Dekker over collectieve verantwoordelijkheid voor toetsen

Scholen hun besturen zijn mede verantwoordelijk voor een evenwichtige toetsing van leerlingen. Ook de leraren, de ouders, de media en de overheid hebben hierin hun verantwoordelijkheid. Dat schrijft staatssecretaris Sander Dekker van OCW in een brief aan de Tweede Kamer.

Dekker acht het ‘cruciaal om balans te houden tussen toetsing als pedagogisch-didactisch hulpmiddel en als hulpmiddel voor de externe beoordeling van de kwaliteit’ van het onderwijs. Hij vindt ook dat een evenwichtig gebruik van toetsen van belang is voor het ‘vertrouwen in de professionaliteit op schoolniveau en landelijke waarborgen’ en voor de ‘intrinsieke motivatie van leraren voor goed onderwijs en extrinsieke legitimering van schooleigen toetsing’.

Van leraren verwacht de staatssecretaris dat zij ‘bewuste keuzes maken over welke toetsen zij al dan niet gebruiken’. Zij moeten hierover met andere leraren, de schoolleiding, het bestuur en met ouders het gesprek aangaan. ‘Het eigenaarschap ten aanzien van toetsing ligt immers primair bij leraren’, schrijft de staatssecretaris.

Dekker doet ook een beroep op de scholen en hun besturen. die moeten ‘hun eigen, brede verhaal goed voor het voetlicht brengen en (…) zichtbaar maken op welke manier leerlingen gewerkt hebben aan een bredere voorbereiding op hun toekomst’. Hij noemt hierbij de omstreden ranglijstjes in de media.

Het is volgens de staatssecretaris aan de scholen en hun besturen om die ranglijstjes in perspectief te plaatsen. Van de ouders en de media vraagt Dekker dat zich niet blindstaren op scores en rankings, ‘maar dat men zich verdiept in de bredere ontwikkeling die leerlingen op school doormaken’.

Wat de taak van de overheid betreft, merkt hij op dat die ‘zorgvuldig omgaat met het gebruik van toetsresultaten als instrument voor beleid en toezicht’. De Inspectie van het Onderwijs geeft zich volgens hem bij de kwaliteitsbeoordeling rekenschap van de bredere opdracht van het onderwijs en betrekt daarbij de context van de school en achtergrondkenmerken van leerlingen.

Ten slotte merkt de staatssecretaris op dat de overheid terughoudend en zorgvuldig moet zijn ten aanzien van het opleggen van nieuwe toetsverplichtingen.