Debat passend onderwijs: minister geeft klein krimpje

Minister Marja van Bijsterveldt van OCW is bereid om de maatregelen rond de invoering van passend onderwijs over een wat langere periode te spreiden dan aanvankelijk gepland als blijkt dat scholen voor speciaal onderwijs dreigen om te vallen. Dat is de enige versoepeling die ze heeft toegezegd in de tweede termijn van het Kamerdebat over passend onderwijs. Van Bijsterveldt bevestigt dat de bezuiniging tot circa 6000 ontslagen zal leiden. De oppositiepartijen willen premier Mark Rutte naar de Tweede Kamer roepen, omdat ze vinden de minister veel te halsstarrig vasthoudt aan haar bezuinigingsplan. Lees verder

Eerder op woensdag, in de eerste termijn van het debat, zei ze dat de bezuiniging van 300 miljoen euro op passend onderwijs móet worden doorgevoerd. Ze benadrukte ook dat het nieuwe stelsel binnen anderhalf jaar moet zijn ingevoerd. Maar in de tweede termijn liet ze doorschemeren dat een wat langere termijn ook kan als zou blijken dat er scholen voor speciaal onderwijs omvallen. Ze denkt dat ze de financiële dekking daarvoor binnen haar begroting wel kan vinden.

In de rest van het debat gaf de minister geen enkele krimp. Dat kon ze doen, want zoals verwacht steunden de commissieleden Ton Elias van de VVD en Kathleen Ferrier van het CDA de minister volop. Zij werden daarbij bijgestaan door Harm Beertema van gedoogpartner PVV. Opmerkelijk was dat de minister, na veel woorden om een rookgordijn op te werpen, uiteindelijk bevestigde dat de bezuiniging zal leiden tot circa 6000 ontslagen.

Gerechtvaardigd en zwakke vraagtekens
Elias vindt de bezuiniging van 300 miljoen euro gerechtvaardigd. De liberalen hadden vorig jaar in hun verkiezingsprogramma aangekondigd dat er zelfs 565 miljoen euro op passend onderwijs zou moeten worden bezuinigd. Het was dus niet te verwachten dat de VVD bezwaren zou hebben tegen de bezuiniging die het kabinet heeft aangekondigd. Ferrier stelde wat zwakke vraagtekens bij de grote regionale verbanden voor passend onderwijs en bij bestuurlijke verantwoordingskwesties en hield zich verder als lid van coalitiepartij CDA op de vlakte.

Beertema van de PVV vindt de bezuiniging ook gerechtvaardigd, omdat er volgens hem in het speciaal onderwijs veel leerlingen zitten die helemaal geen leer- of gedragsproblemen hebben. Hij liet ernstige twijfels blijken over de mogelijkheden voor reguliere leraren om zich voldoende te bekwamen voor zorgleerlingen.

Geen kwaliteitsslag maar kaalslag
Commissieleden van verschillende oppositiepartijen lieten blijken grote moeite te hebben met de bezuiniging. Zo zei Jesse Klaver van GroenLinks dat er in tegenstelling tot wat de minister over het nieuwe stelsel beweert, geen kwaliteitsslag maar een kaalslag wordt gerealiseerd.

D66’er Boris van der Ham stelde voor om geld vrij te maken door de ‘gratis’ schoolboeken en de maatschappelijke stages in het vo en de prestatiebeloning in het onderwijs te schrappen. Minister Van Bijsterveldt liet weten daar absoluut niets in te zien. Van der Ham zei ook dat ‘elke idioot’ kan zien dat het misgaat als de minister de bezuiniging doorvoert en het stelsel binnen anderhalf jaar gerealiseerd wil hebben.

PvdA-Kamerlid Jeroen Dijsselbloem zei dat er vier voorwaarden zijn om de invoering van passend onderwijs tot een succes te maken, namelijk draagvlak, tijd, geld en expertise. Alleen aan de laatste voorwaarde wordt voldaan, maar als de bezuiniging doorgaat, zal ook de expertise verdwijnen, omdat er dan duizenden mensen in het speciaal onderwijs zullen worden ontslagen. De minister antwoordde dat het aan de besturen is om te bepalen hoe zij hiermee omgaan.

Joël Voordewind van de ChristenUnie legde een verband tussen de bezuiniging en de groei van de klassen. Hij vroeg zich af of dit in verband kon worden gebracht met de leus ‘snoeien om te groeien’ van VVD-premier Mark Rutte. SGP-Kamerlid Elbert Dijkgraaf stelde voor om de invoering van het nieuwe stelsel en de bezuiniging over een langere periode uit te smeren. Daar ging de minister in eerste termijn nadrukkelijk niet op in, maar, zoals hiervoor beschreven, in tweede termijn wel.

Verantwoordelijkheid en vertrouwen
In haar antwoorden benadrukte Van Bijsterveldt dat met de zorgplicht een zware verantwoordelijkheid en vertrouwen bij de schoolbesturen wordt gelegd. Zij voegde daaraan toe dat de besturen daarvoor de ruimte krijgen, overigens zonder dat zij hierbij repte over de bezuiniging. De reguliere scholen krijgen de taak om zoveel mogelijk leerlingen op te vangen, daarom krijgt het regulier onderwijs het grootste deel van het rugzakjesgeld, aldus de minister. Ze merkte daarbij –ten onrechte- op dat er op regulier onderwijs niet wordt bezuinigd.

Van Bijsterveldt zei ook erop te vertrouwen dat mensen die in het onderwijs werken, nooit financiële problemen zullen misbruiken om leerlingen die extra zorg nodig hebben aan de kant te laten staan. De minister gaat er ondanks de bezuiniging vanuit dat er in het nieuwe stelsel sneller extra zorg voor leerlingen zal zijn dan in het huidige stelsel, waarvan zij expliciet zei dat het failliet is.

Rutte naar de Kamer?
De oppositiepartijen willen premier Mark Rutte naar de Tweede Kamer roepen, omdat ze vinden dat minister Van Bijsterveldt veel te halsstarrig vasthoudt aan haar bezuinigingsplan. De politieke realiteit is echter zo dat deze oproep van de oppositie waarschijnlijk niets meer zal uitmaken: de bezuiniging gaat door, alleen de termijn waarbinnen die gerealiseerd moet zijn wordt mogelijk een klein beetje opgerekt.

Zie ook de tweets op de VOS/ABB-Twitter!

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn