Dekker telt minder grote klassen dan AOb

De klassen zijn volgens staatssecretaris Sander Dekker van OCW kleiner dan de Algemene Onderwijsbond (AOb) suggereert.

De AOb meldt op basis van een enquête dat een op de vijf leerkrachten op grote scholen een groep heeft van meer dan 30 leerlingen. Dekker zegt dat maar één op de veertien groepen meer dan 30 leerlingen heeft. De gemiddelde klas telt volgens gegevens van het ministerie van OCW 23,3 leerlingen.

Nog grotere verschillen zitten er tussen de cijfers als het gaat om groepen met meer dan 28 leerlingen op scholen met 200 tot 500 kinderen. Volgens de AOb heeft 40 procent van de groepen meer dan 28 leerlingen. OCW komt hier uit op 17 procent.

De verschillen zijn mogelijk te verklaren uit het feit dat Dekker een representatieve steekproef heeft genomen uit alle scholen, terwijl de AOb zich baseert op wat leraren melden. Het is goed mogelijk dat vooral leraren met veel leerlingen op de enquête hebben gereageerd.

Dekker laat aan de Tweede Kamer weten geen aanleiding te zien om een bovengrens van het aantal leerlingen per klas in te stellen. Er komt ook geen ondergrens. Hij wil het aan de scholen zelf overlaten hoe groot de klassen zijn.