CNV: basisschool baalt van lo-bevoegdheid

De helft van de basisscholen ervaart problemen met de eis dat pabo-studenten die na september 2005 zijn afgestudeerd een extra bevoegdheid moeten halen voor het geven van lichamelijke opvoeding vanaf groep 3. Dat meldt CNV Onderwijs op basis van een ledenenquête. VOS/ABB relativeert de kritiek door erop te wijzen dat de inzet van vakleerkrachten lichamelijke opvoeding naast onderwijsinhoudelijke ook organisatorische voordelen kan opleveren. Lees verder

De maatregel leidt er volgens CNV Onderwijs toe dat oudere leerkrachten  extra worden belast, omdat veel van hen de gymlessen van niet-bevoegde collega’s moeten overnemen. Bovendien zou de eis van de lo-bevoegdheid ertoe leiden dat afgestudeerde pabo-studenten van na september 2005 moeilijker aan een baan komen dan degenen die voor die datum hun studie hebben afgerond. CNV Onderwijs noemt dat discriminatie op de arbeidsmarkt.

Opmerkelijk is dat voorzitter Marleen Barth van CNV Onderwijs in 2001, toen zij nog voor de PvdA in de Tweede Kamer zat, voorstander was van de bevoegdheidseis. Nu zegt ze echter dat er veel negatieve effecten zijn. ‘De Tweede Kamer is destijds gezwicht voor de lobby van vakdocenten gymnastiek’, aldus Barth op de website van CNV Onderwijs.

Welkom in het primair onderwijs
Senior beleidsmedewerker Hans van Willegen van VOS/ABB relativeert de negatieve berichtgeving van de vakbond. Hij wijst erop dat vakleerkrachten lichamelijke opvoeding kwalitatief hoogwaardig bewegingsonderwijs geven en daarom welkom zijn in het primair onderwijs. ‘Tegelijkertijd realiseren wij ons dat de beperkte bevoegdheid van nieuwe leerkrachten voor het geven van bewegingsonderwijs scholen vaak voor organisatorische en financiële problemen stelt’, aldus Van Willegen.

VOS/ABB legt op dit moment met de collega-besturenorganisaties en de Koninklijke Vereniging voor Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO) de laatste hand aan een protocol voor goed en veilig bewegingsonderwijs. ‘In dit protocol komt onder andere aan de orde hoe scholen geholpen kunnen worden met de organisatie van de lessen bewegingsonderwijs, met als uitgangspunt dat diverse professionals kunnen worden ingezet.’ Van Willegen noemt als voorbeeld ‘beweegteams’, waarin vak- en groepsleerkrachten samenwerken met sportinstructeurs.

Lagere werkdruk
Van Willegen wijst erop dat de vakleerkracht bewegingsonderwijs de groepsleerkracht kan ontlasten, zodat die van de school geen compensatieverlof meer hoeft te krijgen. De groepsleerkracht hoeft dan immers niet meer dan 930 lesuren per jaar te worden ingezet. ‘Op het moment waarop de vakleerkracht de groep heeft overgenomen, kan de groepsleerkracht zich bezighouden met niet-lesgebonden taken of deskundigheidsbevordering. Hierdoor kan de werkdruk worden verminderd.’

Informatie: Hans van Willegen, 0348-405277, jvanwillegen@vosabb.nl

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn