Echte samenwerking vereist snelle actie van wetgever

De stichting openbaar onderwijs moet samenwerkingsscholen in stand kunnen houden en ook kinderopvang kunnen ontplooien. Dat vindt niet alleen VOS/ABB, ook de staatssecretaris heeft gezegd dat hij dat wil. Alleen de wetsvoorstellen daartoe zijn er ondanks toezeggingen van hem nog steeds niet.

Demografische krimp zet in steeds meer regio’s het behoud van goed onderwijs voor alle kinderen onder druk. Samenwerking tussen verschillende scholen en hun besturen kan een oplossing zijn, maar de wet zit samenwerking in de weg.

De staatssecretaris ziet dat ook in. Hij kondigde in mei vorig jaar aan, toen hij in brede school Het Samenspel in Wolphaartsdijk zijn beleidsvisie op krimp presenteerde, dat hij rond de jaarwisseling met wetsvoorstellen zou komen. Hij zei er niet bij welke jaarwisseling. De beloofde wetsvoorstellen zijn er nog steeds niet.

Ondertussen gaat de krimp natuurlijk gewoon door – die maakt niet even pas op de plaats als het in Den Haag stroperig stil blijft. Als gevolg van die traagheid en stilte, behoudt het openbaar onderwijs onnodig lang zijn achtergestelde positie ten opzichte van het bijzonder onderwijs.

De stichting openbaar onderwijs kan immers, in tegenstelling tot besturen voor bijzonder onderwijs, volgens de huidige wet- en regelgeving geen samenwerkingsschool in stand houden. Bovendien hebben openbare schoolbesturen op dit moment nog niet de wettelijke mogelijkheid om in integrale kindcentra onderwijs en kinderopvang met elkaar te combineren.

Het lijkt er helaas op dat de langverwachte actie van de staatssecretaris verder wordt uitgesteld, omdat het Nederlands Centrum van Onderwijsrecht (NCOR) onlangs heeft aangegeven dat het grondwettelijk niet mogelijk zou zijn om samenwerkingsscholen onder stichtingen voor openbaar onderwijs te hangen. Volgens het NCOR zou een samenwerkingsschool slechts in stand kunnen worden gehouden door een samenwerkingsbestuur, dat per definitie niet openbaar kan zijn.

Het is wrang te moeten vrezen dat het openbaar onderwijs hierdoor in ieder geval langer dan nodig zijn achtergestelde positie behoudt. Dit is extra wrang, omdat juist in de stichting openbaar onderwijs iedereen zijn plaats heeft en zijn eigen rol kan vervullen onder extern toezicht van de democratisch gekozen gemeenteraad. Dat is pas echt samenwerking!

Het is daarom zaak dat de staatssecretaris, ondanks de kritische bevindingen van het NCOR, haast maakt met zijn toegezegde voorstellen om recht te doen aan de gelijkwaardigheid van het openbaar en bijzonder onderwijs.

Ritske van der Veen, directeur VOS/ABB