Dijsselbloem houdt ons spiegel voor

De conclusies van de commissie-Dijsselbloem, die de onderwijsvernieuwingen heeft onderzocht, zijn niet alleen een duidelijke les voor de politiek. Ook belangenorganisaties in het onderwijs kunnen ervan leren. Die moeten zich realiseren dat ze goed naar hun leden moeten blijven luisteren en een zekere afstand tot de politiek moeten behouden. Lees verder

Waar ik direct aan moest denken toen ik het eindrapport van de commissie-Dijsselbloem las, was dat de scholen – ondanks alles – op een verstandige manier zijn omgegaan met de vernieuwingen die zij in de afgelopen decennia over zich heen hebben gekregen. De praktijk leert dat op de meeste scholen goed wordt gewerkt, het kind centraal staat en dat er prima prestaties worden geleverd!

Wat & hoe
De belangrijkste les die de politiek uit de conclusies van de commissie kan trekken, is dat Den Haag alleen het ‘wat’ bepaalt en dat de scholen over het ‘hoe’ gaan. Het is goed dat de commissie, en daarmee in feite het hele parlement, aangeeft dat hiervoor een cultuuromslag  nodig is. Hopelijk geldt dit ook voor actuele zaken, zoals de discussie over de 1040 urennorm. De scholen moeten zelf kunnen bepalen hoe zij hun lesuren invullen! Gelukkig zien we nu al dat de ontwikkelingen rond passend onderwijs niet van boven door de politiek, maar vooral door de besturen zelf worden bepaald. Hiermee lijkt de politiek al een voorschot te hebben genomen op de cultuuromslag.

Natuurlijk moet ook OCW de cultuuromslag maken. Ik denk hierbij aan recente uitlatingen van minister Plasterk over het advies LeerKracht van Nederland. Alsof de politiek in Den Haag kan bepalen hoe het personeelsbeleid van de schoolbesturen er uit moet zien! Ook hier geldt dat de minister, de staatssecretarissen en de rest van de politiek over het ‘wat’ moeten gaan. Het ‘hoe’ moet worden overgelaten aan de cao-partners. Laat voldoende ruimte voor personeelsbeleid met soepele kaders op bestuursniveau!

Onze eigen rol
Ten slotte moeten wij als VOS/ABB, en in het kader van de sectorvorming vooral ook de VO-raad en de PO Raad, lessen uit de conclusies trekken. We mogen best kritisch zijn over onze eigen rol. Ook voor ons geldt dat we niet meer te dicht tegen de politiek moeten aanschurken en dat we voortaan veel duidelijker eigen standpunten moeten innemen, ook als dat betekent dat we tegen de stroom in moeten roeien. Luisteren naar wat er in het veld speelt, dat is onze belangrijkste taak!

Dat geldt voor VOS/ABB, maar dus ook voor de sectororganisaties. Die moeten zelfbewust opereren en met hun leden in een actieve dialoog de agenda bepalen.