Eerste fase nieuwe gewichtenregeling

Deze week is de eerste fase van de nieuwe gewichtenregeling ingegaan. Op de teldatum 1 oktober 2006 moesten alle basisscholen het opleidingsniveau van de ouders van de vier- en vijfjarige leerlingen hebben achterhaald. Op grond daarvan wordt voortaan het gewichtengeld toegekend. Lees verder

Tot nu toe telde voor de toekenning van het gewichtengeld alleen de afkomst van de leerling. Dat betekende dat de school voor een kind van buitenlandse ouders meer geld kreeg dan voor een kind van Nederlandse ouders. In de nieuwe regeling krijgt de school meer gewichtengeld voor een kind van laagopgeleide ouders, ongeacht de afkomst. Zo wordt het gewichtengeld eerlijker verdeeld over kinderen met achterstanden, zo is de achterliggende gedachte.

Juist door de gefaseerde invoering hebben de scholen voldoende tijd gekregen om de nieuwe informatie over opleidingsniveau van de ouders te verkrijgen. Voor de bepaling van het gewicht 0,30 is er weinig veranderd ten opzichte van de bepaling van het ‘oude’ gewicht 0,25. De bepaling van het gewicht 1,2 is wel ingrijpend veranderd ten opzichte van het ‘oude’ gewicht 0,9 maar het is in feite minder complex geworden.

Praktische problemen
Toen indertijd in 1985 de gewichtenregeling werd ingevoerd kwamen daartegen nogal wat protesten. Dat is nu minder. Het gaat vooral om praktische problemen die er in enkele gevallen toch nog zijn omtrent het opleidingsniveau.

Een ander probleem dat wordt gemeld lijkt meer te duiden op een (veel te) late start om de gegevens te achterhalen. Als men pas na de zomervakantie is begonnen en de vakantie liep tot begin september, ligt het voor de hand dat scholen met veel vier- en vijfjarigen die potentieel het zware gewicht zouden kunnen krijgen, in tijdsproblemen zijn geraakt.

Sommige scholen zijn alvast begonnen met het inventariseren van de gegevens omtrent het gewicht van alle leerlingen. Sommige leveranciers van programma’s voor leerlingenadministraties hebben daaraan bijgedragen door het opvragen van gegevens voor het onderwijsnummer meteen maar voor alle ouders te combineren met het opvragen van de gegevens voor de nieuwe gewichtsbepaling. Dat is dus niet nodig. Voor de bekostiging worden de nieuwe gewichten gefaseerd doorgevoerd in vier jaar en volstaat de nieuwe gewichtsbepaling van alleen de vier- en vijfjarigen.

Effect nieuwe gewichten
De nieuwe gewichten zullen leiden tot herverdeeleffecten. Dat betreft herverdeeleffecten tussen scholen en tussen besturen. Er zijn wel macroberekeningen gemaakt op basis van landelijke cijfers, maar het blijft afwachten hoe de realiteit er daadwerkelijk uit gaat zien.

Het aantal leerlingen dat voor het zware gewicht in aanmerking komt,  zal drastisch lager zijn dan het aantal leerlingen met het gewicht 0,9. Sommige scholen die nu overwegend een 0,9 populatie hebben zullen sterk terugvallen naar een overwegend 0,3 populatie.

Pas wanneer de leerlinggegevens van 1 oktober doorgerekend zijn, ontstaat een scherp beeld van de herverdeeleffecten. Dan wordt het ook duidelijker hoeveel geld feitelijk voor de gewichtenregeling nodig is. De inschatting is dat minder middelen naar de stedelijke gebieden gaan en meer naar de landelijke regio’s. De achteruitgang treft met name de vier grote gemeenten.

Overgangsregeling
Afgesproken is dat er een overgangsregeling gemaakt komt die de achteruitgang bijstelt. In de uitwerking wordt aangehouden dat de achteruitgang de komende drie jaren zoveel mogelijk gecompenseerd zal worden. De overgangsregeling geldt algemeen en compenseert een bestuur in evenredige mate.

Voor het eerste schooljaar 07-08 waarin sprake is van herverdeeleffecten is een compensatiebudget beschikbaar van ongeveer 13 miljoen.

Meer over de verdeeleffecten en de nieuwe drempel, plus een rekenvoorbeeld, vindt u in de uitgebreide versie van dit artikel in de rechterkolom hiernaast.

Bijlagen

Delen: Email this to someoneShare on FacebookTweet about this on TwitterShare on LinkedIn