Handreikingen normalisering rechtspositie (Wnra)

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB hebben twee handreikingen geschreven over de gevolgen van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) voor het openbaar onderwijs. De ene handreiking gaat over het primair onderwijs, de andere over het voortgezet onderwijs. 

Mensen die in het openbaar onderwijs werken, zijn nu nog ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet. Met de invoering van de Wnra wordt hun rechtspositie onder het Burgerlijk Wetboek gebracht. Daarmee wordt hun rechtspositie gelijkgesteld aan die van personeel in andere niet-overheidssectoren (waaronder het bijzonder onderwijs).

Als uw organisatie lid is van VOS/ABB, kunt u de handreikingen downloaden:

Bij de handreikingen hoort een aantal documenten die u ook kunt downloaden. Ook hiervoor geldt de voorwaarde dat uw organisatie bij VOS/ABB moet zijn aangesloten:

Scholingsbijeenkomsten Wnra

In januari zijn er verspreid over het land scholingsbijeenkomsten over de Wnra. Deze bijeenkomsten voor leden van VOS/ABB worden georganiseerd door onze Onderwijsjuristen.

Een deel van de bijeenkomsten zit al vol, dus wacht niet te lang met aanmelden!

Lees meer…

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Bestuurders-cao primair onderwijs verplicht?

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB krijgen geregeld de vraag of schoolbesturen verplicht zijn de bestuurders-cao primair onderwijs toe te passen en of zij aan die cao gebonden zijn.

Binding aan de cao kan ontstaan doordat de bestuurder en/of de toezichthouder lid is/zijn van de cao-partijen BvPO of VTOI-NVTK. Daarnaast kan binding aan de cao ontstaan doordat de cao algemeen verbindend is verklaard of doordat de cao van toepassing is verklaard in een zogeheten incorporatiebeding.

Als de raad van toezicht (of interne toezichthouder) lid is van de VTOI-NVTK, is de raad gebonden aan de cao (artikel 9 Wet op de collectieve arbeidsovereenkomst (WCAO)) en daarmee verplicht de cao toe te passen op de bestuurder.

Als de bestuurder geen lid is van de BvPO, mag hij toepassing van de cao weigeren. De interne toezichthouder blijft er echter toe gehouden de cao toe te passen. Als de bestuurder wel lid is van de BvPO, is hij gebonden aan de cao. Overigens kan een bestuurder die lid is van de BvPO niet afdwingen dat de ongebonden werkgever de bestuurders-cao primair onderwijs toepast.

Incorporatie bestuurders-cao

In de arbeidsovereenkomst kan de bestuurders-cao primair onderwijs ook door middel van een incorporatiebeding van toepassing worden verklaard op het dienstverband van de bestuurder. Als een dergelijk beding in de arbeidsovereenkomst is opgenomen, moet de bestuurders-cao primair onderwijs worden toegepast.

In het openbaar onderwijs bestaat een dergelijk incorporatiebeding niet. In het openbaar onderwijs moet de interne toezichthouder de cao bij besluit vaststellen als rechtspositieregeling van de bestuurder.

Algemeen-verbindend-verklaring

Als de bestuurders-cao primair onderwijs algemeen verbindend wordt verklaard, is de cao algemeen verbindend voor alle bestuurders en toezichthouders die vallen onder de werkingssfeer van de cao.

Dit geldt niet voor openbare schoolbesturen, omdat het cao-recht niet van toepassing is op ambtenaren. Vanaf 1 januari 2020 wordt de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (WNRA) ingevoerd. Dan geldt dit ook voor openbare schoolbesturen. De cao is vooralsnog niet algemeen verbindend verklaard.

Conclusie

De bestuurders-cao primair onderwijs móet door de interne toezichthouder toegepast worden als de interne toezichthouder lid is van de VTOI-NVTK, of als toepassing van de cao overeengekomen is tussen de bestuurder en de interne toezichthouder.

Als daar geen sprake van is, dan staat het de interne toezichthouder en de bestuurder vrij om zelf te onderhandelen over de arbeidsvoorwaarden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Extra informatie in overzicht cao-verschillen

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB hebben informatie toegevoegd aan het eerder gepubliceerde overzicht van verschillen tussen de CAO PO 2016-2017 en de CAO PO 2018-2019.

