Democratisch burgerschap mag autonomie begrenzen

‘Het wetsvoorstel dat het onderwijs in burgerschap moet inrichten gaat onnodig ver en tast de autonomie van scholen aan’, zo stelt Trouw in een hoofdredactioneel commentaar. Maar onze grondwettelijk verankerde vrijheid moet juist in het onderwijs bejubeld én geduid worden om deze te kunnen doorgronden en beschermen. 

Volgens ons, als belangenbehartigers van het openbaar en algemeen toegankelijk onderwijs, mag dus wel degelijk expliciet benoemd worden welke basiswaarden van de democratie door alle scholen nageleefd en aan alle leerlingen meegegeven moeten worden. Het gaat ons nadrukkelijk niet om het vastleggen van wat ‘goed gedrag’ is of het naleven van ‘Nederlandse’ normen en waarden, maar om universele mensenrechten en de waarde van democratische besluitvorming en bescherming van minderheden.

Het onderwijs is, zoals het commentaar ook stelt, een plek waar kinderen en jongeren in aanraking kunnen komen met andere denkbeelden. Goed burgerschapsonderwijs leert hun hoe om te gaan met verschillende visies en belangen en hoe conflicten op vreedzame wijze kunnen worden opgelost. Door kennis op te doen én actief te oefenen met democratisch samenleven, leren kinderen hun eigen vrijheid benutten en begrenzen.

Rechten en belangen beschermen

Begrenzing is soms nodig om de rechten en belangen van anderen te beschermen. Dat geldt ook voor het onderwijs. Net zoals we kerndoelen en referentieniveaus vastleggen om te verzekeren dat kinderen voldoende leren lezen en rekenen, kunnen we van scholen vragen aandacht te besteden aan kennis, houding en vaardigheden die essentieel zijn voor het in stand houden van onze democratische samenleving.

Uit internationaal vergelijkend onderzoek blijkt dat Nederlandse jongeren over relatief weinig burgerschapskennis en -vaardigheden beschikken en dat er grote verschillen zijn in wat leerlingen op school meekrijgen. De burgerschapswet is bedoeld om onze jeugd meer kennis en vaardigheden bij te brengen over het hoe en waarom van onze democratische rechtstaat en om hen voor te bereiden op hun rol in de samenleving. Het is niet primair bedoeld als verdediging tegen radicaliserende jongeren, maar juist ter versterking van sociale cohesie in onze samenleving in zijn algemeenheid.

Samenleving in het klein

De samenleving dat zijn wij, hier in Nederland, hier in Europa en hier in de wereld. De school is de samenleving in het klein, waar leerlingen samen spelen, samen leren, samen hun identiteit en waarden ontdekken, hun stem leren gebruiken en mede vormgeven aan een samenleving waarin ruimte is voor ieders verhaal. Oftewel: samen leven. Autonomie van leerlingen, burgers en scholen bestaat bij de gratie van onze democratische waarden. Die waarden moet je willen delen, en duiden. Zo vroeg mogelijk.

Hans Teegelbeckers, directeur VOS/ABB
Marco Frijlink, directeur-bestuurder Vereniging Openbaar Onderwijs