Cijferverschillen school- en centrale examens

De verschillen in cijfers tussen de school- en centrale examens zijn minder groot dan uit eerder onderzoek naar voren zou komen. Dat meldt staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van OCW in een brief aan de Tweede Kamer. Lees verder

De Inspectie van het Onderwijs onderzocht of leerlingen over het algemeen aanmerkelijk hogere cijfers krijgen voor hun schoolexamens dan voor de centrale examens. Aanleiding voor het onderzoek van de inspectie was een artikel in het AOb-blad, waarvoor de sociologen Jaap Dronkers en Marloes de Lange research deden.Dronkers en De Lange concludeerden onder meer ‘dat een flinke groep scholen er bij het schoolexamen een eigen cijfercultuur op na houdt, die de waarde van het diploma ondergraaft’. Daarbij wezen ze op particuliere scholen, vrije scholen en zwarte scholen. Ze merkten ook op dat categoriale gymnasia wat dit betreft nauwelijks verschillen lieten zien.De inspectie komt na haar onderzoek tot de conclusie dat de verschillen beperkt zijn tot een klein aantal scholen en dat die verschillen bovendien minder groot zijn dan Dronkers en De Lange beweerden. Maar de inspectie kwam ook scholen tegen waar de verschillen in cijfers inderdaad aanzienlijk zijn. Staatssecretaris Van Bijsterveldt neemt het advies over dat er voor die scholen maatregelen nodig zijn.

De staatssecretaris vindt ook, net als de inspectie, dat er geen ander examineringssysteem moet komen, waarin leerlingen zowel voor het school- als het centraal examen zouden moeten slagen. Zo’n verandering zou volgens haar grote ongewenste neveneffecten hebben. Wel wil ze samen met de inspectie en het onderwijsveld gaan kijken hoe de kwaliteit van de examens beter kan worden gegarandeerd.

In de rechterkolom van dit bericht staan de brief van staatssecretaris Marja van Bijsterveldt van OCW aan de Tweede Kamer, de bevindingen van de inspectie en het onderzoeksrapport van Dronkers en De Lange..

Informatie: Betty Smits-van Sonsbeek, 06-22939680, bsmits@vosabb.nl

Bijlagen