Commissie-Dijsselbloem uit felle kritiek

De parlementaire commissie-Dijsselbloem heeft felle kritiek op de rol van de overheid bij de onderwijsvernieuwingen. ‘De overheid heeft haar kerntaak, het zeker stellen van de kwaliteit van het onderwijs, de afgelopen jaren ernstig verwaarloosd’, zo concludeert de commissie in haar eindrapport, dat woensdag is overhandigd aan Tweede Kamervoorzitter Gerda Verbeet. Lees verder

De commissie schrijft onder meer dat de overheid grote risico’s heeft genomen ‘met kwetsbare leerlingen voor wie het onderwijs te (lang) theoretisch was en voor wie er geen aparte leerroutes mochten komen’. Voor deze leerlingen kwam volgens de commissie de nadruk te liggen ‘op wat ze niet konden’, waardoor hun talenten niet goed werden benut.

Procesmanagers
Een ander ernstig kritiekpunt is dat de uitvoering van het vernieuwingsproces in de jaren ’90 uit handen werd gegeven aan externe procesmanagers. ‘Een dergelijke constructie stond op gespannen voet met de ministeriële verantwoordelijkheid en een adequaat parlementair toezicht.’ Hierdoor was er te weinig oog voor kritiek en waarschuwingen.

In het rapport staat ook dat politiek draagvlak belangrijker lijkt te zijn geweest dan draagvlak in het onderwijsveld. ‘Regeerakkoorden forceerden een doorbraak, maar versterkten het gesloten beleidsproces.’ Op dit punt levert de commissie ook kritiek op belangenorganisaties, omdat die te weinig oog zouden hebben gehad voor hun achterban.

Niet goed doordacht
De commissie signaleert verder dat tegelijkertijd met de grote onderwijsvernieuwingen andere ingrijpende veranderingen werden doorgevoerd, zoals de HOS-nota, de scholengemeenschapsvorming en autonomievergroting door middel van lumpsumbekostiging. ‘De wijze waarop al deze Haagse veranderingen op elkaar ingrepen, is niet goed doordacht en heeft jarenlang tijd en energie gevergd van de schoolleiding en hun teams.’

In het rapport staan niet alleen constateringen, maar ook adviezen. Een daarvan is dat er duidelijkheid moet komen over de verantwoordelijkheden van de overheid enerzijds en de scholen anderzijds. ‘De overheid is verantwoordelijk voor het wat, de onderwijsinhoud, en stuurt daarop in de vorm van het kerncurriculum, examens en toezicht. De scholen gaan nadrukkelijk over het hoe, dat wil zeggen de inrichting van het onderwijs, het pedagogisch-didactisch klimaat.’

Minimale onderwijstijd
Hierbij haakt de commissie in op de huidige discussie over minimale onderwijstijd en de onderwijskwaliteit. ‘Als extra waarborgen voor de kwaliteit van het onderwijsproces onderkent de commissie het belang van onderwijstijd en de kwaliteit van docenten. Ook op deze punten is het nodige herstel te verrichten.’

De autonomie van scholen is een ander adviespunt. ‘De commissie steunt in hoofdlijnen de grotere autonomie van scholen. Echter, op een aantal punten ontbreekt de transparantie. Daarom beveelt de commissie aan dat middelen voor zorgleerlingen voortaan geoormerkt worden, zodat zeker is dat zij ook daadwerkelijk aan hen ten goede komen.’

Verticaal en horizontaal
Ook vindt de commissie dat schoolbesturen voortaan inzichtelijk moeten maken ‘welk deel van het budget naar het primaire onderwijsproces gaat en waar de overige middelen aan worden besteed (management, reserves e.d.).’ Hierbij is het van belang dat besturen zowel verticaal (aan de overheid) als horizontaal (aan belanghebbenden) verantwoording afleggen.

De bovenstaande punten zijn slechts een greep uit het eindrapport van de commissie-Dijsselboem. Het volledige 191 pagina’s tellende rapport staat in de rechterkolom van dit bericht.

Bijlagen