De mooiste normen en waarden

De pedagogische taak van openbare scholen bestaat uit morele vorming. Elke openbare school zou deze taak zo concreet mogelijk moeten uitwerken. Daar zit namelijk de meerwaarde van openbare scholen. Het is een meerwaarde om trots op te zijn. En vanuit die trots ontstaat vanzelf de wervende uitstraling. Wij zijn geen vergaarbak, wij brengen een cultuurgoed aan de man. Een cultuurgoed van de hoogste orde. Dit is de mening van Inge Braam (Lachesis uit het Onderwijsblad van de AOb), zoals ze deze op 1 december 2005 heeft uitgesproken tijdens een conferentie in Groningen. Lees verder

Dames en heren,

Ik was tien toen ik op weg van school naar huis opgewacht werd door een aantal onbekende leeftijdsgenootjes die mij insloten en rellerig aankeken. Er was iets ernstig met mij mis begreep ik uit hun blik. Ik voelde mij angstig en klein en ik zocht wanhopig naar mogelijkheden om onder hun armen door te kruipen. Plotseling werd er iets tegen me ge- roepen.  De woorden rolden tegelijkertijd en in staccato uit hun monden. Het moest iets ergs zijn begreep ik uit hun intonatie, iets verachtelijks, iets wat zij gelukkig niet waren en ik wel maar wat was het nu? Iets met stinksigaren. Maar wat hadden stinksigaren met mij van doen? Na een schier eindeloze tijd lieten mijn kwelgeesten mij eindelijk gaan. Ik rende naar huis en deed jachtig en enigszins over mijn toeren verslag van deze terreurdaad. Mijn moeder knikte echter onmiddellijk begrijpend toen ik over stinksigaren repte. Dit was haar als kind ook heel vaak overkomen. Het handelde in het dorp op de Veluwe waar ik opgroeide kennelijk om een folkloristisch ritueel. Een ritueel dat generatie op generatie door de bezoekers van christelijke scholen aan hun nazaten doorgegeven werd. Beschimp ze, adviseerden ze hun kinderen herderlijk. Wacht ze op en laat ze weten dat ze openbare stinksigaren zijn. Nu 40 jaar na dato kan ik u met trots melden dat ik nog steeds een openbare stinksigare ben. Dat ik het altijd ben gebleven en dat ik met u de noodzaak deel om hier vanavond te bespreken hoe wij zoveel mogelijk openbare stinksigaartjes naar onze scholen kunnen krijgen. Want we zijn in woelig vaarwater beland in het openbaar onderwijs. Dit is niet altijd zo geweest. Eigenlijk was er tot eind jaren negentig niet veel aan de hand in het onderwijs. De zuilen lieten zich al decennia weinig aan elkaar gelegen liggen. Maar de wereld veranderde plotseling. Een golf van terreuraanslagen overspoelde ons, er werden oorlogen ontketend die rationeel niet verklaarbaar waren en in het dagelijks leven werden de omgangsvormen onderling steeds ruwer. Voor elk anker dat werd weggeslagen kwam geen nieuw anker terug.  Een gevolg hiervan was dat men zich hierdoor steeds onveiliger ging voelen en actief op zoek ging naar zondebokken. Men vond die in de vorm van vreemdelingen die verdwaald waren zeker. Er kwam een hard en hier en daar meedogenloos vreemdelingenbeleid op gang. Iedere historicus kan vertellen dat men in onzekere tijden terugverlangt naar de laatste periode waarin men zich wel zeker en geborgen voelde. 

