Drie scenario’s voor kinderopvang

De samenwerking tussen onderwijs en kinderopvang kan op verschillende manieren gestalte krijgen. De Groningse bijzonder hoogleraar sociaal-economische aspecten van kinderopvang Janneke Plantenga schetst drie scenario’s. Lees verder

Plantenga hield een lezing tijdens een studiedag op 30 augustus van de Werkgroep Onderwijs en kinderopvang. Haar speech stond in het teken van de motie Van Aartsen/Bos. Die verplicht scholen om vanaf 1 augustus 2007 voor- en naschoolse kinderopvang te organiseren als de ouders dat wensen.

Het eerste scenario dat Plantenga presenteerde, is het Basisscenario, oftewel het Makelaarsmodel of Instapscenario. Dit model wijkt weinig af van de huidige situatie. De school gaat een relatie aan met een of meer geregistreerde aanbieders voor kinderopvang. Deze aanbieders regelen de kinderopvang in aansluiting op de wensen van de ouders.

Groot voordeel is dat de consequenties voor scholen en ouders niet zo groot zijn. Nadeel is echter dat hogere doelen, zoals grotere arbeidsparticipatie van met name vrouwen en een samenhangend beleid voor kinderen van nul tot twaalf jaar, niet worden bereikt.

Het zogenoemde Integrale Model voorziet hier wel in. Volgens dit model worden schoolbesturen omgevormd tot besturen van educatieve voorzieningen voor nul– tot twaalfjarigen. De opvang van kinderen wordt bij de organisatie betrokken, inclusief het peuterspeelzaalwerk. Dit scenario integreert opvang, overblijven, onderwijs, educatie en voorkomen van achterstanden.

De gevolgen voor de kinderen zijn verstrekkend: er is sprake van een doorlopende ontwikkelingslijn en een kindvolgsysteem. Er zijn geen gescheiden verantwoordelijkheden meer. Het grote voordeel voor de ouders is dat ze nog maar met één partij te maken hebben. De bestuurlijke consequenties zijn onder meer dat er convenanten moeten worden gesloten, contracten uitgewerkt en extra stichtingen opgericht. 

Het derde scenario dat Plantenga noemde, is het Duitse of Sequentiële Model.  Hierin hebben kinderen tot vier jaar te maken met een kinderopvanginstelling. Vanaf vier jaar volgt het onderwijs, dat ook opvang verzorgt. Dit sluit aan bij de brede school. Voordeel voor de kinderen is dat onderwijs en opvang goed op elkaar aansluiten. De ouders hebben ook in dit model met slechts met één partij te maken.

De bestuurlijk consequenties zijn dat ook hier afspraken moeten worden gemaakt tussen de betrokken partijen, maar de knip tussen de categorie nul-tot-vier en die van vier-tot-twaalf maakt het geheel volgens Plantenga hanteerbaarder.

De lezing van Plantenga staat in pdf-versie in de rechterkolom naast dit bericht.

Informatie: Sabine Peterink, 0348-405205, speterink@vosabb.nl

Bijlagen