Decentralisatie Vervangings- en Participatiefonds

Minister Van der Hoeven van onderwijs heeft de Tweede Kamer meegedeeld nu haast te willen maken met de decentralisatie van de vervangingsuitgaven en bovenwettelijke wachtgelduitgaven in het voortgezet onderwijs. Dit was al in 2001 aangekondigd. Inmiddels is het plan aangevuld met een decentralisatie van de wettelijke wachtgelduitgaven. Lees verder

Door de wetswijziging worden alle vervangings- en wachtgelduitgaven gedecentraliseerd naar de scholen en daarmee wordt ook de voor scholen verplichte aansluiting bij Vervangingsfonds en Participatiefonds losgelaten. VOS/ABB is het weliswaar eens met de uitgangspunten van het plan, die passen bij vergroting van autonomie, maar zij maakt zich zorgen over de financiële gevolgen ervan voor de scholen.

Zorgen

Al in 2001 en 2003 heeft VOS/ABB haar zorg uitgesproken over de plannen voor decentralisatie vervangingsuitgaven en bovenwettelijke wachtgelduitgaven. Die zorg betrof een verantwoorde invoering van dit plan. VOS/ABB schreef er diverse brieven over aan de toenmalige Tweede Kamer. Binnenkort zal VOS/ABB de huidige Kamerleden wijzen op het feit dat met het beoogde wetsontwerp tegelijkertijd een (te) groot risico en daarmee de rekening eenzijdig bij het scholenveld wordt gelegd.

De uitgangspunten van onderhavig wetsontwerp onderschrijft VOS/ABB wel volledig.

Het verder decentraliseren van verantwoordelijkheden en middelen, het realiseren van een financiële prikkel voor reductie van ziekteverzuim, alsmede het instandhouden van een adequaat niveau van vervanging zijn doelstellingen die naar de mening van VOS/ABB met dit wetsontwerp kunnen worden bewerkstelligd en derhalve worden ondersteund. Voorwaarde voor een verantwoorde decentralisatie van bevoegdheden en verantwoordelijkheden is echter dat de scholen en schoolbesturen ook daadwerkelijk in staat worden gesteld deze omslag succesvol te realiseren. Hiertoe zijn passende instrumenten en voldoende middelen noodzakelijk.

Het beschikbare budget voor vervanging is tot op heden ontoereikend. Het nieuwe stelsel mag macro bezien voor OCW dan wel budgettair neutraal zijn, maar voor een groot deel van de VOS/ABB-leden geldt dat beslist niet.

Draagkracht

Bij het tweede deel van het wetsontwerp, de decentralisatie wettelijke wachtgelduitgaven, vreest OCW dat niet alle scholen voldoende draagkrachtig zullen zijn om de wachtgelden volledig voor eigen rekening te nemen.

Het voorstel is om voor een deel van de wachtgelden de schoolbesturen te verplichten deze onderling te verevenen. Een dergelijk systeem bestaat reeds in de BVE-sector.

De minister wil dat de schoolbesturen minstens 50% van de uitgaven voor eigen rekening nemen. Over het precieze percentage wil zij nog overleg voeren met de besturenorganisaties. Binnen dit overleg lopen tot nu toe de meningen sterk uiteen. Een aantal besturenorganisaties (bijzonder onderwijs) steunt de minister in haar nagestreefde model van normatief verevenen. VOS/ABB en VBS zijn echter tegen; zij zijn beducht voor de financiële0 risico’s, vooral in relatie tot andere ontwikkelingen gericht op autonomievergroting en de daarbij behorende financiële risico’s zoals decentralisatie huisvesting en afschaffen leeftijdscorrectie in lumpsum.

Over het draagvlak schrijft de minister in haar brief aan de Tweede Kamer: “Per saldo is het draagvlak bij de besturenorganisaties voldoende. Zij vertegenwoordigen een duidelijke meerderheid van de schoolbesturen. De steun van de vereniging van schoolleiders vind ik extra belang hebben, omdat zij degenen zijn die verantwoordelijk zijn voor de dagelijkse gang van zaken bij de scholen. Ik vind dat ik de steun moet honoreren en daarom moet doorgaan op de weg die het kabinet is ingeslagen”.

Geen recht

Deze uitspraak doet geen recht aan de positie van VOS/ABB binnen het bestuurlijk krachtenveld. Daar komt nog bij dat een door het bestuur van het Participatiefonds geopperd alternatief voor het normatief verevenen – ondersteund door de vakbonden – door de minister naast haar neer is gelegd. Letterlijk schrijft zij:

“Aangezien ik van mening ben dat het alternatief van het PF geen reëel alternatief is en het model van normatief verevenen naar mijn mening voldoende prikkel bevat om wachtgelduitgaven te voorkomen, houd ik vast aan de door mij ingeslagen weg”.

VOS/ABB zal de Tweede Kamer ook over dit deel van het wetsontwerp haar zorg overbrengen en haar opstelling in het bestuurlijk overleg aan het parlement nader toelichten.

Wachtgeldbeleid

Een complicerende factor bij dit wetsontwerp is de plaats van het zelfstandig wachtgeldbeleid. Het PF heeft in 2001 een overeenkomst gesloten met een klein aantal besturen op reformatorische grondslag en met de Stichting Beheersing Wachtgeldvolume Gereformeerd Schoolonderwijs waarbij voor deze beperkte groep besturen het zelfstandig wachtgeldbeleid is voortgezet. Het gaat om een overeenkomst voor onbepaalde tijd, tenzij regelgeving voortzetting ervan onmogelijk maakt. Omdat nu decentralisatie van alle wachtgelduitgaven wordt voorgesteld, dient nog apart overleg plaats te vinden met de Vereniging Gereformeerd Schoolonderwijs, de vertegenwoordig van genoemde besturen.

Zowel Cfi als Uwv/Uszo heeft een uitvoeringstoets over de kabinetsvoorstellen uitgebracht. De conclusie van beide toetsen is dat de voorstellen uitvoerbaar zijn.

De planning is er op gericht uiterlijk in juni 2004 de nota van wijziging bij de Tweede Kamer in te dienen.

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn