Sterk vermoeden dat Rotterdamse bestuurder fraudeerde

Onderzoek rechtvaardigt het sterke vermoeden dat de voormalig bestuursvoorzitter van LMC voortgezet onderwijs in Rotterdam zich schuldig heeft gemaakt aan fraude. Staatssecretatris Sander Dekker van OCW schrijft in een brief aan de Tweede Kamer ook dat het huidige college van bestuur de vermeende fraudezaak daadkrachtig aanpakt.

In april meldde het Algemeen Dagblad dat LMC VO aangifte had gedaan tegen voormalig bestuursvoorzitter Rald Visser wegens ernstige verdenkingen van belangenverstrengelingen. De Tweede Kamer wilde naar aanleiding van het krantenbericht dat staatssecretaris Dekker de zaak verder zou onderzoeken.

De staatssecretaris meldt nu in een brief aan de Tweede Kamer dat onderzoek door de Inspectie van het Onderwijs onder andere heeft aangetoond dat er door bedrijven leveringen zijn gedaan en diensten zijn verleend, waarbij achteraf bleek dat de voormalig bestuursvoorzitter erbij betrokken was. Bovendien zou Rald Visser een groot deel van de betaling aan een adviseur ‘in privé’ terug hebben gekregen. In de brief van Dekker staat niet om welke bedragen het mogelijk gaat.

Dekker schrijft ook dat het huidige college van bestuur van LMC VO de vermeende fraudezaak daadkrachtig aanpakt. ‘Het CvB heeft op juiste wijze gehandeld door aangifte te doen. Daarnaast zijn de nodige aanpassingen in de organisatie aangebracht om herhaling te voorkomen. Ten slotte is het CvB voornemens een civielrechtelijke zaak aan te spannen tegen de voormalig voorzitter met als oogmerk de geleden schade terug te vorderen’, aldus de staatssecretaris.

Rald Visser is sinds zijn vertrek bij LMC VO vice-voorzitter van het college van bestuur van de Aeres Groep, een kennisinstelling voor onder meer landbouw en natuurbeheer. In verband met de verdenking voert hij met ingang van 10 april zijn werkzaamheden niet meer uit, in elk geval totdat er meer duidelijkheid over de mogelijke fraudezaak ontstaat.

Foto Rald Visser: Aeres Groep