U kunt per hoofdstuk en desbetreffende artikelen zien welke verschillen er zijn. Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de uitgebreide versie van het overzicht downloaden en eventueel printen.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Stroomschema ketenbepaling bijzonder onderwijs

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB hebben een handig stroomschema gemaakt waarmee u kunt bepalen welke ketenbepaling op een dienstverband van toepassing is.

Voor het bijzonder primair onderwijs is de ketenregeling van kracht. Deze regeling bepaalt hoelang en hoeveel contracten voor bepaalde tijd aan een werknemer mag worden gegeven.

In de CAO PO 2018-2019 is de ketenregeling aangepast: er is een uitzonderingsmogelijkheid aan toegevoegd met betrekking tot de vervanging vanwege zieke leerkrachten.

In het stroomschema staan vragen aan de hand waarvan u kunt achterhalen welke ketenregeling van toepassing is. Zo kunt u te weten komen hoelang u een werknemer nog een tijdelijk dienstverband kunt aanbieden.

De ketenbepaling uit de Wet Werk en Zekerheid heeft (nog) geen betrekking op ambtenaren. Daardoor geldt de ketenbepaling (nog) niet voor het openbaar onderwijs. Dat gaat veranderen met de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren (WNRA).

Download stroomschema ketenbepaling

Let op: u dient voor het downloaden van het stroomschema te zijn ingelogd in het besloten ledengedeelte van deze website. Geen lid van VOS/ABB? Dan hebt u helaas geen toegang tot dit document.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Bedrijfseconomisch ontslag in primair onderwijs

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB hebben met collega’s van de helpdesks van de andere profielorganisaties een artikel gepubliceerd over bedrijfseconomisch ontslag in het primair onderwijs.

Het artikel gaat in op de Wet Werk en zekerheid, die met name impact heeft op het bijzonder onderwijs. Ook komt het proces van bedrijfseconomisch ontslag in het openbaar onderwijs aan bod. Tot slot wordt ingegaan op de mogelijkheden van vergoeding van de met ontslag gepaard gaande uitkeringslasten.

Artikel downloaden

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Hoe gaat de school om met gescheiden ouders?

Elke school krijgt wel te maken met gescheiden ouders van leerlingen. Een scheiding is een ingrijpende gebeurtenis voor de betrokken ouders en hun kind(eren) en kan ook impact hebben op de school.

Denk aan (vecht)scheidingen waarbij ouders over elke beslissing over hun kind strijden en proberen de school daarin partij te laten kiezen. Het komt ook voor dat ouders geen informatie over hun kind aan elkaar willen doorgeven en/of niet samen naar een 10-minutengesprek willen.

Deze toelichting gaat aan de hand van relevante wetgeving en uitspraken van rechters en geschillen- en klachtencommissies in op de meest voorkomende situaties om zo scholen en hun besturen te laten zien hoe zij hiermee om kunnen gaan.

Ouderlijk gezag

Indien beide ouders belast zijn met het ouderlijk gezag, zijn zij gezamenlijk verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kind(eren) en moeten zij samen de beslissingen nemen aangaande de opvoeding. In situaties waarbij de gescheiden ouders niet meer met elkaar overweg kunnen, leidt het niet kunnen bereiken van overeenstemming geregeld tot problematische situaties. Indien slechts een van de beide het ouderlijk gezag heeft, is de met het gezag belaste ouder verantwoordelijk voor beslissingen over het kind.

In het hiernavolgende wordt een aantal veel voorkomende situaties besproken waar scholen tegenaan lopen en leggen wij uit hoe hiermee om kan worden gegaan.

In- en uitschrijving

De inschrijving (lees: in- of uitschrijving) van een kind op een bepaalde school is een belangrijke beslissing in de opvoeding. Ouders die gezamenlijk het gezag dragen over het kind, moeten samen overeenstemming over de inschrijving bereiken. Het is echter niet noodzakelijk dat de ouders samen de inschrijving verrichten. In beginsel mag de school er te goeder trouw van uitgaan dat als een van de met het gezag belaste ouders een kind op een school in- of uitschrijft, deze inschrijving met goedvinden van de andere ouder plaatsvindt.

Als de school weet of vermoedt dat de inschrijving wordt gedaan door een gescheiden ouder, doet de school er goed aan te onderzoeken of de andere ouder het eens is met de inschrijving. Indien de school weet of behoort te weten dat de andere met het gezag belaste ouder niet op de hoogte is van deze inschrijving of het daar niet mee eens is, mag het bevoegd gezag de inschrijving niet accepteren. De ouder moet dan eerst zorgen voor (vervangende) instemming van de andere ouder om de leerling in of uit te kunnen schrijven. Als de ouders het samen niet eens worden over een inschrijving, zullen zij zelf stappen moeten ondernemen om dit verschil van mening te beslechten. Tot het moment dat er door de ouders overeenstemming is bereikt over de inschrijving op een school of een rechter dit geschil heeft beslecht, kan het bevoegd gezag de inschrijving niet accepteren. Indien een dergelijke patstelling ertoe leidt dat een kind onnodig thuis komt te zitten, doet de school er goed aan de leerplichtambtenaar in te schakelen.

Indien slechts een van de ouders is belast met het ouderlijke gezag, kan het bevoegd gezag volstaan met de handtekening van de ouder die belast is met het gezag. Het bevoegd gezag kan de inschrijving van de leerling in dit geval ook accepteren als de ouder zonder gezag niet instemt met de inschrijving.

Informatieverstrekking

Veel geschillen waar gescheiden ouders bij betrokken zijn, gaan over de informatievoorziening van de school aan hen. Onderwijsgeschillen heeft een themapagina aan deze problematiek gewijd. De Wet op het primair onderwijs (artikel 11 WPO) en de Wet op het voortgezet onderwijs (artikel 20 WVO) bepalen dat scholen aan ouders moeten rapporteren over de voortgang van de leerling. Dit moet worden gezien als een actieve informatieplicht. Scholen moeten dus zelf het initiatief nemen.

Beide ouders hebben gezag

In de gevallen waarin beide ouders het gezag hebben, mag de school er in beginsel op vertrouwen dat indien een van hen als contactpersoon fungeert, deze ouder de andere informeert over de voortgang van het kind. Als er géén contactpersoon bij de school bekend is, moet de school beide ouders informeren. Indien de school ermee bekend is of behoort te zijn dat de ouders elkaar niet informeren, dient de school mondelinge en schriftelijke informatie in gelijke mate aan te bieden aan beide ouders. Gezien het feit dat deze situatie zich bij gescheiden ouders vaker wel dan niet voordoet, doen scholen er goed aan er op voorhand voor te kiezen beide ouders te informeren. Dat betekent ook dat de school ertoe verplicht kan zijn voor één leerling voor beide ouders een apart oudergesprek te realiseren als zij niet samen aanwezig kunnen of willen zijn op het oudergesprek. Op de school rust altijd de verplichting om de schijn van partijdigheid te voorkomen. Het is van belang dat scholen zich niet laten betrekken in een eventueel conflict tussen de ouders.

Eén ouder heeft gezag

In de gevallen waarin slechts één ouder belast is met het ouderlijk gezag, kan de school volstaan met informatievoorziening aan die ene ouder. In het Burgerlijk Wetboek (artikel 1:377b BW) is namelijk bepaald dat de ouder met gezag, de ouder zonder gezag moet informeren over belangrijke zaken die het kind aangaan, waaronder de voortgang van het kind op school.
De school mag er in beginsel op vertrouwen dat de ouders elkaar informeren over de voortgang van de leerling. Indien dit niet gebeurt, kan de ouder zonder gezag zelf om informatie omtrent de voortgang van zijn of haar kind verzoeken. De school dient deze informatie vervolgens te verstrekken. Deze verplichting voor de school vloeit voort uit artikel 1:377c BW, dat bepaalt dat derden die beroepshalve beschikken over informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen, de ouder zonder gezag hierover moeten informeren als die ouder daarom vraagt.

De informatie hoeft niet verstrekt te worden als het gaat om informatie die ook niet aan de met het gezag belaste ouder gegeven zou worden of als het belang van het kind zich verzet tegen het verschaffen van informatie.

Informatie over voortgang van leerling

Indien de ouder zonder gezag daarom verzoekt, moet de school dus informatie verstrekken over de voortgang van het kind. De ouder zonder gezag heeft recht op informatie inzake belangrijke feiten en omstandigheden die de persoon van het kind of diens verzorging en opvoeding betreffen. Uit uitspraken van klachtencommissies blijkt dat hierbij gedacht kan worden aan informatie over de cognitieve en/of sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind, zoals leerprestaties (schoolrapport) of medische kwesties. De school is niet verplicht om een rapportgesprek te voeren met de ouder die niet met het gezag is belast. De school kan dan volstaan met het toezenden van het rapport en een eventuele toelichting.1

Vraagt een ouder zonder gezag informatie op bij de school, dan dient de school de met het gezag belaste ouder hierover te informeren.

Nieuwe partner

Als een van de ouders een nieuwe partner heeft, mag de school niet zonder meer de informatie over de voortgang van het kind aan de nieuwe partner verstrekken. Daar is in beginsel toestemming van de andere ouder (met gezag) voor nodig. De nieuwe partner is in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens2 immers een derde en de school mag zonder instemming van beide ouders met gezag geen informatie over de leerling verstrekken aan derden.
Als beide ouders gezag hebben, mag een van de ouders dus in beginsel ook niet zonder toestemming van de andere ouder een nieuwe partner meenemen naar een oudergesprek. Mochten beide ouders instemmen met de aanwezigheid van de nieuwe partner bij een oudergesprek, dan kan school ook zelf besluiten deze nieuwe partner niet toe te laten tot het oudergesprek. De school heeft immers slechts de verplichting om ouders van leerlingen te informeren over de voortgang van de leerling en hoeft hierover niet in gesprek te gaan met derden.

De situatie ligt echter anders wanneer de nieuwe ouder gezien moet worden als de verzorger (of voogd) van het kind. Onder de definitie van ouder in de WPO en de WVO worden ook personen begrepen die als verzorger aangemerkt worden. Nieuwe partners van ouders die tevens verzorger zijn in de zin van de WPO en WVO, hebben ook recht op informatie over de voortgang van het kind en mogen dus deelnemen aan ouderavonden (mits de leerling de leeftijd van 16 jaar nog niet heeft bereikt). De school hoeft hier geen instemming van de andere ouder voor te vragen.

Conclusie

Als het gaat om gescheiden ouders, is het voor de school dus van groot belang om te weten of beide ouders nog met het gezag zijn belast. Dit gegeven bepaalt immers sterk hoe de school zich in eerste instantie naar hen dient op te stellen. Het is voor de school van belang dat die zich zo neutraal mogelijk opstelt ten aanzien van gescheiden ouders en daarin consequent handelt. Het belang van het kind hoort voorop te staan.
Wij raden scholen aan om voor de omgang met gescheiden ouders een protocol op te stellen. Hiermee kunnen scholen op grond van eigen beleid dat anticipeert op mogelijke incidenten zo veel mogelijk problemen met gescheiden ouders voorkomen.

1 LKC Onderwijs, 26 augustus 2016, 107306
2 De Wet bescherming persoonsgegevens wordt per 1 mei 2018 vervangen oor de Algemene verordening gegevensbescherming.

Deze toelichting is tot stand gekomen in samenwerking met de juridische helpdesks van ISBO, VBS, Verus, VGS en de Onderwijsjuristen van VOS/ABB. Voornoemde profielorganisaties werken met elkaar samen om ervaringen met elkaar uit te wisselen en kennis met elkaar te delen om de kwaliteit en eenduidigheid van adviezen te waarborgen. Deze bijdrage is de derde in een reeks en is verzorgd door de Onderwijsjuristen van VOS/ABB.

Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Staking… en dan? Toelichting Onderwijsjuristen

De Onderwijsjuristen van VOS/ABB leggen uit wat er gedaan moet worden als leraren gaan staken. De hoofdregel is dat er dan geen salaris wordt uitbetaald.

PO Front roept op tot een staking in het primair onderwijs op 5 oktober. De staking is gericht tegen de volgens PO Front te lage lerarensalarissen en te hoge werkdruk. In PO Front werkt de PO-Raad samen met de lerarengroep PO in Actie en de vakbonden.

Staking: geen arbeid, geen loon

In de toelichting van de Onderwijsjuristen staat onder andere dat bij een staking de hoofdregel geldt ‘geen arbeid, geen loon’. Dit betekent dat de werknemer over de stakingsuren geen recht op salaris heeft.

