De Brede School: historie en ontwikkelingen

De brede school ontwikkeling is primair een ontwikkeling van onderop geweest. Midden jaren negentig kwamen er min of meer gelijktijdig in Groningen en Rotterdam intensieve samenwerkingsverbanden tot stand tussen scholen, welzijnsorganisaties, de gezondheidszorg en instellingen gericht op kunst, cultuur en vrije tijd. In Rotterdam werd deze samenwerking aangeduid met de term ‘brede school’, in Groningen koos men voor de naam ‘vensterschool’. Het idee achter de samenwerking was echter hetzelfde: men hoopte op deze manier onderwijsachterstanden effectiever aan te kunnen pakken. Immers: ‘it takes a whole village to raise a child’, zoals de slogan in Rotterdam luidde. Of, in de woorden van Henk Pijlman, destijds wethouder in Groningen: ‘de school kan het niet alleen’. Lees verder

Sindsdien zijn er overal in het land soortgelijke samenwerkingsverbanden tussen scholen en andere instellingen ontstaan. De diversiteit in vormgeving is groot, de diversiteit in naamgeving zo mogelijk nog groter. Want behalve vensterscholen en brede scholen kent Nederland inmiddels community schools, brede buurtscholen, wijkscholen, open wijkscholen, kantoorurenscholen, magneetscholen, forumscholen, bedrijfstijdenscholen, plusscholen, Tweede Thuis Scholen, brede samenlevingsscholen, brandpunten scholen, multifunctionele onderwijs- en zorgcentra, SIS-en (Scholen in de Samenleving) et cetera.

Snelle opkomst

Jaarlijks brengt onderzoeksbureau Oberon de ontwikkelingen t.a.v. brede scholen in kaart. Uit de meest recente inventarisatie (van juni 2001) blijkt dat inmiddels in een derde van de gemeenten gestalte wordt gegeven aan brede scholen. In nog eens een derde zijn er voornemens om brede scholen te realiseren, meestal meerdere brede scholen per gemeente. Als deze plannen worden waargemaakt zal in 2010 één op de tien basisscholen een brede school zijn. Huisvestingsaspecten (huisvestingsproblemen van scholen en/of instellingen, mogelijkheden voor nieuwbouw, renovatie of verbouw) blijken vaak de aanleiding te zijn om te starten met een brede school. Vaak ook zijn het gemeentelijk jeugdbeleid, onderwijsbeleid of het onderwijsachterstandenbeleid aanleiding om te starten met een brede school. De basisschool is de ruggengraat van de brede school, de belangrijkste samenwerkingspartners zijn meestal een peuterspeelzaal, kinderopvang en het welzijnswerk. Bibliotheken, maatschappelijk werk, instellingen voor kunst en cultuur en de muziekschool zijn iets minder vaak onderdeel van een brede school. De thuiszorg (consultatiebureaus), GGD (schoolarts), sportverenigingen of buurtverenigingen worden in sommige gevallen ook bij de brede school betrokken.

Ondersteund door het rijk

In 1998 onderkende het rijk het belang van brede scholen. In het Regeerakkoord 1998 zegde het rijk steun toe aan de brede school ontwikkeling. In maart 1999 werd de brede school opgenomen in het Bestuursakkoord Nieuwe Stijl (Bans) dat het Rijk, de VNG en het IPO afsloten. De partijen spraken daarin af hun initiatieven rond de brede school op elkaar af te stemmen.

In februari 2000 verscheen de kabinetsnota Brede blik, brede scholen: de ontwikkeling van brede scholen. Daarin werd aangekondigd dat de ondersteuning van de brede school ontwikkeling door het Rijk zich zal toespitsen op onderzoek, communicatie en de aansturing van landelijke ondersteuningsinstellingen van onderwijs en welzijn. In de nota kondigde het kabinet tevens de dialoog aan over de kansen en risico’s bij de brede school ontwikkeling.

In november 2001 werd het Voortgangsbericht brede scholen in Nederland aangeboden aan de Tweede Kamer. Daarin geeft het ministerie een overzicht van de uitkomsten van de onderzoeken en experimenten die rond de brede school zijn uitgezet.

Van oorsprong achterstandenbeleid

Aanvankelijk is de brede school in Groningen en Rotterdam ontstaan binnen het onderwijsachterstandenbeleid. In het begin plaatst ook het rijk de brede school in dit perspectief. In het Regeerakkoord 1998 wordt bijvoorbeeld opgemerkt: “De brede buurtschool of vensterschool (die maatschappelijke functies integreert zonder extra belasting voor het onderwijzend personeel) kan als vangnet voor kinderen in achterstandssituaties een belangrijke bijdrage leveren aan de sociale cohesie in een wijk(…)”.

