Dekker onwrikbaar in discussie maatschappelijke stage

Scholen krijgen meer ruimte voor eigen keuzes als de maatschappelijke stage niet meer wettelijk verplicht is. Staatssecretaris Sander Dekker van OCW blijft dit argument gebruiken ter camouflage van het feit dat het kabinet geen geld meer in de maatschappelijke stage wil steken.

De verplichte maatschappelijke stage in het voortgezet onderwijs werd ingevoerd in het schooljaar 2011-2012. Dit vloeide destijds voort uit de normen-en-waardendiscussie onder het kabinet van CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het was Marja van Bijsterveldt van de christendemocraten die als minister van OCW de maatschappelijke stage invoerde.

Om 75 miljoen euro te bezuinigen, heeft het huidige kabinet besloten het verplichtende karakter van de stage te halen. De financiering ervan wordt in het schooljaar 2014-2015 stopgezet. De scholen mogen de maatschappelijke stage nog wel als facultatief onderdeel blijven aanbieden, maar ze krijgen er dan dus geen geld meer voor. In februari stemde een meerderheid van de Tweede Kamer voor het afschaffen van de verplichting.

In zijn memorie van antwoord op kritische vragen uit de Eerste Kamer herhaalt Dekker zijn argument om een einde te maken aan de wettelijke verplichting. Hij blijft erop hameren dat de scholen er meer beleidsvrijheid door krijgen, terwijl het in feite om een bezuiniging gaat. De staatssecretaris erkent wel dat de maatschappelijke stage een waardevol onderdeel kan zijn om invulling te geven aan de burgerschapstaak van het onderwijs.