Een speurtocht naar de ankers van weleer. In ons geval de jaren vijftig. Een grotendeels witte samenleving. Een grotendeels christelijke samenleving. De tijd van de koude oorlog. Een tijd van wij aan de ene goede kant en zij aan de andere slechte kant. De bijzondere scholen zagen al heel snel dat er met deze hang naar de waarden van weleer grote winsten te behalen waren. Dus ging men er daar als een haas met de normen en waarden vandoor. Dat was slim. Vooral omdat het ook zo eenvoudig voor hen was. Ze hoefde immers alleen maar de bijbel te raadplegen voor een aantal stevige one-liners. In Apeldoorn , de stad waar ik woon, hingen in de protestant-christelijke scholen van de een op de andere dag gigantische banieren waarop bijbelspreuken prijkten. De boodschap was duidelijk: hier heerst nog de orde en zekerheid die gebaseerd is op een eeuwenoude traditie. Hier wordt niet gepest. Hier geldt nog respect. Hier zijn we gezellig onder elkaar. Er kwam een witte vlucht op gang. Een opmerkelijk verschijnsel in een goeddeels ontkerkelijkte samenleving. De bijzondere scholen voeren er wel bij. De openbare scholen kwamen daarentegen razend snel in zwaar weer terecht. Van oudsher waren daar om voor de hand liggende reden de nazaten van de vreemdelingen gevestigd. Vanouds her streefden deze scholen ook een ruime verscheidenheid na. Dat was hun kenmerk. Hun diepste wezen. Daar lag hun hart. Het was een grote schok toen het tot mij doordrong dat er steeds minder vraag kwam naar dit cultuurgoed. Want dat is het: een bijzonder cultuurgoed. Een plek waar kinderen kunnen leren om met elkaar om te gaan ongeacht ras of geloof. Op basis van wat ons bindt, niet wat ons scheidt. Het is niet te geloven dat dit prachtige streven te grabbel ligt. Terzijde geschoven door  bange witte mensen die zich terug wensen te trekken in hun ommuurde ministaatjes.  En we moeten het ook niet laten gebeuren, dames en heren. We hebben de beste papieren in het openbaar onderwijs. We moeten ons niet van de wijs laten brengen nu de tijdgeest tegen ons is. Deze tijdgeest is een benauwd en naargeestig spook. Zijn blik is achterwaarts. Zijn oplossingen zijn van gisteren. Hij wil de tijd terugdraaien. Maar dat kan niet. Je kunt de tijd nooit terugdraaien. De vreemdelingen zijn er, het terrorisme verdwijnt niet van vandaag op morgen. Deze tijd stelt daarom zijn eigen eisen en oplossingen. En die zijn lastig. Maar dat ontslaat ons niet van de verplichting om ze te zoeken. Temeer daar we de sleutel in onze eigen handen hebben.

Om dit te laten geschieden moeten we veel trotser worden op wat we op onze scholen te bieden hebben. Op onze scholen speelt zich het wonder van de pluriformiteit af. Het nastreven van actieve pluriformiteit is een hoger doel dan elk ander doel maar kan zijn. Het is tijdloos. Geen enkele tijdgeest zou het in zijn klauwen moeten kunnen krijgen.  We moeten bijna van de daken schreeuwen dat het bij ons gaat om een plek waar

kinderen terechtkunnen voor een concrete invulling van  waarden als verwondering, verbeelding en oprechte betrokkenheid bij elkaar. Zingeving is niet alleen een godsdienstig beginsel. Wij zijn op onze scholen niet zonder normen en waarden. We hebben zelfs de mooiste.

We zijn alleen vergeten over het voetlicht te brengen hoe belangrijk ze zijn. In deze tijd van marketing hebben we net gedaan alsof een actief wervend beleid beneden ons niveau ligt. Daardoor zijn er liefdeloze woorden over het openbaar onderwijs in omloop geraakt waarvan vergaarbak wel de ergste is. Ik zal u laten zien wat er in een prachtige vergaarbak als mijn eigen groep 6 allemaal mogelijk is:

Op een dag vertel ik tijdens de geschiedenisles over de Germanen. Ik laat een illustratie zien van een grote Germaanse boerderij en vertel dat mensen en dieren in die tijd bij elkaar in huis leefden. De koeien in de ene hoek, de varkens in de andere, de kippen overal tussendoor. Geen ramen, geen slaapkamers, geen keuken en een toilet in de vrije natuur. Het is doodstil als ik het plaatje toegelicht heb. De verbazing is kennelijk groot. Dan steekt Angelique langzaam haar vinger in de lucht. Juf, klinkt het aarzelend terwijl ze haar ogen geen moment van de illustratie afkeert. Ja, Angelique. Juf, is het nou echt zo dat ik van die rare Germanen afstam? Ik schiet in de lach. Ja, ik vrees het wel, antwoord ik. Ah nee hè, moppert ze, terwijl ze bozig haar arm onder haar hoofd plant, dat is toch helemaal niks juf, kijk nou toch hoe ze daar woonden.

Teleurgesteld kijkt ze om zich heen. Naast haar zit Jade. Jade is van Antilliaanse afkomst. Waar stam jij eigenlijk vanaf, vraagt ze geïnteresseerd. Jade kijkt haar met glimmende ogen aan. Van de slaven en van de Indianen. Angelique schiet overeind en kijkt haar vriendin ademloos aan. Ooooo, wat leuk waarom heb ik dat niet? Nou, vervolgt Jade, dat van die slaven is anders helemaal niet zo leuk hoor. Dat was allemaal heel zielig. Angelique laat zich niet uit het veld slaan. Jaaa, dat weet ik allemaal niet hoor van die slaven en zo maar alles lijkt me leuker dan die duffe Germanen. Niet veel later heeft Jade een spreekbeurt voorbereid over de slavernij. Het onderwerp heeft haar sinds het gesprek met Angelique niet meer losgelaten. Ze heeft er in korte tijd veel over gelezen en veel met haar familie over gesproken. Ze kent de spreekbeurt nagenoeg uit haar hoofd en laat schokkende plaatjes rondgaan. De hele klas zit op het puntje van de stoel. Als ze klaar is, lijkt het net alsof er een betovering verbreekt. Iedereen is het er over eens: deze spreekbeurt is de hoogste beoordeling waard. Een prima plus. O, wat ben ik toch jaloers op jou, zucht Angelique, ik kan alleen maar iets vertellen over allemaal koeien en kippen in huis. Ze kijkt nog eens om zich heen. Stamt Dung-Nhi ook van iets interessants af, informeert ze belangstellend.

Dung-Nhi kijkt mij ademloos aan. Ik zie aan haar dat zij zich dit ook allang afgevraagd heeft. Ja, antwoord ik, zij stamt af van Vietnamese bootvluchtelingen die aan het eind van de vorige eeuw hier naar toe vluchten. De hele klas springt tegelijk op. Wanneer ga ik daar iets over vertellen? Diezelfde middag nog buigen we ons met ons allen over de wereldkaart om de reis van de oma en opa van Dung-Nhi in kaart te brengen. Als ik klaar ben tikt Rosalinda  mij op de arm. En ik dan, vraagt ze zachtjes. Jij stamt en van de slaven en van de Germanen af, grinnik ik. De klas is perplex. Dat kan dus ook nog.

 Dames en heren, is dit een vergaarbak of een unieke plek waar kinderen leren om met verwondering, oprechte interesse en liefdevolle aandacht elkaars verschillen te waarderen? Deze waardering voor  verschillen is ook een veel beter uitgangspunt om leerlingen te leren nadenken over waarden die er echt toe doen. En waarden die er echt toe doen betreffen natuurlijk niet alleen verschillen in ras en geloof maar ook van sekse, aanleg en maatschappelijke kansen. En vanuit die waarden, kunnen openbare scholen als geen ander een pedagogische taak ontwikkelen die met verve aan de man gebracht wordt.

Die pedagogische taak zou als volgt kunnen worden beschreven: Een openbare school gaat uit van de samenleving van 2005 en is derhalve gericht op de hele samenleving en niet slechts op een deel daarvan. Zij draagt actief bij aan alle waarden, meningen, houdingen en gedrag die nodig zijn om de cohesie in de samenleving te bevorderen. Zij leert leerlingen hun mogelijkheden zo goed mogelijk te realiseren. Zaken die daarbij, naast het overdragen van de noodzakelijke schoolse kennis, van wezenlijk belang zijn voor de pedagogische taak van openbare scholen zijn: leren moreel te redeneren, leren moreel d.w.z.eerlijk en betrouwbaar te handelen, leren te reflecteren, leren hoe je een eigen mening vormt, leren hoe je elkaars verschillen als meerwaarde kunt zien, leren hoe je zelfstandig moet handelen, leren hoe je elkaar onderling behulpzaam kan zijn en leren hoe je effectief en coöperatief  samenwerkt. Samengevat: de pedagogische taak van openbare scholen bestaat uit morele vorming. Elke openbare school zou deze taak zo concreet mogelijk moeten uitwerken. Daar zit namelijk de meerwaarde van openbare scholen.  Het is een meerwaarde om trots op te zijn. En vanuit die trots ontstaat vanzelf de wervende uitstraling. Wij zijn geen vergaarbak, wij brengen een cultuurgoed aan de man. Een cultuurgoed van de hoogste orde.

Naast het ontwikkelen van een heldere pedagogische taak is er een ander aspect waarvan het belang niet onderschat mag worden. Uit onderzoek blijkt namelijk ook dat ouders die een openbare school uitzoeken voor hun kinderen in de eerste plaats op sfeer letten. De uitstraling van de school wordt vooral bepaald door zaken als vrolijke kleuren, opgeruimde lokalen, goed onderhouden tuinen, feestelijke gebeurtenissen, alsook een hoge ouderbetrokkenheid. Ik weet niet hoe het bij  u hier in Groningen is maar ik weet wel dat het in de stad waar ik woon vooral de scholen van het bijzonder onderwijs zijn die er aan de buitenkant altijd netjes en aantrekkelijk uitzien. Op  mijn eigen basisschool kwam onlangs een locatie-coördinator aan de macht die binnen de kortste keren met weinig middelen de boel op liet knappen. Zij liet een ouder die een schildersbedrijf heeft, voor een zacht prijsje een aantal muren roze en een aantal andere muren rood verven, zij shopte in de opruiming bij de kinderafdeling van de Ikea en de Trendhopper en richtte knusse zithoeken en themahoeken in. Ze vond tien ouders bereid om binnen een week 6 speeltoestellen die elders in de stad overbodig waren geworden op ons plein te plaatsen en maakte een plan voor het tuinonderhoud. Het resultaat is dat niemand de school nog terugkent, dat de ouderparticipatie een hoge vlucht genomen heeft, dat de kinderen verrukt in de lees en themahoeken zitten en dat iedereen trots is op deze school. Met simpele middelen boekte zij een geweldig resultaat. Ook leidde zij met vaste hand de coöperatieve werkvormen van de Amerikaanse onderwijshervormer Kagan de school binnen en zorgde ze voor een liefdevol doch gestreng toezicht op de omgangsvormen. Zij betaalde echter zelf een prijs voor deze inspanningen. Volgens haar taakomschrijving mocht zij dit allemaal helemaal niet doen. Daar was de clusterdirecteur voor. Een man die meerdere basisscholen aanstuurt en die ook nog een groot aantal andere bovenschoolse taken in bestuursverband op zich had genomen. Zij passeerde haar baas op deze wijze en daar werd haar leven niet vrolijker van. En daarmee kom ik op het allerlaatste punt dat ik onder uw aandacht wil brengen. De laatste jaren is de balans geheel doorgeslagen naar sturing op onderwijs in plaats van op het geven ervan. Uit steeds meer rapporten blijkt dat de verbetering van schoolresultaten vooral wordt bereikt met betere werkwijzen en niet met deregulering en autonomievergroting. Er is op dit moment een gebrek aan visie op onderwijs en opvoeding en een teveel aan sturing op afstand. Het onderwijs moet volgens mij weer weggehaald worden bij het hogere management en weer in handen worden gelegd van hen die er werken. De menselijke maat in het onderwijs is zoek. Daar helpen pop’s en functionerings-gesprekken niet zoveel aan. De bestuurlijke vernieuwing van de laatste 10 jaar heeft de dialoog over onderwijskundige vernieuwing verdrongen. Onderwijsgevenden, ouders, pedagogen maar ook managers zouden de ernst van dit verstoorde evenwicht moeten inzien en zich weer moeten heroriënteren op hun pedagogische taken. Geef iedere basisschool weer één directeur maak de hiërarchie minder rigide, geef het team de regie over hun pedagogische taak terug en creëer een vrolijke, opgeruimde, liefdevolle school met duidelijke regels, een sterk ontwikkelde morele vorming en vanzelfsprekend een aantrekkelijk lesprogramma.

Ziehier dames en heren mijn ideeën om de bijzondere taak van het openbaar onderwijs opnieuw gestalte te geven. Ik hoop dat op deze wijze een hele stroom openbare stinksigaartjes opnieuw de weg naar onze scholen weet te vinden.

Ik dank u wel