Brede school kent vele doelstellingen

Inmiddels blijkt het wegwerken van onderwijsachterstanden echter niet altijd de belangrijkste doelstelling te zijn. Sterker nog, in minder dan de helft van de gemeenten wordt dit als zeer belangrijke doelstelling van de brede school gezien. Het merendeel van de gemeenten (bijna 70%) en instellingen (bijna 60%) beschouwt “het vergroten van de ontwikkelingskansen van kinderen” als een zeer belangrijke doelstelling van de brede school.

Doelstellingen voor de brede school:

  • het vergroten van de sociale competentie van kinderen. Via de zgn. ‘verlengde schooldag programma’s’ is hiermee de nodige ervaring opgedaan. Sociale competentie is uiteraard een wezenlijk onderdeel van de ontwikkeling van kinderen. Met name wanneer het gaat om achterstandskinderen is er binnen het schoolse curriculum echter vaak te weinig ruimte om aandacht te besteden aan de ontwikkeling van sociale competentie. De brede school kan dan uitkomst bieden.
  • het bieden van een betere dagindeling voor ouders én kinderen. Dit perspectief komt met name naar voren in de stukken van de Commissie Dagarrangementen (www.dagarrangementen.com) en de Stuurgroep Dagindeling (http://www.dagindeling.nl/). Zij pleiten voor het op grote schaal realiseren van ‘dagarrangementen’. Een dagarrangement bestaat uit een doorlopend aanbod van voorschoolse opvang, onderwijs, opvang tussen de middag en culturele, educatieve en sportieve activiteiten na school. Het aanbod is qua tijden afgestemd, wordt vanuit één of meerdere locaties aangeboden en voorziet in vervoer van de kinderen naar activiteiten. Ouders kopen naar behoefte een arrangement van een of meerdere dagen in voor hun kinderen. Het voordeel hiervan voor de ouders is dat zij werk en privé beter kunnen combineren en voor de kinderen dat er meer rust in hun leven komt: het geren en gevlieg van school naar sport naar muziekles is voorbij, zeker wanneer de activiteiten vanuit één locatie kunnen worden aangeboden. De Commissie Dagarrangementen beschouwt de brede school als het voertuig van waaruit dergelijke sluitende dagarrangementen kunnen worden aangeboden.
  • het verbeteren van de contacten met allochtone ouders en werken aan gezinsproblemen. Door het aangaan van verbindingen met (allochtone) organisaties in de buurt kan de school in contact komen met de soms moeilijk bereikbare allochtone gezinnen. Het maatschappelijk werk kan worden ingeschakeld om gezinnen met problemen te ondersteunen.
  • verbeteren van de sociale cohesie en verbeteren van de leefbaarheid van de buurt. Door vanuit het (brede) schoolgebouw ook diensten en activiteiten aan te bieden voor buurtbewoners, kan de brede school als een ontmoetingscentrum in de wijk gaan fungeren. Dit komt de leefbaarheid en de sociale cohesie ten goede.

Met deze diversiteit aan functies speelt de brede school in op een aantal belangrijke trends die de samenleving voor grote opgaven stellen, zoa

  • Door individualisering en (vrouwen)emancipatie is het aantal tweeverdienende en het aantal alleenstaande ouders sterk gestegen. Daardoor is er veel meer vraag naar goede opvang van kinderen. Hoe kunnen we dat organiseren in de samenleving?
  • door de toenemende internationale migratie blijven er steeds nieuwe kinderen van allochtone komaf Nederland binnenkomen. Zij hebben veelal een grote taal- en onderwijsachterstand. Hoe kan de samenleving er voor zorgen dat alle kinderen voldoende worden toegerust om zelfstandig te kunnen functioneren in Nederland?
  • de kenniseconomie stelt hogere cognitieve eisen aan burgers. Hoe kan het onderwijs kinderen het beste hierop voorbereiden?
  • de toenemende mobiliteit en openbreking van gesloten structuren (o.a. door de opkomst van informatie en communicatie technologie) komen burgers met steeds meer verschillende sociale situaties in aanraking. In al die verschillende sociale situaties moeten zij zich kunnen bewegen. Dit vergt meer van de sociale competentie van mensen dan pakweg vijftig jaar geleden toen de sociale structuren nog veel geslotener waren.

De hierboven genoemde maatschappelijke opgaven ten aanzien van onderwijs en opvoeding worden via verschillende ‘sectorale’ inspanningen aangepakt. Zo is er het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid (goa) met veel aandacht voor de voor- en vroegschoolse periode, het inburgeringsbeleid, de peuterspeelzalen, consultatiebureaus, programma’s voor opvoedingsondersteuning, de (jeugd)gezondheidszorg e.d. De brede school verbindt deze sectorale inspanningen met als doel synergie te kunnen bereiken.

De brede school is daarmee een accolade om en katalysator van afzonderlijke beleidsinspanningen.

Meer informatie over de brede school, zie www.bredeschool.net

Meer informatie over de dagarrangementen, zie Commissie Dagarrangementen (www.dagarrangementen.com) en de Stuurgroep Dagindeling (http://www.dagindeling.nl/).

Maatschappelijke trends

Bijlagen

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn