het samenwerkingsverband.

De handreiking en quickscan kunnen door samenwerkingsverbanden die bij VOS/ABB zijn aangesloten worden gedownload uit het besloten gedeelte van deze website:

Handreiking en quickscan passend onderwijs 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Eerste Kamer akkoord: lwoo en pro in passend onderwijs

De Eerste Kamer heeft dinsdag ingestemd met het wetsvoorstel Integratie van leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs in passend onderwijs. De Tweede Kamer ging er vorige maand mee akkoord.

Met de invoering van de nieuwe wetgeving krijgen de samenwerkingsverbanden de verantwoordelijkheid voor de toewijzing en bekostiging van leerwegondersteunend onderwijs (lwoo) en praktijkonderwijs (pro). Daarmee worden zij verantwoordelijk voor alle vormen van onderwijsondersteuning die leerlingen in de klas nodig hebben.

Nu de Eerste Kamer ook met het wetsvoorstel heeft ingestemd, zal de wet op 1 augustus 2015 in werking treden. Vanaf dat moment zouden de samenwerkingsverbanden zich moeten voorbereiden op de toewijzing van lwoo en praktijkonderwijs door hun ondersteuningsplan aan te passen.

Per 1 januari 2016 worden samenwerkingsverbanden vervolgens verantwoordelijk voor het toewijzen van de ondersteuning voor lwoo en praktijkonderwijs en de bijbehorende budgetten.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl