Duidelijkheid over particuliere scholen

Bij de Tweede Kamer is een wetsvoorstel ingediend dat duidelijkheid moet scheppen over de positie van particuliere scholen. Volgens dit wetsvoorstel moeten particuliere scholen voortaan aan een aantal eisen voldoen. Dit zal de Inspectie voor het onderwijs beoordelen op verzoek van de leerplichtambtenaar. Lees verder

In het afgelopen schooljaar hebben zich problemen voorgedaan met particuliere scholen, met name de Iederwijs-scholen. In één geval ging het zelfs zo ver dat ouders voor hun kinderen per 1 augustus 2006 een andere school moesten zoeken omdat niet meer werd voldaan aan de eisen van de Leerplichtwet 1969. 

Het nieuwe wetsvoorstel wil criteria stellen waaraan particuliere scholen voortaan moeten voldoen, om zo meer duidelijkheid te verschaffen aan de betrokkenen.

Volgens de Leerplichtwet 1969 zijn drie typen particuliere scholen te onderscheiden. 
1. scholen die op grond van artikel 56 van de Wet op het voortgezet onderwijs door de minister zijn aangewezen als bijzondere dagschool voor voortgezet onderwijs en die bevoegd zijn om examen af te nemen en diploma’s uit te reiken;
2. internationale en buitenlandse scholen.
3. overige particuliere scholen, die wat de inrichting van het onderwijs en de bevoegdheden van de leerkrachten betreft overeenkomen met uit de openbare kas bekostigde scholen.

Volgens de huidige procedure is het de gemeente c.q. de leerplichtambtenaar die beoordeelt of een school tot het derde type gerekend kan worden. De leerplichtambtenaar toetst of deze particuliere scholen voldoen aan het wettelijk criterium: bevoegdheden en inrichting die overeenkomen met die van de bekostigde scholen.

Voorgesteld wordt nu om de feitelijke beoordeling van een particuliere school  in handen te geven van de inspectie van het onderwijs. Uitgangspunt is dat de vrijheid van onderwijs niet aangetast wordt.

De criteria worden opnieuw geformuleerd. Voorgesteld worden de volgende criteria:
– het waarborgen van de kwaliteit van het onderwijs;
– het voorbereiden van de jongeren op het participeren in de samenleving;
– het leggen van een grondslag voor het volgen van aansluitend onderwijs (voor zover geen sprake is van eindonderwijs).

Criteria die niet direct zijn gerelateerd aan deze waarborgen zijn bijvoorbeeld:
– voorschriften van organisatorische aard zoals het hebben van een managementstatuut, het instellen van een medezeggenschapsraad, het deelnemen aan WSNS-samenwerkingsverbanden, de voorschriften inzake schooltijden;
– voorschriften van administratieve aard, zoals het opstellen van een jaarverslag of de verplichte aansluiting bij het Participatiefonds en Vervangingsfonds;
– voorschriften met betrekking tot de (interne) verantwoording, zoals het vaststellen van een schoolgids en het managementstatuut.

Informatie: Helpdesk 0348 405250 van 08.30 tot 12.30 uur; helpdesk@vosabb.nl.