Dekker positief over Amsterdamse inspectie

Staatssecretaris Sander Dekker van OCW is niet beducht voor het initiatief in de gemeente Amsterdam voor een eigen onderwijsinspectie. Volgens hem is dit initiatief een aanvulling op wat de Inspectie van het Onderwijs doet.

In antwoord op Kamervragen van CDA’er Michel Rog en zijn D66-collega Paul van Meenen antwoordt Dekker dat de Inspectie van het Onderwijs een onafhankelijke rol houdt in het beoordelen van de onderwijskwaliteit op alle scholen in Nederland, dus ook in Amsterdam. ‘Dit oordeel is bepalend voor mijn oordeel over de kwaliteit van een school’, aldus de staatssecretaris.

Hij schrijft dat het Amsterdamse Kwaliteitsbureau samen met de basisscholen en hun besturen meer ingaat op verbeteraspecten dan op verantwoording. ‘Ik zie de Amsterdamse aanpak als een welkome aanvulling op de inzet die vanuit het Rijk wordt gepleegd om de onderwijskwaliteit te verbeteren.’

Opmerkelijk is dat de Haagse onderwijswethouder Ingrid van Engelshoven (D66) het Amsterdamse initiatief te ver vindt gaan. Dat liet ze blijken tijdens een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer over de modernisering van grondwetsartikel 23 (vrijheid van onderwijs). Van Engelshoven vindt het niet de taak van een gemeente om eigen kwaliteitskaarten te ontwikkelen, zoals de gemeente Amsterdam doet.

Het Amsterdamse Kwaliteitsbureau kost ongeveer 600.000 euro per jaar. Hiervan wordt ongeveer driekwart door de gemeente gefinancierd, de rest door de Amsterdamse schoolbesturen.