‘De werkgever is verplicht deze uren op het salaris in te houden. Wanneer de staking is georganiseerd door de vakbonden, krijgen de stakende werknemers die aangesloten zijn bij de organiserende vakbonden, een vergoeding uit de stakingskas’.

Download toelichting

Toelichting Algemene verordening gegevensbescherming

Deze toelichting is geschreven door mr. Cécile van der Goot-Koening van de Onderwijsjuristen van VOS/ABB.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de toelichting downloaden.

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

Fusietoets, toekomstbestendig aanbod, samenwerking

Mr. Ronald Bloemers van VOS/ABB heeft drie notities geschreven over recente ontwikkelingen die het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs raken.

De notities gaan over respectievelijk de versoepeling van de fusietoets, de Wet toekomstbestendig onderwijsaanbod en de vereenvoudiging van de vorming van samenwerkingsscholen.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notities downloaden:

Informatie: Onderwijsjuristen, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, onderwijsjuristen@vosabb.nl

 

Mag klassenfoto op website van school?

De juridische helpdesks van de profielorganisaties ISBO, VBS, Verus, VGS en VOS/ABB werken met elkaar samen. De samenwerking bestaat uit het met elkaar bespreken van juridische vraagstukken die spelen in het primair en voortgezet onderwijs. Ook worden geregeld gezamenlijke publicaties gemaakt. Onderstaande toelichting gaat onder andere over het plaatsen van foto’s op de websites van scholen.

Mede door de opkomst en de toename van de digitale middelen wordt het steeds makkelijker om informatie snel onder een grote doelgroep te verspreiden. Ook scholen krijgen hiermee te maken De mogelijkheden lijken tegenwoordig eindeloos. Echter, de praktijk leert dat scholen hierbij nog wel eens vergeten rekening te houden met de wettelijke kaders die hiervoor gelden.

Ga naar de toelichting

Min/max-contracten in primair onderwijs

Al enige tijd werken de juridische helpdesks van de profielorganisaties ISBO, VBS, Verus, VGS en VOS/ABB intensiever met elkaar samen. De samenwerking bestaat uit het met elkaar bespreken van juridische vraagstukken die spelen in het primair en voortgezet onderwijs. Ook zullen geregeld gezamenlijke publicaties worden gemaakt. De eerste daarvan gaat over min/max-contracten in het primair onderwijs.

De publicatie over min/max-contracten in het primair onderwijs komt van juridisch adviseur René Tromp van de helpdesk van de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs (VGS). Hij gaat in de toelichting in op onder andere de Wet Werk en Zekerheid, de ketenbepaling en verschillen tussen bijzonder en openbaar onderwijs.

Ga naar de toelichting

Notitie over WWZ, CAO PO en openbaar onderwijs

Adviseur José van Snek van de Helpdesk van VOS/ABB heeft een korte notitie geschreven voor de deelnemers aan de ledenbijeenkomst op 7 maart over de Wet werk en zekerheid (WWZ) in relatie tot de onderhandelingen voor een nieuwe CAO PO.

De bijeenkomst op maandag 7 maart in Amersfoort is bedoeld om met leden van VOS/ABB gezamenlijk te komen tot een afgewogen standpuntbepaling in het belang van de schoolbesturen, het personeel en de leerlingen in het openbaar primair onderwijs.

In de notitie gaat Van Snek specifiek in op aspecten van de WWZ die (nog) niet van toepassing zijn op het openbaar onderwijs zolang er nog geen nieuwe cao voor het primair onderwijs is afgesloten. Het gaat hierbij onder andere om de ketenbepaling en de transitievergoeding.

Als lid van VOS/ABB kunt u de notitie downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Wat moet/mag bij overdracht schoolgebouw?

De Helpdesk heeft samen met VOS/ABB’s huisvestingspartner HEVO een notitie opgesteld over het eigendom en de overdracht van schoolgebouwen.

In verband met demografische krimp, fusies en opheffing van scholen en nieuwbouw komen er bij de Helpdesk veel vragen binnen over het eigendom en de overdracht van schoolgebouwen.

De Helpdesk en HEVO weten precies wat op dit vlak van belang is en welke zaken moeten en wat er mag. In de notitie wordt onder andere ingegaan op de vraag hoe de staat van onderhoud dient te zijn bij teruggave aan de gemeente.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de notitie downloaden uit het besloten ledengedeelte van deze website.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Waar let u op bij keuze voor accountant?

Senior beleidsmedewerker Ron van der Raaij heeft een toelichting geschreven die leden van VOS/ABB kunnen gebruiken bij hun keuze voor een accountant.

Organisaties die bij VOS/ABB zijn aangesloten, vragen de Helpdesk geregeld om advies voor een goede en weloverwogen keuze voor een accountant. Van der Raaij heeft daar veel kennis van en ervaring mee. Hij geeft diverse tips.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de toelichting downloaden.

Informatie: Ron van der Raaij, 06-53733449, rvanderraaij@vosabb.nl

Welke invloed heeft wijziging Ontslagbesluit op payroll?

Adviseur mr. Céline Adriaansen heeft een toelichting geschreven over de gevolgen die de wijziging van het Ontslagbesluit heeft voor het aangaan van payrollcontracten.

In het sociaal akkoord uit 2013 staat dat moet worden voorkomen dat met payrollconstructies arbeidsvoorwaarden worden ontdoken. Dit jaar werd een motie voor de Wet werk en zekerheid aangenomen voor gelijke behandeling op het gebied van arbeidsvoorwaarden tussen payrollers en eigen werknemers. Dit heeft ertoe geleid dat per 1 januari 2015 het Ontslagbesluit wordt gewijzigd.

Adriaansen legt in haar toelichting uit welke gevolgen dat heeft voor het aangaan van payrollcontracten.

U kunt de toelichting downloaden als u met uw lidmaatschapscodes bent ingelogd.

Hoe zit het met de fiscus en het individuele basisbudget?

De Helpdesk van VOS/ABB geeft samen met Visser & Visser Accountants-Belastingadviseurs een toelichting op de fiscale consequenties van het individuele basisbudget voor werknemers in het voortgezet onderwijs. 

In de cao is opgenomen dat een werknemer jaarlijks de beschikking krijgt over een individueel basisbudget van 50 klokuren. Hiermee kunnen keuzes worden gemaakt die passen binnen de levensfase en de persoonlijke situatie en die de duurzame inzetbaarheid van de werknemer vergroten. Het basisbudget kan worden ingezet met betrekking tot de invulling van de werkzaamheden of voor verlof.

De toelichting van de Helpdesk en Visser & Visser op de fiscale consequenties staat in het besloten ledengedeelte van deze website. Als u met de codes van uw organisatie bent ingelogd, kunt u de toelichting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur, helpdesk@vosabb.nl

Welke gevolgen heeft Wet Werk en Zekerheid?

Adviseur mr. José van Snek van de Helpdesk van VOS/ABB geeft een toelichting op de Wet Werk en Zekerheid. Deze wet treedt in twee fasen in werking: per 1 januari en 1 juli 2015.

De toelichting gaat in op de gevolgen die de Wet Werk en Zekerheid heeft op het onderwijs. Daarbij laat Van Snek zien dat de gevolgen verschillend zijn voor werkgevers en werknemers in het openbaar en bijzonder onderwijs.

Als uw organisatie bij VOS/ABB is aangesloten, kunt u de toelichting downloaden.

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur

Uitspraken inzake payrollconstructies

In maart en juni dit jaar heeft de rechtbank twee uitspraken gegeven inzake payroll die in de media tot veel ophef hebben geleid. In de praktijk leiden deze uitspraken ook tot veel vragen over de payrollconstructie. In het artikel dat leden van VOS/ABB kunnen dowloaden worden beide uitspraken besproken. 

Informatie: Helpdesk, 0348-405250 van 08.30 tot 12.30 uur,   

Overeenkomst vrijwillige ouderbijdrage niet meer verplicht

Sinds 1 juli 2012 is de wijziging van kracht van de ‘Wet op het onderwijstoezicht en enige andere wetten in verband met de invoering van geïntegreerd toezicht en de gewijzigde rol van de Inspectie van het onderwijs bij het toezichtproces’. Een onderdeel van deze wetswijziging heeft betrekking op de vrijwillige ouderbijdrage.

U kunt de toelichting downloaden uit de rechterkolom.