Eerste Kamer kritisch over wetsvoorstel Onderwijstijd

Geen noodzaak, geen draagvlak, de nodige bedenkingen en niet fraai. Dat zijn woorden waarmee leden van de Eerste Kamer zich dinsdag uiterst kritisch hebben uitgelaten over de wet Onderwijstijd. Lees verder

Senator Erik Smaling van de SP zei dat er in het voortgezet onderwijs 'geen draagvlak' is voor de wet Onderwijstijd, zoals minister Marja van Bijsterveldt van OCW die wil invoeren. Ruard Ganzevoort zei dat er 'geen noodzaak' voor is en ChristenUnie-lid Roel Kuiper uitte 'de nodige bedenkingen'. VVD-senator Heleen Dupuis noemde het wetsvoorstel 'niet fraai'.

De Eerste Kamer drong er bij de minister op aan de wet in te trekken, maar volgens Van Bijsterveldt is het voortgezet onderwijs daar niet bij gebaat. De minister vindt de wet waardevol, omdat minimale urennormen goed zouden zijn voor de onderwijskwaliteit. Wat ze ook belangrijk vindt, is dat in het wetsvoorstel staat dat ouders en leerlingen meer zeggenschap krijgen over de invulling van het onderwijs.

In het wetsvoorstel Onderwijstijd staat onder meer dat er in de eerste twee jaren van het voortgezet onderwijs minimaal 1040 uur les moet worden gegeven. Een deel daarvan kan bestaan uit maatwerk, bijvoorbeeld voor leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben.

De Eerste Kamer stemt volgende week over het wetsvoorstel Onderwijstijd.